Molenzorg
Testelt (Scherpenheuvel-Zichem), Vlaams-Br...
<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>
Foto: Gerard Schuurbiers, Ossendrecht
Naam

Watermolen van Testelt
Abdijmolen

Ligging Dorp 34
3272 Testelt (Scherpenheuvel-Zichem)

op de Demer


toon op kaart
Geo positie 51.008644, 4.954811
Eigenaar Hervé Segers & Jose Kempeneers, Duffel (te koop in 2012)
Gebouwd Voor 1151 / 1608
Type Onderslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger ook oliemolen
Gevlucht/Rad Houten onderslagrad
Inrichting Nog aanwezig
Toestand Zeer goed; watertoevoer te gering
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
23.10.1981
Molenaar Geen
Openingstijden Als feestzaal, tel. 03.4801326

Beschrijving / geschiedenis

De Watermolen of Abdijmolen van Tetstelt is een watermolen met houten onderslagrad in het midden van het dorp (Dorp 34) en dichtbij de kerk, op de Demer.

De molen werd al vermeld in het midden van de 12de eeuw. Reeds in 1151 stond Zeger, heer van Testelt, zijn molenrechten af aan de pas gestichte abdij van Averbode. Al in 1263 werd er ook olie gestampt. In het gebouw is nog steeds een (nu dichtgemetseld) gat zichtbaar waardoor een tweede wateras stak.

Jan van Necker, rentmeester van Tienen, kwam op 19 maart 1299, samen met Claus van der Ruselmolen, Jan Vrederix, Jan van Rotselaer, Godevaart van Brussel, Matheus van der Ruselmolen en Jan de Cupere van Tienen (gezworen 'molensleghers' van de hertogin van Brabant) naar de twee watermolens van Testelt bij Diest, op aanvraag van Johannes van den Ekelare, rentmeester van de heer van Aarschot. Ze verklaarden plechtig welke afmetingen bepaalde molenonderdelen moesten hebben en op welke wijze de waterhuishouding in de (molen)beek diende te gebeuren.
1. Elke com van 5 alpen (auge) moet 4 1/2 voet en 4 duim (134 cm) breed zijn.
2. De gaten (toevoeropeningen) naar de 3 bovenste raderen (waterraderen) moeten 6 1/2 voet (179 cm) breed zijn.
3. De gaten naar de 2 laagste raderen moeten 8 voet (220 cm) breed zijn.
4. De stutberdere (schutbalken) zullen ten hoogste 18 duim (45 cm) hootg zijn.
5. De sluse (watersluis) zal minstens 14 voet (3,86 m) breed zijn.
6. De berdere (schutbalken) van de sluizen zullen staan volgens de peghel (waterpegel) van de maelberderen (molenschutbalken)
7. Men zal de sluis trekken van half maart tot Sint Remismis (1 oktober), elke nacht van zonsondergang tot zonsopgang, tenzij het waterpeil zo laag zou zijn, dat het tot aan de pegel niet reikt.
8. Verder zal men de sluse (sluisplanken) trekken op de 4 heiligendagen en op Pasen, Sinksen (Pinksteren) en Kerstdag, gedurende de dag en de nacht.
9. Telkens wannneer er stoomopwaarts overtollig water voorhanden is, zal men de sluisplanken zo hoog mogelijk trekken zo lang dit nodig is.
10. Van deze 2 molens zullen dag en nacht 4 waterraderen in werking zijn. Wanneer ze niet malen, moet in elk geval genoeg water doorgelaten worden, tenzij wanneer in de zomer het waterpeil beneden de pegelhoogte zou dalen. Aldus zullen de molenaars voordeel halen uit de waterkracht, zonder iemand te schaden.
11. Terwijl men maalt zal men de berderen (plankenn) van elke opening op de "brugghe" (molenbrug) plaatsen.
Al deze punten moeten geëerbiedigd worden op straffe van 45 swerten (45 ponden zwart; "swerten" was geld dat meer koper dan zilver bevatte.)

In 1543 verleende Keizer Karel aan de markies van Aarschot de toelating de molen te kopen. Anderzijds kreegt de abt van Averbode de toelating met de opbrengst van de molen, hetzij 2500 gulden, verschillende goederen te kopen in het Markiezaat van Aarschot of elders in Brabant. Er kwam een molencomplex dat de hele Demer overspande.

Op het einde van de 16de eeuw was de molen opgebouwd als een soort versterking tegen de oorlogsgevaren van die periode. Hij werd door Spaanse troepen in 1598 in brand gestoken en in 1608 heropgebouwd. Het jaartal 1608 en het metselaarsteken in de zijgevel bewijzen dit.
De molen kwam later opnieuw in het bezit van de abdij van Averbode. Boven de toegangsdeur vinden we het wapenschild van de Averboodse abt Servaas Vaes met als kenspreuk "Ne quid nemis" (in niets teveel) en als jaartal 1678.
De molen werd telkens verhuurd voor een periode van 3 jaar en in deze huurcontracten vindt men interessante gegevens over de werking, de granen die er gemalen en geplet werden, de huur aan de abdij in geld of in natura. De verhuring van de molen gebeurde in een herberg. De man die het laatste bod nam, moest een som geven die dan opgedronken werd.
In het begin van de 19de eeuw werd de molen eigendom van de familie Theyskens. In 1928 werd hij verkocht aan maalder Victor van Aelst. Vervolgens werd hij in 1952 eigendom van de Belgische staat (ministerie van Openbare Werken). Acht jaar later werd de molen gerestaureerd. Op 23 oktober 1981 werd de molen als monument beschermd en sinds 1990 is hij eigendom van Hervé Segers uit Duffel die hem met veel inzet en in eigen beheer in 1990 renoveerde.

De slagmolen ervan werd in 1910 afgebroken om plaats te maken voor Villa ter Wolf.

Het overgebleven gebouw van de korenmolen wordt goed onderhouden en is ingericht als feestzalen. Spijtig genoeg draait het houten waterrad niet meer. Er is een probleem met de watertoevoer van de Demer, hetgeen via een te smalle buis gebeurt. Eigenaar Hervé Segers liet in 2009 weten geen geld meer in zijn watermolen te willen investeren, zolang de watertoevoer niet is hersteld. In 2012 bood hij de molen te koop aan.

Gezien de abdijmolen van voor 2 oktober 1765 - datum waarop het Franse molenrecht (overgenomen door de Belgische Staat) van kracht werd, is het octrooi of stuwrecht eeuwigdurend. De administratieve reglementen moeten het onherroepelijk genotsrecht (stuwrecht) op het water respecteren.
Indien de peilnagel - aanduiding stuwhoogte - nog aanwezig is - beschikt de moleneigenaar over voldoende rechtsmiddelen om zijn rechten te doen gelden.
Info: "Het juridisch statuut van de watermolens" -  bestek nr.LIN/AMINAL/AEM 2004 _ PRF.  DR. A.M.DRAYE _ UNIVERSITEIT hASSELT

Het gebouw
Langsgebouw met zware onderbouw van ijzerzandsteen in regelmatig verband. Noordzijgevel, in de top gedateerd 1608 door middel van donkerdere baksteen. Voorgevel voorzien van een brede, geprofileerde korfboogdeur van zandsteen onder een gevelsteen met abtswapen, leus NE QUID NIMIS en het jaartal 1618. Zuidgevel, langs de Demer, van ijzerzandsteen en bak- en zandsteen, ten dele in speklagen verwerkt: mogelijk opnieuw gebruikte elementen van de oudere kern (XV-XVI) die gedeeltelijk verwoest werd ca. 1594. Goed bewaard molenwiel.

Lieven DENEWET &  Herman HOLEMANS

<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>

Foto: Ruben Vermeulen

<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>

Foto: François Gijsbrechts, Linkhout

<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>

Het interieur. Verzameling Ons Molenheem

<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>

Prentkaart Ep. Honcou (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

<p>Watermolen van Testelt<br />Abdijmolen</p>

Links de slagmolen, gesloopt in 1910. Prentkaart voor 1910. edit. J. Mulkens, Zichem (coll. John Verpaalen, Roosendaal)

Literatuur

A. Willems, "Over de watermolens van Testelt en een huurcontract van 1694", in: Het Oude Land van Aarschot, VI, 1971, p. 1-8;
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961;
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 5: arrondissement Leuven (M-Z)", Kinrooi, Studiekring 'Ons Molenheem', 1994;
T.J. Gerits, "Inventaris van de molens te Testelt (1530)", in: Ons Heem, XXVII, 1973, p. 259;
J. Gerits, "De watermolen van Testelt", in: "Levende Molens", jg. 12, 1990, nr. 11, p. 87, ill.;
E. D[e] K[inderen], "De watermolen van Testelt in nieuwe handen", in: "Levende Molens", jg. 12, 1990, nr. 9, p. 68, ill.;
J. Gerits, "Verplichtingen van de uitbater van de slagmolen te Testelt (ca. 1500)", in: "Ons Heem", 's-Gravenwezel, jg. 44, 1990, nr. 1, p. 28-29;
A. Willems, "Uit de geschiedenis van Testelt", Leuven, 1954, p. 37-39;
J. Gerits, "Had de watermolen van Testelt in de 16de eeuw vijf raderen?", in: "Ons Heem", jg. 29, 1975, nr. 1, blz. 18;
Eduard Van Ermen, Het Kaartboek van Averbode 1650-1680, Brussel, Gemeentekrediet, 1997, p. 70-73, kaart XVI; en p. 166-167, kaart Par. XX.
Mailbericht Edgar Winderickx, 06.07.2009.
Gerits J., De molens van Testelt rond het midden van de 16de eeuw, Het Oude Land van Aarschot, XXXIX, 2004, 3, p. 137-153.
I. Van de Staey, "Het landschap van "de Witte". Een overzicht van de erfgoedelementen in de streek Testelt-Averbode-Zichem-Scherpenheuvel - bijlage 18", Antwerpen, 2008.
Mina Martens, "Actes relatifs à l'Administration des Revenus domaniaux du Duc de Brabant (1271-1408). Bruxelles, Commission royale d'histoire, 1943, (355 p.), p. 144-146 (Nederlands).
"Bronnen en documenten tot een Middeleeuwse Molengeschiedenis. Middeleeuwse oorkonden over molens in Brabant (1293-1399)", Molenecho's, X, 1982, 3, p. 104-107.
J. Breugelmans, "Het beheer van de Demer tijdens de 17de en 18de eeuw", licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, 1980,  p. 185.

Persberichten
Inge Bosschaerts, "Watermolen twintig jaar zonder water. Eigenaar draait geldkraan dicht tot watertoevoer is hersteld", Het Nieuwsblad & De Standaard, 06.07.2009.
Inge Bosschaerts, "Watermolens staan droog. Minister Hilde Crevits zoekt oplossing voor laag Demerpeil", in: Het Nieuwsblad, 31.10.2009.
"Over hooi, turf en baksteen. Demervallei herleeft in praatcafé", in: Het Nieuwsblad, 16.11.2009.
Hedwig Neesen, "Eigenaars watermolen Testelt vijftig jaar getrouwd", Het Nieuwsblad, 10.10.2011.
"Dirk Van de Gaer, "Toen en nu". Het Nieuwsblad, 16.10.2013.
Watermolen van Testelt te koop", www. radio2.be/regio/vlaams-brabant, 10.04.2012.


Laatst bijgewerkt: zondag 23 oktober 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens