Molenzorg
Zedelgem, West-Vlaanderen
Naam

Platsemolen
Dorpsmolen
Lievensmolen

Ligging Burgemeester Joseph Lievensstraat 33
8210 Zedelgem

hoek met Berkenhagestraat
500 m Z v.d. kerk
kadasterperceel C443
51°8'18.84" N 3°8'7.14" E


toon op kaart
Geo positie 51.140392, 3.135767
Eigenaar Frans Versyck & Mia Roose
Gebouwd Voor 1529 / 1866
Type Stenen bergmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Doorgang doorheen de molenwal
Gevlucht/Rad Verwijderd op 25.09.1951
Inrichting Nog gedeeltelijk
Toestand Volledige romp
Bescherming M: monument,
01.06.1995
Molenaar Geen
Openingstijden Op aanvraag (tel. 050 20 94 92, F. Versyck)
<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, april 2015.  

Beschrijving / geschiedenis

De Plaatsmolen, Dorpsmolen of molen Lievens is een stenen bergmolen die in 1866 een staakmolen opvolgde. Hij staat op de hoek van de Brugemeester Joseph Lievensstrat en de Berkenhagestraat.

De vroegste vermelding van een windmolen op deze plaats klimt op tot 1529. In de eerste helft van de 16de eeuw is de molen eigendom van de heren van Zedelgem. Dit blijkt uit een boedelbeschrijving van 1528 naar aanleiding van het overlijden van Gelein van Haveskerke, heer van Zedelgem Deze oudste vermelding beschrijft de houten windmolen als "eene coorne muelne…welcke Karels Anneije in pachte houdt…met een cleen huusekin daer neffens an staende…". De heren van Zedelgem zijn dan ook eigenaar van de nu verdwenen "Noordmolen" in Aartrijke.

De molen staat als staakmolen getekend op de Grote Kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus (1571), gekopieerd door Pieter Claeissens (1601), op een kaart (1761) met de landerijen van de kartuizers van Brugge, en op de Ferrariskaart (1770-1778). Bij de opmaak van het primitief kadasterplan (circa 1830) bestaat de bewoning uit een woonhuis met landgebouwen en een korenwindmolen op een wal, met een bijgaande rosmolen voor de windstille dagen. De rosmolen staat er in ieder geval al in 1761 (zie kaart met de landerijen van de kartuizers te Zedelgem). Op de Ph. Vandermaelenkaart (circa 1850) aangeduid als "Plaetse Molen".

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Van Poucke-De Ktelaere Pieter, rentenier te Ieper
- 16.01.1842, erfenis: Lievens Josephus en kinderen (kinderen: a) Lievens Pierre en b) Lievens Charles, molenaar te Zedelgem (overlijden van vrouw De Ketelaere)
- later, eigenaar: de kinderen (overlijden van Josephus Lievens)
- 09.08.1853, verkoop: a) Lievens Josephus, molenaar te Zedelgem en b) Van Poucke Maria Joanna, de kinderen en kleinkinderen (notaris Hatse)
- 21.02.1884, verkoop: Lievens-Adriaens Pieter, molenaar te Zedelgem (notaris Van Halmé)
- 19.10.1912, erfenis: en de kinderen (overlijden van vrouw Adriaens)
- 22.01.1913, erfenis: de kinderen: a) Lievens Aimé Joseph Marie, herbergier te Zedelgem, b) Lievens Hector Josephus Maria, landbouwer te Zedelgem, c) Lievens Alidor Joseph Anne Marie, landbouwer te Zedelgem en d) Lievens Prudentia Maria Rosalie Amelia, echtgenote Derauw Joannes Jacobus Marie Aloysius, renteniers te Sint-Andries (overlijden van Pieter Lievens)
- 12.01.1919, verkoop: Becu-Pollet Oscar René, landbouwer te Ichtegem (notaris Berquin)
- later, eigenaar: Bogaert Julius, molenaar te Zedelgem
- 23.05.1922, verkoop: Bogaert-Versyck Achiel Remi, molenaar te Zedelgem (notaris Berquin)
- 05.11.1969, erfenis: a) Bogaert-Versyck Achiel Remi, de weduwe (voor vruchtgebruik), zonder beroep te Zedelgem en b) Bogaert-Versyck Achiel Remi, de erfgenamen (voor naakte eigendom)(overlijden van Achiel Bogaert)
- na 1972, erfenis: (bij de ergenamen) (met o.a.: D'Hondt-Bonte Jean, de weduwe, zonder beroep te Fricamps (F)
- 18.06.1978, erfenis: (in de familie D'Hondt): a) D'Hondt-Boutte Willy Jean, landbouwer te Fouilloy (F), b) Paillart-D'Hondt Emile Théophrane, loodgieter te Ferrières (F) en c) Goethals-D'Hondt Gerard, landbouwer te Fricamps (F) (overlijden van de weduwe Bonte van Jean D'Hondt)
- 18.01.1984, erfenis: (in de familie Bogaert) a) Versyck Simone Maria, echtgenote Logier Charles Jozef Gabriël, landbouwer te Mannekensvere (nicht van de overleden), b) Versyck Rosanna Jeannette Wilhelmina Maria, echtgenote Claeys Daniël Raphaël, handelaar te Aartrijke (nicht van de overledene), c) Versyck-Roose Frans Daniël Richard, landbouwer te Zedelgem (neef van de overledene), d) Deklerck-Volcke André Julian Charles Louis, zonder beroep te Gistel, (neef van de overledene) en e) Deklerck Maria Johanna Ivonna Elodie, echtgenote Dereu Jozef Jules Jean, schilder te Leffinge (nicht van de overledene) (overlijden van de weduwe Versyck van Achiel Remi)
- 17.12.1984, verkoop: Versyck-Roose Frans Daniël, landbouwer te Zedelgem (de verkopenden waren: a) Versyck Simone Maria, echtgenote Logier Gerard Joseph Gabriël, landbouwer te Mannekensvere, b) Versyck Rosanna Jeannette Wilhelmine Maria, echtgenote Claeys Daniël Raphaël, handelaar te Torhout, c) Versyck Frans Daniël, landbouwer te Zedelgem, d) Deklerck André Julian Charles Louis, landbouwer te Zdelgem, e) Deklerck Maria Joanna Ivona Elodia, echtgenote Dereu Roger Jules Jean, schilder te Leffinge, f) Bogaert Willy Henri, gepensioneerde te Veldegem, g) Bogaert Elza Maria, echtgenote Jonckheere Gaston David, zonder beroep te Oostende, h) Bogaert Margariet Marie, zonder beroep te Zedelgem, f) Bogaert Jacqueline Denis Andrea, zonder beroep te Zedelgem, j) D'Hondt Willy Jean Joseph, landbouwer te Fricamps (F), k) D'Hondt Jeannette Jacqueline Maria, echtgenote Paillart Emile Théophane, loodgieter te Toul (F), l) D'Hondt Christiane Marie Yvonne, echtgenote Goethals Gerard Sylvain René, landbouwer te Fricamps (F), m) Bonte Agnes Irma, echtgenote Kijak André, zonder beroep te Fouilloy en Corbie (F) en n) Bonte Maria Laura, echtgenote Decock Richard, zonder beroep te Dadizele) (notaris Lommée).

In 1866 werd de staakmolen vervangen door de huidige, stenen bergmolen. Hiervan getuigt de gevelsteen "P. LIEVENS / 1866". Joseph Lievens (1801-1883), burgemeester van Zedelgem, was er een tijdje molenaar. Het kadaster registreert in 1913 de omvorming van de rosmolen tot landgebouw.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde de Lievensmeulen een bijzondere rol. Een brigade Duitse Totenkophuzaren, 6.000 man sterk en op weg naar het IJzerfront, doodde op 18 oktober 1914 de molenaarsknecht Joannes Floré, die op dat moment in de molen aan het werk was.  Ze dachten dat hij vanuit de molen signalen stuurde naar het Belgische leger aan de IJzer. Omdat hij de bevelen van de Duiters niet opvolgde, werd zijn been met een enkel schot verbrijzeld. De 76-jarige Joannes Floré haalde het niet en stierf aan zijn verwondingen.
De zendamateurs Ronny Naeyaert, Ivan De Lille en Jan Verplancke plaatsten op zondag 21 september 2018 voor de Lievensmolen een herdenkingsteken voor Joannes Floré. Achterkleinzoon Maurice Floré was hierop aanwezig.

Jules Bogaert kocht de molen in 1919 en installeerde er een motor zodat ook op windstille dagen gemalen kan worden.

In 1932 werd in de molen een mechanische maalderij geïnstalleerd, aangedreven door een monocilinder, geleverd door het bedrijf Claeys uit Zedelgem.

Op 25 september 1951 werden de overbodig geworden kap en wieken weggenomen. Sinds 1 juni 1995 is de molen beschermd als monument. De molenaarswoning (Burgemeester Joseph Lievensstraat 33 is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. Eigenaar Frans Versyck gebruikt nog steeds de haverpletter voor eigen gebruik en laat de motoren (elektromotor en dieselmotor) nog af en toe draaien.

Bouwkundige beschrijving
Het is een stenen bergmolen met twee ingangen en drie zolders, de berg is weggegraven maar naar verluidt recent weer opgehoogd. Conische romp in roodbruine baksteen. Begane grond toegankelijk via een overwelfde in- en uitrit met poorten onder een gedrukte rondboog. Rondboogvensters met ijzeren roedeverdeling en straalvormig bovenlicht. De deuropeningen op de begane grond zijn dichtgemetseld. Aan de staartzijde van de kap zat vroeger een balkon.
Bevloering met bakstenen klinkers. Aangrenzend gebouw met bewaarde mechanische maalderij van 1932 met een nog intacte horizontale mono-cilinder dieselmotor met opschrift "L. CLAEYS ZEDELGEM". Voorts met alle toebehoren, de maalstoelen met maalstenen en raderen, weegschaal, galg en elektrische aandrijving. In de windmolen waren drie steenkoppels. Hiervan is nog anderhalve koppel overgebleven. De huidige eigenaar liet de afgegraven molenwal opnieuw aanleggen.

Overgebleven binnenwerk
- oliekelder: ingericht als maalderij (1 steenkoppel, haverpletter)
  daarnaast: kleine mechanische buil
  restanten van de oliemolen: o.a. doodsbed
- meelzolder: nog enkele restanten
- steenzolder: 1 steenkraan (van 2)
- luizolder: luiwerk met lantaarnwiel
- kapzolder
In de constructie van de molen zitten restanten van de voorgaande staakmolen, o.a. de staak en een van de kruisplaten

Lieven DENEWET, Herman HOLEMANS & Maarten OSSTYN

<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Rechts de molenaarswoning. Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, april 2015.

<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Foto: Denis Van Cronenburg, 08.08.2010

<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Foto: Denis Van Cronenburg, 08.08.2010

<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Foto: Marcel Dierickx, Sint-Michiels, september 1943.

<p>Platsemolen<br />Dorpsmolen<br />Lievensmolen</p>

Duitse prentkaart, 1914-1918. Links de rosmolen (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

Aanvullende informatie

Danny Verhoye, "1914-1918. Ronse's oorlog. De eerste wereldoorlog in Zedelgem en omgeving", Zedelgem, 2014, p. 36-37.

Op maandag 19 oktober kwam volgens Ronse een dronken Duitse achterhoede te Zedelgem aan. Deze groep soldaten was een achterhoede van de 88e reserve-infanterie-brigade. Deze maakte deel uit van de 44e Reserve Divisie, die ze samen met de 87e reserve-infanterie-brigade vormde . Tussen 20 oktober en 30 november voerde deze divisie strijd bij Diksmuide en tussen 1 december en 21 april nam ze deel aan de stellingenoorlog aan de IJzer. In juni 1915 vertrok de divisie naar het oostfront. Deze soldaten behoorden meerbepaald tot het 207e en 208e reserve-infanterie-regiment die samen met andere deel uitmaakten van de 88e reserve-infanterie-brigade. Van het 208e weten we dat het vooral soldaten uit Braunschweig, Celle en Hildesheim omvatte. Het werd op 10 september 1914 gemobiliseerd en werd negen dagen later voor oefeningen naar Zossen gestuurd. Vanaf 20 oktober werd het actief bij gevechten aan het westelijk front ingezet. De bevelhebber van hun achterhoede verwenst de Belgen tegen iedereen die het horen wilde en beweerde dat er vanaf de kerktoren en met de draaiende molen van Alidor Lievens signalen gegeven werden aan het Belgische leger. Daarop stuurde hij een groep soldaten de kerktoren op en een tweede naar een huis dat hij voor de pastorij aanzag om de pastoor op te halen en een derde groep naar de Lievens-molen. In de vermoedelijke pastorij werd geen pastoor gevonden en toen een Duitser door het kerkgewelf stampte daalden de mannen beteuterd en geschrokken terug van de toren af. In de molen was de dove 76 jaar oude Joannes Floré aan het malen. De bejaarde man hoorde de Duitsers niet en omdat hij hunbevelen niet opvolgde werd zijn been met een enkel schot verbrijzeld. Zijn 18 jaar oude kleinzoon Gustaaf was ook in de molen aanwezig en sloeg meteen op de vlucht, achternagezeten door een Duitser. De jongen kon gelukkig ontsnappen omdat er blijkbaar niet op hem geschoten werd.
Molenaar Alidor Lievens werd daarop door de Duitsers in een schuur in de Sint Laurentiusstraat opgesloten. Meteen ging de pastoor zich bij de Duitse overheid beklagen en de dronken achterhoede werd onmiddellijk naar de IJzer doorgestuurd terwijl de Duitsers naar de molen reden waar Joannes Floré helaas stervende was. In het dorp schokten en trilden ondertussen de huizen door het hevige artillerievuur aan de IJzer. Er trekken ook voortdurend Duitse troepen richting IJzer met allerhande bewapening. Tegen de avond zag men een apocalyptisch beeld met overal aan de einder de rookpluimen van grote branden, achter Aartrijke richting Diksmuide kleurde de hemel ’s avonds rood.

-------------

Magda Cafmeyer, "Bij molenaar Jules Bogaert, in: Biekorf, LXXXIII, 1983, 2, p. 112-129.

Een gedienstige Eernegemnaar Oscar Tyvaert, zou ons vergezellen voor een eerste kennismaking met de gekende oude molenaar Jules Bogaert. - "Kijk daar woont hij op de hoek van de Processiestraat, kom we gaan binnen langs 't poortje".
Jules verwelkomt ons in zijn hovenierhof. - "Zo ge zijt daar ... houdt gij nog van hoveniering? Hier heb ik patatten geplant en daar sala ... ja'k ik onderhoud nog alles zelf. Zoals ge ziet kweek ik ook veel bloemen rondom het hovenierland ... 't is een aangename bezighouding in mijn oude dag op mijn 86ste jaar ... Ja'k ik huizenier hier heel alleen sedert dat mijn vrouw gestorven is op Sint Godelievedag in 't jaar 1976. Kom binnen, 't is te koud in de veranda, we zijn nog geen mei ... de stoof brandt in de kamer, zet junder.

't Heb het goed verstaan, ik zou moeten vertellen van in mijn grootvaders tijd... al goed en wel maar ik vertel liever van in mijn vaders tijd wee'je. Ik ben van 't jaar 1897 en mijn vader was van 1845 en hij is gestorven in 't jaar 1932; zo ik was dan 35 jaar oud en sedert 192 b aas op de m eulen.

Molenaars in de familie Bogaert.

'k Ga beginnen met wat ze in de familie verteld hebben over de hofstee bij Heidelberg te "Zillegem" - Zedelgem - midden in de bossen. Mijn overgrootvader Karel Bogaert woonde daar binst de Franse revolusie. Gelijk overal in 't ronde werd de hofstee geplunderd en in brand gestoken; mijn overgrootouders gingen op de vlucht ... ja, ja, dat was een wreede tijd; mijn moeder vertelde dat haar moerders zuster dan dood geschoten werd in 't vluchten.

Noodgedwongen gingen de kinders Bogaert uiteen; de ene bende trok naar Wingene, ze mochten daar van een rijke heer de bossen ontginnen om als land te bewerken. De andere bende, waaronder mijn overgrootvader, bleef boeren te Zillegem. Grootvader Jan boerde ook maar ondertussen, als 't paste, hielp hij wat op de meulen aldaar. Alzoo is zijn oudste zoon nonkel Petrus meulenaar geworden op de wijk de Leeuw. Het was een stenen meulen, hij staat er nog altijd maar zonder hekkens; ge ziet hem reeds in de verte langs de grote baan van Torhout.

Grootvader Jan had vijf zoons waaronder mijn vader Henri; hij had maar een dochter, mijn tante Lewieze, zij was mij "mette" - meter. Zoals ik reeds zei, nonkel Petrus was meulenaar o de Leeuw, zijn zoon Staf heeft hem als meulenaar opgevolgd; na zijn dood zijn vrouw en dochter nog een tijdetje op het meulenhuis gebleven, daarna hebben zij in de boomgaard een nieuw huis gebouwd. Er wonen daar nu nog Bogaerts maar zij zijn van de vierde "stake" - graad.

Asiel de broer van Staf die getrouwd was met Prudense Verziek maalde op Zillegem plaatse: een stenen meulen op eerden wal; hij is ook al stil gevallen maar hij staat er nog zonder hekkens ... en ge kent dat hé, een meulen die stille valt verslijt veel rapper ... en dat kost veel geld om al dat binnenwerk te onderhouden. Ik peis dat hij geklasseerd is maar ik ben er niet heel zeker van. Wacht een keer, de Bogaert meulenaars zijn er nog niet al; er was nog een derde meulenaar in de familie: Leontiene Bogaert, de dochter van Petrus, was getrouwd met Kamiel Bonte meulenaar te Torhout op de wijk de Korenbloem; er stonden toen nog niet veel huizen in de omtrek. 't Was een houten meulen ... en ja, op de wind wachten werd stilaan een verouderde stiel; zo meulenaar Bonte zette algauw een "viermasiene ja ie", hij stookte zo profijtig mogelijk met vette kolen die goed tegenhouden zodat ze door de "kave" niet vliegen. In 't begin had hij een goede kalandieze maar al de overkant kwam er een nieuwe maalderie en de konkurensie werd te groot. Meulenaar Bonte zei vaarwel aan de meulenaarstiel en nog voor de oorlog 1940-1944 trok de familie naar Frankrijk om te gaan boeren.

Mijn vader Henri Bogaert boerde te Zillegem; in 't jaar 1876 was  hij aldaar getrouwd met Virzenie De Smet, een enige dochter die met haar ouders op een eigen "postje" - doeningstje - van acht gemeten boerde. Zo vader ging inwonen en kwam alzo in een "gestrooide stal"; in zijn vrije tijd ging hij wat helpen op de meulen van zijn ouder broer Petrus. Te Zillegem zijn er vijf kinders geboren: mijn zus Silvie (Mijn zuster Silvie was getrouwd met Staf Jonckheere, in 1919 na de oorlog verhuisde zij naar een groter hofstee van 83 gemeten "het Vroenhof" te Elverdinge), dan volgen Sarel, Kamiel, Riesaar (Saren en Riesaar zijn in 't jaar 1902 gestorven aan de slechte ziekte, de tiefus), Asiel en ik die hier zit. Zuul de jongste, de "schrepeling" van de bende, ben als Eernegemnaar geboren in 't jaar 1897. Hoe dat kwam? dat was alzo gegaan: mijn mette, tante Lewieze, vaders zuster die getrouwd was met Braet, boerde als weduwe te Eernegem op een eigen hofstee twintig gemeten groot. Zij ging algauw rentenieren omdat haar zoon Zuul zou studeren ... zo vader verhuisde met vrouw en kinders naar Eernegem op het hof van tante Lewieze. Jammer genoeg 't viel tegen ... Zuul gaf zijns tudies op ... hij boerde liever ... zo vader werd gedwongen te verhuizen ... nu we gaan daar liever niet over spreken en alles met rust laten.

Vader Henri Bogaert wordt meulenaar.

"Hoe vader meulenaar werd? - 'k Zou hier eerst een woordje moeten zeggen over de meulen van de familie Jonckheere in het Meulendorp te Eernegem. Voor zover ik gehoord heb zou meulenaar Jonckheere hier te Eernegem in de Aartrijkestraat in 't jaar 1857 een stenen muelen en meulenhuis gebouwd hebben; in alle geval de twee gebouwen zijn met dezelfde soort stenen gebouwd en ginder boven op de ijzeren "vlagge" - windwijzer - staat het jaar 1857 te lezen.

Het was een groot schoon meulenhuis voor die tijd; twaalf meter breed achter de straat en tien meter en half diep. Ga maar kijken 't staat er nog, maar 't is nu modern ingericht. Ik zie het nog voor mijn ogen gelijk in mijn kinderjaren: rechts de grote kamer met open haard en een grote zware eiken kasse, al de andere kant van de gang twee kleine slaapkamers; langs achter de vautekamer en al de overkant de grote keuken met de lange tafel; boven op het breed kaveboord telloren en kommen met tekenningen van Napoleon; op de stoof de grote koperen waterketel en kaffiekan en aan de muur het lepelbard met twaalf ronde tinnnen lepels; dat was dan nog àl den ouden antiek.

Wannneer vader meulenaar geworden is en dat huis bewoond heeft? Ja ... dat is eenn heel historie: na de dood van de meulenaar Jonckheere in onze straat heeft de weduwe de stiel voortgezet met haar kinders; Ongelukkiglijk was er te veel schuld gemaakt in de kommersie ... en jammer genoeg ... heel die schone doening werd aangeslegen om de shculden te dekken. Kijk hier kunt gij het lezen in dit proces verbaal van 8 maart 1887 opgesteld door notaris Boedts te Eernegem:

"Een koornwindmolen met huis en "afhankelijkheden", coer en gebouwen, weide en hof, gestaan en gelegen te Eerneghem, rechterlijk arrondissement Brugge, bekend op het kadaster der gezegde gemeente Eernegem onder de sectie C nummes 102e, 102h, 102i, 102k, 102l, voor eene grootte van zes en twintig aren twintig centiarenn...". Eigenlijk werd alles definitivelijk verkocht aan Hypolite Vansielegem notaris wonende te Brugge mits de som van 10.000 fr. boven de lasten.

Enkele jaren later na twee jaar leeggestaan te hebben zou de doening n ogmaals verkocht worden ... en je gaat gaan horen als je lot alzo beschikt is. Op zekere dag zegt boer Staelens van de grote hofstee in de Processiestraat tegen uus vader: - "Bogaert gij moet die meulen kopen ... ge kent de stiel en ge zijt van meulenaarsfamilie ... daarbij gij zijt hier goed gezien en je kunt op mij betrouwen; kijk ik geef ze zes gemeten land in pachte voor je peerd". Dats te verstaan he ieffrouw, een meulenaar moet gars en land hebben om zijn ketsepeerd te onderhouden.

Zo vader liet hem zeggen en trok op 2 april 1903 naar de koopdag te Oostende; de vierde koop: molen en molenhuis werden toegezeid voor 2000 fr.; op het bijhorende land in drie gelijke kopen verdeeld had meulenaar Vannden Driessche geboden. Op de toeslag - 16 april - kocht vader bij samenvoeging de ganse blok: "Een woonhuis met magazijn, koer en peerdestallen, swijnskoten, scheur, wagenkot, "steenen koornwindmolen, stampkot" en verdere gerieven mitsgaders ongeveer zestien aren grond van gebouwen, molenwal, hof en gars ... mits 4.250 fr. en 3.023,50 fr. voor "prijzie der roerende en draaiende werken" van den molen ... en 2.180 fr. voor prijzie der roerende en draaiende werken van het stampkot. Met de onkosten erbij gerekend kwam dit omtrenet op de koopsom van 10.000 fr.

Zo vader was meulenaar geworden half april van 't jaar 1902. onze oudste SIlvie was al getrouwd, Karel en Riesaar waren 't jaar voordien gestorven van de tiefuus, onze Kamiel 20 jaar oud zou ketsen met peerd en wagen om het graan op te halen. Achiel 12 jaar oud bleef thuis van school en ik de jongste was met moeite  5 jaar oud. Ik zou naar de knechteschool gaan, het waren eerste klasse meesters, ik herinner mij nog een vraag van aardrijkskunde "Hoe vaart een schipper van Oostende naar Antwerpen?" Dat was geen boekengeleerdheid zie je wel; wij moesten eerst goed onze eigen streek kennnen. Kijk hier heb ik nog mijn schoolkahier bewaard; regelmatig schuin geschreven he ... jamaar er viel niet te krabbelen met letters gelijk hanepoten.

Ik ging wel gaarne naar school maar ik keek nog veel liever naar het werk van de "meulenscherper" binst dat hij de "rayongs" van de "meulenstenen" aan het kappen was. Och 'k was toch zo geern bij of omtrent de meulen, ja'k ik had een meulen in mijn hert geschreven en 't ronken van de muelenhekkens kon ik niet missen.

't Weet nog heel goed, 't was in september van 't jaar 1914, mijn broer Asiel en ik waren aan 't patatten uitdoen; de wind zat in 't Westen ... al meteens vloog er een brok ijzer met een felle zwaai op het hof. ..."Ho! de meulen valt stil!" Seffens omhoog gekeken. ... "Kijk er is een "hekken" afgevlogen!" Wijnder alle twee op een drafje naar 't hof. ... Vader was al benêen,. Asiel in een vlucht per velo gereden naar de meulenwerker, Bruno De Klerck te Handzame; ik moest eerst ontzeilen en de touwen losmaken, dan de weegaarde van 't hekken uittrekken met repen en laten zakken. Ge verstaat het niet? Zie van onder aan de meulen zit er een ijzeren ringel dweers door de meulen om de "schijfloop" vast te leggen; daar is het waar de "reep" doorloopt om de hekkens te laten zakken.

Meulewerker Klerk was een eerste klasse stielman, ge mocht zekers zijn dat alles in orde kwam als hij vernieuwde, maar er waren toen geen houten hekkens meer, zo noodgedwongen draaiden wij verder met het enige volledige houten hekken, maar wij moesten meer zeil geven.

Als ik mij nog ongevallen herinner? Ja'k en zelfs een groot ongeluk te Eertrijke bij Pollets houten meulen. Ze wrochten aan de meulen, hadden de houten "roën" uitgetrokken maar vergeten de ijzeren plaat vast te leggen. En  daar zie ...gelijk de meulenwerker komt toegelopen naar zijn werk valt de ijzeren plaat eruit ... vlak op hem ... morsdood. Zo je moet naar de reste niet vragen ... ja, ja een meulenaar kan niet voorzienig en oplettend genoeg zijn.

Molens te Eernegem

Waar dat er nog meulens stonden te Eernegem of daar omtrent? Goed zo ... maar we spreken in de tijd van voor de oorlog 1914-1918. Toen stonder er twee meulens tegenover malkaar: ze draaiden wel alle twee op Eernegemse grond maar op de scheiding van de prochie Ichtegem, langs weerskanten van de Meulenstraat. Gustaaf De Cock was meulenaar op de stenen meulen en Lewie Couvreur werkte op de houten meulen.

Nog andere meulens? Ja, ja't in de Westkerkestraat stond Croos houten meulen nevens de brouwerie; Portier was er meulenaar; die meulen is sedert lange jaren verdwenen.

Meulenaar Vanden Driessche had een stenen meulen met zes hekkesn; ja echt waar en gezien ... als kinders konden wij van op de speelplaats de zes hekkens tellen en zien draaien, dat was de enigste meulen met zes hekkens die ik kende.

In de Statiestraat stond Driestje Rommels houten meulen op eerden wal; hij stond vast op vier gemetste stenen teerlingen gesteund door zware eiken balken gelijk blokken.

Langs de Bruggestraat woonde meulenaar Vande Casteele: in een groot onweer werd zijn houten meulen omver gesmeten door de bliksem en afgebrand. Dat was nog voor de wereldoorlog 1914.

Meulenaar de Grijze in de Bruggestraat was toen ook al uitgescheed.

G'hadt dan nog langs de grote Oostende baan, bij café  den Uitl, een houten meulen die verzet werd achter de Moerse kalsijde. Ge moeet weten dat de Moerdijk ligt tussen Eernegem en Moere.

(...)

Vader verongelukt, de molen staat verlaten

"Wanneer ik meulenaarsbaas werd?" - Dat was in het jaar 922 toen ik trouwde met Romanie Sijs,  zes jaar jonger dan ik. Vader verliet voor goed de meulen; mijn ouders gingen inwonen bij mijn zuster Silvie die getrouwd was met Jonckheere en boerde op het groot Vroenhof te Everdinge... daar is vader verongelukt.

't Was september 1932 en Veldfeest op het kasteel, vader had de thuiswacht met zijn dochter Silvie. Opeens was de stier uitgebroken, vader en Silvie probeerden om de wild  geworden stier weer op stal te doen ... een vreselijk ongeluk ... ze werden allebei dood geslegen. 't Was gedaan met de Veldfeeste, heel Elverdinge stond in rep en roer; vader en dochter werden op dezelfde dag begraven ... een onvergetelijke slag voor onze familie.

Ik bleef dan alleen op de meulen; er kwam geweldige konkurensie in het bedrijf, maar we bleven nog met enkele meulenaars voort malen te Eernegem. 'k Moet toegeven dat er na de oorlog in 1918 veel meulens verwoest of verlaten stonden en een meulen die stil valt verslijt heel rap. Sommigte houten meulens werden gezocht voor het schoon eiken en beukenhout; andere verhuisden naar een andner gewest; hier en daar werd een meulen geklasseerd en onderhouden als herinering aan de vroegere bloeitijd van de windmeulens. Met het opkomen van de "bloemmolens" was het afgelopen met de windmeulens; ik heb het stil gelegd in het jaar 1949; Van den Driessche heeft nog een jaar langer gedraaid. Mijn zoon heeft mij als boer opgevolgd; hij maalt nog met een moteur voor eigen gebruik en ook al eens voor een vriend; onze stenen meulen staat verlaten zonder kappe of hekkens. En zeggen daqt onze meulen gelegen is in "het Molendorp"; de stenen meulen van Cock en Couvreurs houten meulen stonden langs de "Molenstraat"; misschien zijn er nog andere namen die aan de vele meulens te Eernegem herinneren".

Literatuur

Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen, nr. 173: Kaart met landerijen van de kartuizers van Brugge, gelegen te Zedelgem, 1761.
Archief Ruimte en Erfgoed - Afdeling West-Vlaanden, Archiefnr. W/00707.
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen, nr. 173: Kaart met landerijen van de kartuizers van Brugge, gelegen te Zedelgem, 1761.
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen, nr. 160: Kaartboek met kadastrale kaarten (Napoleontische periode) van Jabbeke, Sint-Michiels, Sint-Andries, Snellegem, Varsenare, Zerkegem en Zedelgem, 1808-1810.
Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 20: Mutatieschetsen, Zedelgem, 1882/9, 1913/5
L. Bonduel, Het Zedelgem, Veldegem, Loppem en Aartrijke van toen. Een verzameling foto's en prentbriefkaarten aangevuld met beknopte historische gegevens, Brugge, 1983, p. 33.
Boschvogelroute Zedelgem, Aartrijke, s.d., p. 4.
Heirwegpad, Zedelgem, 1980, p. 2.
J. Pollet, Zedelgem van de Vrede van Rijswijk (1697) tot de Vrede van Utrecht (1713), in Zilleghem. Handelingen van de Kring voor heemkunde en geschiedenis Pastoor Ronse, jg. 6, nr. 1, 1985, p. 3-17.
J. Pollet, De nalatenschap van Gelein van Haveskerke, in Zilleghem. Handelingen van de Kring voor heemkunde en geschiedenis Pastoor Ronse, jg. 9, nr. 3, 1988, p. 92-93.
P. Van Vlaenderen & M. Vranckx, Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, 2010
Heirwegpad, Zedelgem, 1980, p. 2.
Luc Devliegher, De molens in West-Vlaanderen, Tielt/Weesp, 1984, p. 416-417 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Jeroen Cornilly, Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 268;
Géry Cappon, De Zedelgemse Dorpsmolen, in: Zedelgems "werkend verelden" in de kijker, Zedelgem, 1997, p. 26-27;
J. Pollet, Molens te Zedelgem in 1809, in: Zilleghem, IV, 1983, p. 23-25;
F. Ronse, Geschiedenis van Zedelgem -Veldegem, Torhout, 1934.
R. Schreel, Zedelgem in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1973;
J. Braet, Oude Claeys-machines op het Klokhof en in de dorpsmolen: Zedelgems 'werkend verleden' in de kijker, Zedelgem, 1997;
Géry Cappon & Marc Ryckaert, De Platsemolen in Zedelgem, in: In de Steigers, 1996, 2, p. 39.
Danny Verhoye, "1914-1918. Ronse's oorlog. De eerste wereldoorlog in Zedelgem en omgeving", Zedelgem, 2014.
Magda Cafmeyer, "Bij molenaar Jules Bogaert, in: Biekorf, LXXXIII, 1983, 2, p. 112-129.

Persberichten
"De oude molens te Zedelgem", in: Brugsch Handelsblad, 6 januari 1973.
NDZ, "Vandalisme", Het Nieuwsblad, 30.04.2012.
DLI, "Radiomakers promoten Belgische molens", Het Nieuwsblad, 12.09.2013.
DLI, "Belgian Mill Award komt naar Lievensmolen Zedelgem", Het Nieuwsblad, 17.09.2013.
DL, "Zendamateurs herdenken Eerste Wereldoorlog", De Weekbode, 19.09.2014.
DLI, "Zendamateurs herdenken WO I", Het Nieuwsblad, 20.09.2014.
Danny Lingier, "Joannes Floré stierf honderd jaar geleden. Zendamateurs eren neergeschoten knecht", Het Nieuwsblad, 24.09.2014.
"Gedenkteken voor neergeschoten molenaarsknecht", De Weekbode, 26.09.2014.
"Mijn overgrootvader verstond de Duitsers niet", De Weekbode, 26.09.2014.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens