Molenzorg
Schuiferskapelle (Tielt), West-Vlaanderen
Naam

Balsmolen
Waalbosmolen
Kapellemolen

Ligging Waalbosstraat 3
8700 Schuiferskapelle (Tielt)

kadasterperceel C269a
(voorheen: Tielt, D269a)
500 m NO v.d. kerk
51°2'7.60" N 3° 20' 21.07" E


toon op kaart
Geo positie 51.035378, 3.339350
Eigenaar Charles Bals, Schuiferskapelle
Gebouwd voor 1632 / 1850
Type Stenen grondzeiler
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Grondzeiler op molenwal van vorige staakmolen
Gevlucht/Rad Houten pestelroeden, verwijderd in 1931
Inrichting Mechanische maalderij
Toestand Goed onderhouden romp
Bescherming ---,
Niet beschermd, zeer beschermingswaardig
Molenaar Geen
Openingstijden Op aanvraag, tel. 051 40 01 72 (Ch. Bals)
<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De Balsmolen is een stenen koren- en oliewindmolen (thans nog enkel korenmolen), type stenen grondzeiler op molenbelt. Deze belt is opgeworpen bij de oprichting van de voorafgaande staakmolen (zie verder). De molen is gelegen aan de oostzijde van de Waalbosstraat (nr. 3), met bijhorende molenaarshoeve, aan de oostzijde van de dorpskern van Schuiferskapelle.

Deze molen werd voor het eerst vermeld in bronnen uit 1632. Het was toen een klassieke tweezolder-staakmolen om graan te malen en was tijdens het Ancien Régime eigendom van de heren van Hulswalle. In een stuk over Hulswalle uit 1638 worden Caspar Bybau en Joos van Coolen vermeld als uitbaters van de "wyntcoornemeulen" en Gillis de Hondt als molenaar. De benaming "Capellemeulen" komt voor in het landboek van 1645, vermeld als behorend tot de heerlijkheid Hulswalle.

Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt een staakmolen aangeduid, vergezeld van drie evenwijdige volumes ten noordoosten. De kaart van Schuiferskapelle uit 1776 toont slechts twee volumes, in haakse constellatie met het woonhuis op de huidige plaats.

Op het einde van de 18de eeuw is Jacobus Heyndrickx (alias "Jaak de Bruggeling") werkzaam als molenaarsknecht. Hij staat bekend als een van de leiders van de plaatselijke opstand in 1798, kaderend in de Boerenkrijg.

In 1804 werd de hoeve met windmolen door César en Joseph le Vaillant, de eigenaars van de vroegere heerlijkheid Hulswalle waarin de molen vanouds gelegen was, verkocht aan molenaar Pieter Detremerie. In 1810 werd de korenwindmolen met bijhorende molenaarshoeve gekocht door een Wingense molenaar Petrus Jacobus Van Gaever, die er zich gaat vestigen.

Rond 1830 toont het primitief kadasterplan de molen op teerlingen, met ten oosten het parallelle woonhuis en schuur op hun huidige plaats. Zoon Ivo Van Gaever volgde zijn vader op als molenaar. In 1846 liet deze Ivo een nieuw en groter woonhuis met stal bouwen op de plaats van de voorgaande woning. Dat huis bestaat nog steeds.

Eigenaars na 1800:
- tot 1804: le Vaillant César en Joseph, eigenaars van de vroegere heerlijkheid Hulswalle
- 1804, verkoop: Detremerie Pieter, molenaar
- 1810, verkoop: Van Gaever Petrus Jacobus, molenaar afkomstig uit Wingene, die zich vestigde te Schuiferskapelle
- na 1834, erfenis: en de kinderen (overlijden van de vrouw)
- 18.05.1842, deling: Van Gaever Ivo (zoon van Pieter), molenaar te Schuiferskapelle (notaris Mulle)
- 1862, eigenaar: Van Gaever-Devos Ivo, molenaar te Schuiferskapelle
- 30.04.1884, verkoop: Marent-Van Gaver Servatius, de weduwe, landbouwster te Schuiferskapelle (notaris Mulle)
- 30.03.1888, verkoop: Callewaert-Vangaver Hendrik, landbouwer te Plessy Passy (F) (notaris Mulle)
- 03.10.1908, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Hendrik Callewaert)
- 18.12.1919, verkoop: Bals-Callewaert Hendrik Lodewijk, handelaar te Schuiferskapelle (notaris Snoeck)
- 13.12.1934, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Hendrik Bals)
- 14.02.1962, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Callewaert van Hendrik Bals)
- 22.05.1962, verkoop: a) Bals-Vancanneyt Raymond Constant (voor 3/4 vruchtgebruik), landbouwer te Schuiferskapelle en b) Vergote-Bals Achillus Emericus (voor 1/4 vruchtgebruik), landbouwer te Tielt (notaris Decock)
- 29.06.1978, erfenis: a) Bals-Vancanneyt Raymond Constant, de erfgenamen (voor 3/4 vruchtgebruik) en b) Vergote-Bals Achillus Emericus, de weduwe (voor 1/4 vruchtgebruik (overlijden van Raymond Bals)
- 24.09.1979, afstand: a) Bals-Vancanneyt Raymond Constant, de weduwe (voor 3/16 volle eigendom + 3/16 vruchtgebruik), zonder beroep te Schuiferskapelle en b) Bals Charles Aimé Raymond (voor 10/16 volle eigendom + 3/16 naakte eigendom), landbouwer te Schuiferskapelle (notaris Decock).

De staakmolen waaide om tijdens een zware storm op 25 april 1847. Hierbij kwam de molenaarsknecht Charles Dauw om het leven. Ter nagedachtenis aan dit gebeuren werd aan de straatzijde ten noorden van de veldoprit, de nog bestaande veldkapel opgetrokken, opgedragen aan "O.L.-Vrouw van Lourdes". Deze kapel bestaat nog en wordt in de volksmond  "Bals kapelletje" genoemd. Volgens de kadastergegevens werd deze kapel evenwel pas in 1874 opgetrokken (zie bijlage)

Molenaar Ivo Van Gaever verving de omgewaaide staakmolen in 1850 door de nog bestaande stenen grondzeiler. Onder de molenvloer bevinden zich nog de restanten van de teerlingen.

In 1874 werd volgens kadaster het woonhuis licht uitgebreid met een aanbouw ten oosten en werd aan de erfoprit een kapel opgericht (cf. z.nr., "Bals kapelletje"). Na de dood van Ivo Van Gaever in 1887 werd de molen eigendom van de dochters Van Gaever. Door huwelijk kwamen de hoeve en de molen in het begin van de 20ste eeuw in handen van de familie Bals, befaamde paardenfokkers.

In 1905 werd volgens het kadaster het woonhuis met twee traveeën uitgebreid aan de westzijde, vermoedelijk beschikbaar als aparte wooneenheid. Het landgebouw werd aan weerszijden verlengd, vermoedelijk door inbreng van paardenstallen.

Als gevolg van een storm werd de molen in 1931 zwaar beschadigd.  De molenkap met gebroken wieken wordt verwijderd. Het maalmechanisme blijft nog sporadisch in bedrijf, aangedreven door een elektromotor. Rond 1943 werd het woonhuis nogmaals vergroot aan de oostzijde. Aan de stallen werd een haakse vleugel toegevoegd ten oosten en een aanbouw ten zuiden.

Thans wordt de molen nog steeds beheerd door afstammeling Charles Bals.

In de molenromp is nog veel oorspronkelijk balkwerk aanwezig, waarvan een groot aantal afkomstig is van de voorgaande staakmolen. Op het gelijkvloers bevindt zich thans een mechanische maalderij met één koppel kunststenen. De haverpletter wordt soms nog in werking gebracht ten behoeve van de paarden die  eigenaar Charles Bals houdt. Hij is een rechtstreekse afstammeling van de vroegere molenaars en onderhoudt de romp zeer goed. Regelmatig wordt die in het wit gekalkt. We achten de overgebleven romp met de mechanische maalderij, het kapelletje en de boerderijgebouwen sterk beschermingswaardig, als monument en als dorpsgezicht. Thans zijn ze wel opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.

Lieven DENEWET, Charles BALS & Herman HOLEMANS   

Bouwkundige beschrijving van de molen (Gonda Callaert, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2007)

Molensite bestaande uit een molen langs straatzijde en evenwijdige losstaande hoevegebouwen ten oosten, rondom een erf aangelegd in kasseien en ingewerkte molenstenen, bereikbaar door een erfoprit, toegankelijk via een hek tussen twee witgekalkte bakstenen erfpijlers met gepekte plint. Afgescheiden van de weg door o.m. meidoornhaag.

Bakstenen bovenkruier, type grondzeiler, gebouwd op molenbelt van de vroegere houten molen. Witgekalkte conische molenromp, voorheen met gepekte plint. Eertijds voorzien van een gebroken kap en een gevlucht met houten pestelroeden, thans afgedekt met betonplaat. Rondboogingangen en -vensters met druiplijsten, eertijds in zwartgeschilderde omlijsting. Bewaarde poortopening aan oostzijde, dichtgemetselde deuropening aan zuidwestzijde. Vensters met beglazing in kleine ijzeren roedeverdeling met waaiervormige bovenlichten.
- Benedenverdieping, vroegere kollergang verdwenen, thans een mechanische maalderij met één koppel kunststenen. Haverpletter aangedreven door elektromotor. Onder de molenvloer zijn nog restanten van de teerlingen van de houten staakmolen bewaard.
- Steenzolder, voorheen met twee maalstoelen, een aantal jaren geleden verhuisd naar de Herentmolen te Meulebeke. Thans staat er een oude haverpletter met volhouten aandrijfwiel, eveneens nog sporadisch in gebruik.
- Luizolder nog gaaf bewaard, oorspronkelijk balkwerk en losse delen als het kamwiel en een klauwijzer, voor een groot deel afkomstig uit de oude staakmolen. Graanbak met inschriften: "DEN 15. MEI 1702" en "F. VAN GAVER WONACHTIG TOT / SCHUYFFERSCAPELLE 1860". Tweede graanbak met inschriften: "IVG 1856 CVGAVER" en "DOMIN VERLOVE / KRUIDENIER OP DE MOLEN".

Voor de bouwkundige beschrijvingen van de boerderij en van de kapel: zie in bijlage.

<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Foto: Lieven Denewet

<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Foto: Denis Van Cronenburg, 27.02.2011

<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem, 24.01.2003

<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem, 24.01.2003

<p>Balsmolen<br />Waalbosmolen<br />Kapellemolen</p>

Oude prentkaart (coll. Aimé Smeyers, Alsemberg)

Literatuur

Archieven

Algemeen Rijksarchief Brussel, Kaarten en plannen, nr. 2458: "Caerte en plan figuratief verbeeldende soo de kercken der stede van Thielt, de gonne der prochie van Ruysselede als de gonne der prochie van Wynghene, mitsgaders de situatie van Schuyfers Capelle", 1774.
Rijksarchief Brugge, Aanwinsten, nr. 1002: Register betreffende renten van de heerlijkheid van Ooigem in de Parochies van Pittem, Ruislede, Tielt, Wingene en van het Gaverleen te Pittem, 1640. Kaart 4: Figuratieve kaart van het grondgebied Thielt buyten ten zuiden van de Capelle Hulswalle.
Kadasterarchief WestVlaanderen, 207. Mutatieschetsen. Schuiferskapelle, 1846/5, 1847/12, 1878/10, 1906/6, 1943/I/66, 1945/6.
Heemkundige Kring De Roede van Tielt, Fototheek

Gedrukte bronnen
"Standaerd van Vlaenderen", 4 mei 1847 (over het omwaaien van de houten molen)

Werken
Lieven Denewet, "Rapport. Dertig jaar molenzorg in het Tieltse Molenland", Molenecho's, XXXI, 2003, 1, p. 8-29.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 374-375 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Ch. Bals, "Kroniek van de Capellemolen te Schuiferskapelle", in: De Roede van Tielt, XIV, 1983, 3-4, p. 51-53.
John Verpaalen, "Een bezoek aan de molen van Schuiferskapelle", in: Levende Molens, jg. 7 (1985), nr. 6, p. 45-47, ill.;
"Schuiferskapelle, kleine parel aan de Molenlandroute", in: Curiosa, febr. 2003, p. 27-30 (met hoofdstuk: "Kapellemolen").
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten S-U", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2003.
G. Callaert & P. Santy m.m.v. B. Boone, K. Devooght & S. Moeykens, Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Tielt, Deel I: Stad Tielt (straten A-R), Deel II: Stad Tielt (straten S-Z), Deelgemeenten Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL29, 2007.
J. Buyck, "De Boerenkrijg in Tielt: feiten en beeldvorming (1798-1998)", Tielt, 1998.
R. De Brabandere, "700 jaar familiegeschiedenis "De Brabandere", Tielt, 1985.
J. De Vriendt, "De Kapel van Hulswalle of de Gemeente Schuyfferscapelle (Schetsen voor de Geschiedenis van Thielt, Reeks: Thielt-Buiten)", in Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, nieuwe reeks, jg. 17, 1938, p. 209-279.
K. De Flou, "Woordenboek der toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, Deel VI, Brugge, 1926, kol. 778; Deel XIV, Brugge, 1933, kol. 439-442.
Dit is West-Vlaanderen, deel 3, Brugge, 1962, p. 1679-1683.
"Een dorp in de West. Schuiferskapelle, kleine parel aan de Molenlandroute", in Curiosa, jg. 41, 2003, nr. 402, p. 27-30.
H. Hasquin, "Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek. Deel 2: Vlaanderen - Brussel", s.l., 1980, p. 963-964.
F. Hollevoet, "Bevolkingsprofiel van de kersverse parochie Schuiferskapelle in 1786", in De Roede van Tielt, jg. 34, 2003, nr. 2, p. 71-79.
P. Vandepitte, "Tielt. Speuren naar heden en verleden van Tielt, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Tielt, 1985.
B. Vanrenterghem, "Schuiferskapelle", in Hollevoet F. e.a., Als straten gaan… praten, Tielt, 2005, p. 185-196 (195).
B. Vanrenterghem, "Schuiferskapelle: geschiedenis en erfgoed", in De Roede van Tielt, jg. 37, 2006, nr. 3, p. 164-176.
B. Vanrenterghem, Van Scuvers-capelle tot Schuiferskapelle, in De Roede van Tielt, jg. 31, 2000, nr. 1, p. 3-52.
V. Degrande, "Inventaris van de kapellen in West-Vlaanderen, Gemeente Schuiferskapelle", s.l., s.d., nr. 6.
"Een kapel in... Kapelle", De Weekbode, 12 mei 2000.

Mededeling Charles Bals, 17.12.2014 (over het hekwerk).


Laatst bijgewerkt: woensdag 10 februari 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens