Molenzorg
Doel (Beveren-Waas), Oost-Vlaanderen
Naam

Scheldemolen
Molen van Doel
Dijkmolen

Ligging Scheldemolenstraat 6
9130 Doel (Beveren-Waas)

op de Scheldedijk
400 m N v.d. kerk
kadasterperceel B536


toon op kaart
Geo positie 51.314499, 4.264816
Eigenaar Gemeente Beveren
Gebouwd 1614-1615 (hout) / 1835 (steen)
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Kettingkruier
Gevlucht/Rad Geklinknageld, ca. 20.50 m
Inrichting Maakt deel uit van caf?-restaurant De Molen
Toestand Uitwendig hersteld, niet draaivaardig
Bescherming M: monument,
5 november 1946
Molenaar Geen
Openingstijden Enkel de benedenverdieping, open vanaf 11 u., woensdag, donderdag en vrijdag gesloten, tel. 03 575 88 31; e-mail: demolen @ telenet.be (De Molen bvba)
Ten Bruggencatenummer 01424 BIS
<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 17.06.2006  

Beschrijving / geschiedenis

De Scheldemolen of Molen van Doel is een stenen windmolen, type grondzeiler met kettingkruiwerk. Hij staat op de Scheldedijk, in de Scheldemolenstraat nr. 6, op 400 meter ten noorden van de kerk van Doel (een polderdorp waarvan de meeste huizen gesloopt werden omwille van de uitbreiding van de Haven van Antwerpen)

Opmerkelijk is dat de molen niet op de dijk werd gebouwd maar in de dijk geprangd zit. Zijn grondvesten gaan derhalve buitengewoon diep. De dijk werd rond de molen gelegd. Hieruit kan men besluiten dat de molen er stond vóór de indijking van 1614.
Vermoedelijk stond hier al een eerste houten molen, tussen 1567 en de zogenaamde Farneseoverstroming bij het beleg van Antwerpen dat leidde tot de Val van die stad (1585).
In 1614 vinden we de molen vermeld als  de "korenwindmolen van het Kerkengat", op de plaats van het fort  "Kerckengat". Dit fort, met Hollands garnizoen, bestond van 1585 tot 1609.

In 1612 verleende de heer van Beveren de toestemming aan timmerman Judocus Janssens tot de bouw van een korenwindmolen op "Den Doelen" aan de Schelde. De molen werd in vermeld in 1614 bij de herstelling van de dijken, namelijk deze die doorgestoken waren in 1567 en 1585.

We zien de molen afgebeeld op:
- de kaart van Pieter Verbist uit 1656
- Fricxkaart (1712) met de benaming "Moul(in) de Doel"
- Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen
- Atlas der Buurtwegen (ca. 1844)
- Topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
- Kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855)

De molen werd in 1663 verkocht voor 3125 gulden, een hoge som in die tijd. 

De molen was vaak getuige van oorlogsgeweld of werd er soms zelfs in gewikkeld. In 1747 stond aan zijn voet een batterij van 12 Franse kanonnen opgesteld en in 1832 vochten de Hollanders en de Fransen (toegesneld om ons pas gestichte koninkrijk te verdedigen) er om het bezit van de molen tijdens het beleg en de verdediging van het kasteel van Antwerpen.

In 1834 waaide deze om en werd in 1835 herbouwd in steen. Het kadaster maakt melding van een "nouvelle construction d'un moulin à la place d'un autre renversé par un ouragan".

Eigenaars en molenaars

Na 1650 was Gerard Geertsen gehuwd met Elisabeth Jansen, de molenaar. Hij verkocht uit de boedel van Pierijntge Costers op 29 april 1652 een huis in de Noordvoorstraat in Doel. Hij overleed in 1681. Zijn erfgenamen, waaronder zijn broer Abraham Geertsen uit Veere, NL, verkochten zijn windmolen - of het recht op het gebruik ervan - op 23 juni 1681 aan Jacob van Craenenbroeck, ten behoeve van diens broer Jan.
- voor 1834, eigenaar: Van Craenenbroeck-Spaenhoven Jacques, de weduwe, molenarin te Doel
- 19.10.1835, deling: Van Craenenbroeck Jan-Baptist, molenaar te Doel (notaris Goossens - "les oeuvres fixes non détruits d'un moulin à vent")
- 06.07.1855, verkoop: Jacops Paulus Franciscus (gehuwd in Doel op 14 mei 1833 met Janssens Adriana Francisca), de minderjarige kinderen: a) Jacops Paul François en b) Jacops Marie Cécile), te Doel (notaris Goossens)
- 1865, verkoop: (van de grond) Doel, de Administratie van de Polder
- later, eigenaar: (van het gebouw) Jacops Paulus Franciscus, molenaar te Doel (overlijden van Marie Cécile Jacops of verkoop, gift of afstand door Marie Cécile Jacops)
- 31.12.1868, verkoop: (van het gebouw) Thielman-Cools Jean François, molenaar te Doel (notaris Goossens - stenen graanwindmolen)
- 18.01.1873, erfenis: (van het gebouw) Thielman-Cools Jean-Fançois, de kinderen (overlijden van Jean François Jacops)
- 21.04.1882, verkoop: (van het gebouw) Stuer François Aloïs, landbouwer te Doel (notaris Goossens - stenen graanwindmolen palende langs alle kanten den binnenberm en het beloop van de dijk van Doelpolder)
- 04.04.1883, verkoop: (van het gebouw) Mariman-Driesen Eduard, molenaar te Doel (notaris Goossens)
- 25.03.1924, verkoop: (van het gebouw) Mariman Joannes Julianus, molenaar te Doel (notaris Goossens)
- 14.05.1929, verkoop: (van het gebouw) Schuerwegh-Dilles Joseph Leonard, handelaar te Antwerpen (notaris Lesseliers)
- 07.07.1933, erfenis: (van het gebouw) de weduwe en kinderen (overlijden van Joseph Schuerwegh)
- 16.11.1933, verkoop: Herman Eugeen Henri, handelaar te Vrasene (notaris Reusens - het gebouw van een buiten dienst gestelde windmolen)
- 27.06.1947, erfenis: (van het gebouw) de erfgenamen (overlijden van Eugeen Herman)
- 22.03.1948, erfenis: (van het gebouw) Herman-Molenberghs Hendrik, handelaar te Vrasene (overlijden van Dierickx)
- 16.05.1959, verkoop: (van het gebouw) Koninklijke Maatschappij "Touring Club van België", te Brussel (notaris Lesseliers)
- 24.11.1978, verkoop: (van het gebouw) Gemeente Beveren (beslissing burgemeester - inlijving bij het openbaar domein van de gemeente om historische en toeristische redenen - de verpachter is de Polder van het Land van Waas).

Molenaar Jan Juliaan Mariman kocht de molen in 1924 maar liet hem slechts drie jaar draaien. Hij had 17 kinderen en niemand wilde hem opvolgen. Moegestreden tegen de elektrische maalderijen verliet deze molenaarsfamilie de molen. De molen stopte in 1927 definitief met malen en viel ten prooi aan verwaarlozing en plundering.

Jozef Stuerwegh, een handelaar uit Antwerpen, kocht de molen in 1929 aan en wilde hem ombouwen als buitenverblijf. Hij liet de maalstenen en het mechanisme verwijderen, maar zijn overlijden in 1933 doorkruiste de verdere ontmanteling.

Te koop gesteld op 24 november 1933 kwam de molen in het bezit van Herman Eugeen, handelaar te Vrasene. Samen met enkele molenvrienden, waaronder burgemeester Edmond Jonckheere van Doel, zijn schepenen en gemeentesecretaris, alsook Marcel D'Hondt (Gent), P.-J. Boven, Albert Buvé, De Boom, Weyers (Sint-Niklaas), richtte de nieuwe eigenaar een bescheiden folklorenmuseum in met tal van oude voorwerpen en met een enige verzameling van een 200-tal afbeeldingen van verdwenen of nog bestaande molens.

De tweede wereldoorlog kwam en mede de bezetting van de molen door de Duitsers. Zij schonden de oorspronkelijke kap en bouwden een groot cirkelvormig waarnemingspost op het dak. Na de bevrijding van het land en de terugtocht van de Duitsers in september 1944 werd de wachtpost (palende aan de molen) door de Duitsers in brand gestoken, maar de molen zelf bleef gespaard. Toen werd de molen door de Engelse soldatnen van de Britisch Aircraft en de R.A.F. als observatiepost gebruikt voor de verdediging van de Stelde, de stad Antwerpen, de haven en de oevers tegen de V-bommen.

"Jeune", zoals inrichter Eugeen Herman werd genoemd, leefde enkel voor zijn museum, het was zijn enig troetelkind. Voor zijn plotse dood in 1947, maakte hij nog net mee dat de molen op 5 november 1946 beschermd werd als monument. Om uit onverdeeldheid te treden werd de molen openbaar verkocht en kwam in 1948 in het bezit van Henri Herman, broer van Eugeen. Hij erfde met de molen ook de fanatieke liefde voor dit monument. Als vader van een zeer talrijk gezin, richtte hij de lage achterbouw als woning in en bouwde er een ruime gelagzaal aan. Hij vergrootte de verzameling van het museum en was weldra als "Henri van de meulen" wijd en zijd bekend. Met toelagen van openbare besturen, vond een uitwendige restauratie plaats, volpens plannen van architect Fernand Weyers uit Sint-Niklaas en uitgevoerd door molenmaker Mariman van Zele. Helaas, korte tijd na de feestelijkheden, ingericht ter telegenheid van de restauratie, vernam men met ontsteltenis het plotselinge overlijden van de eigenaar.

Weer eens kwam de molen en bijgebouwen onder de hamer, ditmaal op het Vredegerecht van Beveren-Waas, omwille van de minderjarigheid van één van de kinderern. De inzet bleek echter te laag, zodat tijdens een tweede zitting op 16 mei 1959 tot de verkoop zou worden overgegaan. De molenvrienden van de Koninklijke Touring Club van België waren ten zeerste bekommerd om het lot van de molen, niet uit vrees voor verdwijning (de molen was immers beschermd), maar omwille van enkele liefhebbers "voor particulier gebruik". Het was dan  ook met een zucht van verlichting, dat de vrienden van de molen en het toerisme de molen zagen overgaan in het bezit van de Touring Club van Belgiê, die ter zitting was vertegenwoordigd door de eerste ondervoorzitter Coesens.

In 1958 werd een uitwendige restauratie uitgevoerd, met o.m. een nieuw geklinknageld gevlucht. Hierop werden molenfeesten ingericht op 15-17 augustus 1958. De redding door de Touring Club van België werd ook gevierd op 3 april 1960: twee gedenkstenen - ingemetseld in de molenmuur - zijn op die feestadagen ingewijd. Een ervan draagt als opschrift:  "Zeedijkwindmolen / gebouwd 1613-1614, hersteld 1958 / Eigenaar H. Hermans / Architect F. Weyers / Aannemer P. Mariman".

De gemeente Beveren kocht de molen in 1978 aan en liet andermaal een uitwendige restauratie uitvoeren. De molen is nu in gebruik als restaurant. Door een aanbouw kan de molen, een kettingkruier, niet meer draaien. Er is geen binnenwerk meer aanwezig. De molen wordt vaak samen met de wat verderop gelegen kerncentrale gefotografeerd, als een contrast tussen oude en nieuwe technologie.

Niettegenstaande de wettelijke bescherming als monument, is de toekomst onzeker. De Vlaamse regering stemde op 20 januari 1998 in met de aanleg van het Deurganckdok, een nieuw containergetijdendok op de Linkerscheldeoever. Het nieuwe dok moet de Antwerpse haven in staat stellen om de verwachte aangroei van het containervervoer op te vangen. Het is een ingrijpend project: 4,85 km kaaimuren, opgehoogde haventereinen, bedieningswegen en doorgaande verkeerswegen.

Door de voorziene uitbreiding van de Antwerpse haven zal immers het gehele dorp Doel van de kaart worden geveegd. Sinds 31 augustus 2009 is het woonrecht in Doel opgeheven. De molen zal - naast de kerk - behouden blijven, weliswaar met geplande verplaatsing naar de Prosperpolder te Kieldrecht.

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 17.06.2006

<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 17.06.2006

<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Als molenmuseum. Foto jaren 1950.

<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Prentkaart wed. A. Pauls, Doel

<p>Scheldemolen<br />Molen van Doel<br />Dijkmolen</p>

Foto 1987

Aanvullende informatie

De molenaarsfamilie van Craenenbroeck op de Scheldemolen in Doel
Bron: J.M.G. Leune, "Lillo en Liefkenshoek. Repertorium van personen in en nabi deze Scheldeforten 1585-1786, namen C-F", Capelle a.d. IJssel, webversie, januari 2018, p. 153-153.

1. Jacques (Jacob) van Craenenbroeck, kocht op 23 juni 1681 voor zijn broer Jan de windmolen op de Scheldedijk bij Doel (1). Hij woonde 1686 in Doel (2) en bezat samen met Huybrecht Jansen Heyns een schuit. Hij overleed in Doel op 1 april 1704 (3) en trouwde een eerste maal met  Elisabet Rijns, overleden in Doel in 1703. Hij trouwd een tweede keer met  Maria de Vinalmont; zij hertrouwde met Jacob Wullaert (4).
Uit het eerste huwelijk werden geboren (5): 
a. Maria van Craenenbroeck, 8 jaar oud op 13-12-1705.
b. Jacques van Craenenbroeck, 6 jaar oud op 13-12-1705.
c. Jacquemijnken van Craenenbroeck, 9 maanden oud op 14-2-1705.
Voogd van de kinderen was Niklaes van Craenenbroeck.
 
2. Jan van Craenenbroeck (broer van Jacob), molenaar in Doel. Hij overleed in het dorp Doel op 2 mei 1695. Hij trouwde een eerste maal met Barbara de Schrijver en vóór 14 juli 1691 een tweede maal met Cornelia Baltens, dochter van Frans Baltens en Anna de Milt (die in de polder St. Anna-Ketenisse woonden) (6). Zij hertrouwde met Philip Coufrijn (die op 30 januari 1714 in Doel overleed) (7). Zij overleed kort voor 22 maart 1723 (8).

Uit het eerste huwelijk werden geboren (9);
a. Niklaes van Cranenbroeck, uit het tweede huwelijk (met hun leeftijd op 24-3-1696):
b. Maria van Cranenbroeck, 13 jaar. Zij trouwde met Jan Perdaens; zij overl. vóór 21-1-1706 (10)
c. Henderina van Cranenbroeck, 11 jaar. Zij trouwde met Hendrik van Croonenburch.
d. Jan van Cranenbroeck, 9 jaar; zie verder nr. 3.
e. Elisabet van Cranenbroeck, 6 jaar. Zij trouwde met Matthijs Bijschits.
f. Joanna van Cranenbroeck, 4 jaar. Zij trouwde met Jan Pessers.
g. Anna Maria van Cranenbroeck, 2 jaar. Zij trouwde een eerste maal met Pieter Amsens en een tweede maal met Pieter Blom.
Hun voogden waren Jan de Maeyer, Niklaes van Craenenbroeck en Anton Smeyers.
 
3. Jan van Craenenbroeck (zoon van nr. 2), geboren in 1687. Hij trouwde met Apolonia Andriessen. Uit dit huwelijk werden geboren (11): 
a. Jacob Hendrik van Craenenbroeck, zie verder nr. 5.
b. Pieter van Craenenbroeck, zie verder nr. 6.
c. Cornelia van Craenenbroeck.  Hij trouwde met Frans Janssens. Zij was op 26 juli 1782 (toen weduwe) koopvrouw van winkelwaren (12).
d. Gerard van Craenenbroeck, op 1 juli 1776 molenaar te Doel (13)
e. Frans van Craenbroeck leverde op 1 juli 1776 bier en vlees te Doel (14)
f. Jan Jacob van Craenenbroeck trouwde met Joanna Vlymincks (die vóór 16 mei 1768 hertrouwde met Jan Cornelis Michielssens). Uit dit huwelijk werd Maria Catharina van Craenenbroeck geboren. 

4. Jan Francois van Cranenbroek werd in juni 1746 vermeld als bakker te Doel (15). In het boekjaar 1773-1774 ontving zijn weduwe van de diaconie van Liefkenshoek fl. 44 en 16 stuivers wegens het leveren van kleren voor de armenkinderen (16).
 
5. Jacob Hendrik van Craenenbroeck (zoon van nr. 3), bakker en winkelier te Doel; overleden in Doel op 8 juli 1773 (17). Hij trouwde een eerste maal met Maria Francisca van Duyse, overleden te Doel in het kraambed op 12-11-1762, en trouwde een tweede maal vóór 10-10-1764 met Katelijne (ook: Anna Catharina) Raes. Zij hertrouwde met Pauwel Frans Verstraeten.
Uit het eerste huwelijk werden geboren (18): 
a. Jan van Craenenbroeck, 12 jaar oud op 8-8-1763.
b. Pieter Frans van Craenenbroeck, 9 jaar oud op 8-8-1763.
c. Maria Petronella van Craenenbroeck, geboren in november 1762.
Hun voogden waren Pieter Jan van Duyse en Pieter van Craenenbroeck.
 
Uit het tweede huwelijk:
d. Maria Catharina van Craenenbroeck, haar voogden waren Pieter van Craenenbroeck en Piet Gillis; zij trouwde met Jan Frans Waterschoot (19).
 
6. Pieter van Craenenbroeck (zoon van nr. 3), schepen van Doel-Kieldrecht 1770-1784 (20), molenaar. Hij “belastte” de windmolen te Doel op 1 juli 1776 aan zijn broer Gerard (21). In 1780-1781 betaalde de diaconie van Liefkenshoek hem fl. 7 en 15 stuivers wegens geleverd roggemeel voor Jan Janssen de oude (22).
Hij huwde drie keer:
1. in Doel in 1760 met met Catharina (Katelijne) de Nijs, overleden in Doel op 10 maart 1767.
2. met Joanna Aldegonda Verstraeten, dochter van Maria Seps, overleden in Doel op 3 augustus 1774 (23)
3. met Cornelia Andriessens, dochter van Jan Andriessens, geboren in het Hulsterambacht, overleden in Doel op 8 mei 1781 (24).

Uit het eerste huwelijk (met hun leeftijd op 16 mei 1768) (25)  
a. Joanna Jacoba van Craenenbroeck, 8 jaar oud; trouwde met Pieter Janssens.
b. Maria Catharina van Craenenbroeck, 7 jaar oud.
Hun voogden waren Jan Cornelis Michielssens en Jacob Heyndrick van Craenenbroeck.
 
Uit het tweede huwelijk:
c. Jacobus van Craenenbroeck, geboren in Doel in 1773 en overleden in Doel op 13 maart 1813, mulder. Hij huwede in Doel in 1796 met Joanna Maria Spaenhoven, geboren in Doel in 1768 en overleden in Doel op 5 augustus 1843. Haar vader Joannes Henricus Spaenhoven-Stroobant (Doel, 1730-1811) was directeur van de Polder van Doel.
d. Jan van Craenenbroeck.
e. Pieter van Craenenbroeck.
f. Ferdinand van Craenenbroeck.
 
Uit het derde huwelijk (met hun leeftijd op 26-7-1782):
g. Apolonia Cornelia van Craenenbroeck, 6 jaar.
h. Isabella Clara van Craenenbroeck, 5 jaar.
i. Karel Jozef van Craenenbroeck, 1,5 jaar.
Hun voogden waren Pieter Gillis (burgemeester) en Pieter Janssens.

Joanna Maria Spaenhoven, weduwe Spaenhoven van Jacob van Craenenbroeck was  molenaar rond 1830. Bij deling op 19 oktober 1835 kwamde molen toe aan hun zoon Jan-Baptist van Craenenbrouck (+ na 1860), gehuwd met Anna-Catharina Blom (°Kallo 28.01.1791 - +Doel 13.11.1860)

Bronnen
1  RAB, Oud archief van de ambachtsheerlijkheid van Doel-Koeldrecht (DK), inv. 16, fol. 95, 23-6-1681.
2  RAB, DK, inv. 17, fol. 221, 23-8-1686.
3  RAB, DK, inv. 20, fol. 207 v, 14-2-1705.                                                     
4  RAB, DK, inv. 21, fol. 20, 28-6-1706.
5  RAB, DK, inv. 20, fol. 204 en 207 v.
6  RAB, DK, inv. 18, fol. 327, 14-7-1691.
7  RAB, DK, inv. 22, fol. 104, 23-4-1714.
8  RAB, DK, inv. 23, fol. 191, 22-3-1723.
9  RAB, DK, inv. 20, fol. 50 v, 24-3-1696.
10  Idem, fol. 260, 21-1-1706.
11  RAB, DK, inv. 36, fol. 47 v, 22-2-1790.
12  RAB, DK, inv. 33, fol. 114, 26-7-1782.
13  RAB, DK, inv. 32, fol. 45 v, 1-7-1776.
14  Idem.
15  ZA, RB, inv. 278, juni 1746.
16  ZA, RB,. Inv. 278, rekening 1773-1774.
17  RAB, DK, inv. 32, fol. 20 v, 25-9-1775.
18  RAB, DK, inv. 29, fol. 210, 8-8-1763.
19  RAB, DK, inv. 36, fol. 184 v, 15-6-1792.
20  D. Verelst, 1984, p. 380-390.
21  RAB, DK, inv. 32, fol. 45 v, 1-7-1776.
22  ZA, RB, inv. 278, rekening 1780-1781.
23  RAB, DK, inv. 32, fol. 45 v, 1-7-1776.
24  RAB, DK, inv. 33, fol. 114, 26-7-1782.
25  RAB, DK, inv. 31, fol. 1, 16-5-1768.

-----------

Over molenaar Joannes Franciscus Thielman.
Geboren in Doel op 7 februari 1836.
Overleden in Sint-Niklaas op 4 februari 1914.
Hij huwde een eerste maal in Kieldrecht op 11 juli 1868 met Maria Ludovica Cools
Geboren in Kieldrecht op 1 september 1837 en overleden in Doel op 18 januair 1873.
Eén dochter: Camilla Maria Clementina Thielman, geboren in Doel op 22 maart 1870 en overleden in Moerzeke op 19 november 1956.
Hij huwde een tweede maal in Meerdonk op 19 mei 1874 met Joanna De Jonghe, geboren in Meerdonk op 29 augustus 1847 en overleden in 1899.
De ouders van  van Joannes Franciscus Thielman waren: Josephus Thielman, geboren in Doel op 26 mei 1802 en overleden in Kieldrecht op 15 april 1881 en Maria Jospeha Van Laere, geboren in Kieldrecht op 1 oktober 1809 en overleden in Kieldrecht op 12 augustus 1889. Zij waren gehuwd in Kieldrecht op 5 februari 1834 en kregen acht kinderen.

-----------------------

De molenmakersfamilie Mariman in Doel

Eduardus Mariman, molenaar op de Scheldemolen in Doel
* zoon van Joannes Ernest Mariman (Stekene 1797-Sint-Gillis-Waas 1873) en Maria Josepha Huygens (Kemzeke 1816-Sint-Gillis-Waas 1821).
geboren in Stekene op 15 januari 1849
overleden in Doel op 22 juli 1934
gehuwd in Doel op 13 augustus 1873 met Ludovica Driesen
geboren in Doel op 5 augustus 1851
overleden in Doel op 16 april 1922

Uit dit huwelijk werden 16 kinderen geboren, waarvan er liefst 9 binnen het jaar oud stierven.
1. Emilia Francsca Mariman, geboren in Doel op 13 maart 1874.
2. Alfons Jan Mariman, geboren in Doel op 28 mei 1875.
    dagloner, in 1921: werkman, herbergier
3. Delphina Joanna Mariman, geboren in Doel op 30 september 1877, overleden in  Doel op 8 oktober 1877
4. Sylvia Joanna Mariman, geboren in Doel op 11 november 1878, overleden in Doel op 1 januari 1879
5. Mathilde Pauline Mariman, geboren in Doel op 27 december 1879, overleden in Doel op 30 april 1880
6. Eugenie Mariman, geboren in Doel op 30 maart 1881.
7. Jan Andries Mariman, geboren in Doel op 20 augustus 1882, overleden in Doel op 22 maart 1883.
8. Constant Jozef Mariman, molenaar op de Scheldemolen in Doel.
    geboren in Doel op 26 september 1883, gehuwd in Doel op 19 juni 1907 met Jeannette De Cleene (°Doel, 05.07.1886). Dochter: Rachel Gabriël Mariman (°Doel, 16.03.1911, +Doel 12.06.1911).
9. Pieter Andries Mariman, geboren in Doel op 27 augustus 1884, overleden in Doel op 30 september 1884.
10. Petrus Leonardus Mariman, geboren in Doel op 29 juli 1886, overleden in Doel op 25 mei 1887.
11. Joannes Julianus Mariman, molenaar op de Scheldemolen in Doel,
geboren in Doel op 20 februari 1889.
Bleef ongehuwd; dienstplichtig voor de burgerwacht: op 1 april 1935 naar Antwerpen - Oude Vaartplaats
12. Eugenie Esther Mariman, geboren in Doel op 13 april 1890, overleden in Doel op 8 juli 1890.
13. Josephina Amanda Mariman, geboren in Doel op 8 juli 1891, overleden in Sint-Niklaas op 1 juli 1978.
Gehuwd met Jozef Adolf Hertsens, landbouwersknecht, geboren in Doel op 17 mei 1889, overleden in Le Quesnoy (F) op 25 januari 1917. Drie kinderen Hertsens.
14. Willem Constant Mariman, geboren in Doel op 23 juli 1893, overleden in Doel op 19 oktober 1893.
15. Petrus Joannes Mariman, geboren in Doel op 21 maart 1895, overleden in Doel op 7 april 1895.
15. Leonia Josepha Mariman, geboren in Doel op 12 februari 1898.

--------------------------

Lieven Denewet, "Welk doel voor de molen van Doel?" Molenecho's, XXVI, 1998, 1, p. 22.
De Vlaamse regering heeft op 20 januari l.l. ingestemd met de aanleg van het Deurganckdok, een nieuw containergetijdendok op de Linkerscheldeoever. Het nieuwe dok moet de Antwerpse haven in staat stellen om vanaf 2010 de verwachte aangroei van het containervervoer op te vangen. Het is een ingrijpend project: 4,85 km kaaimuren, opgehoogde haventereinen, bedieningswegen en doorgaande verkeerswegen. De kostprijs is dan ook navenant: 13,8 miljard frank. De Vlaamse overheid hoest hiervan 10,8 miljard op. Het project, bestemd als een economische noodzaak voor de haven van Antwerpen, betekent de doodsteek voor het dorpje Doel, net ten noorden van het nieuwe dok. Er zullen 395 hectare grond worden onteigend en er komt een werkgroep die een sociaal en financieel begeleidingsplan moet uitwerken voor de 900 Doelenaars, die "kansen moeten krijgen zich opnieuw te vestigen..." Immers, als het (al bestaande) Doeldok verbonden wordt met de Schelde, dan moet heel het dorp verdwijnen. Daaronder valt ook de parochiekerk, die onlangs voor 38 miljoen frank gerestaureerd werd! (Men werkt thans nog aan het interieur!)
En wat gebeurt er met de windmolen op de Scheldedijk, iets ten noorden van de dorpskom, sinds 1978 eigendom van de gemeente Beveren? Officieel is daar nog niets over medegedeeld. De bekende molen staat er in schril contrast met de nabije kerncentrales en hun enorme stoomwalmende koeltorens. Sinds enkele jaren staat de molen niet meer "op" maar "halfweg" de Scheldedijk, aangezien die nu tot Sigmahoogte (+11 m) gebracht is.
Hoe dan ook, door de ligging van de molen "in" deze dijk en bij de (niet te onteigenen!) kerncentrale, zal hij wellicht behouden kunnen blijven. Of zou het toch niet erg zijn als deze (in 1946) wettelijk beschermde windmolen plaats zou moeten ruimen? Dan zou men hem op een andere plaats kunnen (of moeten!) heroprichten - liefst wederom op de linkeroever van de Schelde - en maalvaardig kunnen restaureren. Momenteel wordt de molen als taverne gebruikt. Er is geen binnenwerk meer (behalve de wiekenas) en aan de noordkant komt een aanbouw voor, zodat kruien uitgesloten is. Aldus zou van de nood een deugd kunnen gemaakt worden...

Vlaams Parlement. Vergadering C236-LEE32. Zittingsjaar 2012-2013. Handelingen Commissievergadering. Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed van 12 juni 2013.
Voorlopige versie
INHOUD
Vraag om uitleg van de heer Jos De Meyer tot de heer Geert Bourgeois, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, over de monumenten van Doel - 1676 (2012-2013) 3

Commissievergadering nr. C236 – LEE32 (2012-2013) – 12 juni 2013 3
Voorzitter: de heer Bart Martens
Vraag om uitleg van de heer Jos De Meyer tot de heer Geert Bourgeois, viceministerpresident van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, over de monumenten van Doel - 1676 (2012-2013)

De voorzitter;
De heer De Meyer heeft het woord
De heer Jos De Meyer:
Minister, de monumenten van Doel zijn al meer dan eens ter sprake gekomen op een vergadering van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed. Op 19 oktober 2011 antwoordde u op mijn vraag om uitleg daarover dat de beschermde molen op de Scheldedijk en het kerkorgel van Doel eigendom waren van de gemeente Beveren. Het beschermde Hooghuis was eigendom van de vzw Hooghuis. Die drie monumenten zouden worden onteigend en verplaatst naar een nog te bepalen locatie, uiteraard bij voorkeur in de gemeente Beveren.
In antwoord op mijn schriftelijke vraag 618 van 22 augustus 2012 werd gesteld dat die onteigeningen nog niet gebeurd waren, en dat er nog geen beslissingen genomen waren over de nieuwe plaats voor de monumenten. De planning en timing van de verplaatsingswerken hingen af van de definitieve goedkeuring en uitvoering van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP).
Nu de Vlaamse Regering bepaalde beslissingen over het GRUP heeft genomen, wil ik u graag wat meer informatie vragen. Welke beslissingen zijn er ondertussen genomen over de nieuwe locatie, planning, timing en kostprijs van de verplaatsingswerken? Indien die beslissingen nog niet genomen zijn, wanneer zullen ze genomen worden? Op welke manier wilt u erover waken dat de culturele en erfgoedwaarde van de monumenten bewaard blijven op hun nieuwe plaats, dus ook wat betreft de toegankelijkheid voor het publiek en de bespeelbaarheid van het orgel?
De voorzitter:
Minister Bourgeois heeft het woord
Minister Geert Bourgeois:
Mijnheer De Meyer, we kennen uw belangstelling voor deze aangelegenheid, die hier inderdaad al ter sprake gekomen is. U hebt uw vraag ingediend op 14 mei. Het zal u bekend zijn dat de definitieve vaststelling van het GRUP door de Vlaamse Regering gebeurd is op 30 april 2013. Pas op het moment dat er een definitieve vaststelling was, was er ook een juridische grond om verder uitvoering te geven aan de voorgenomen intenties. Dat belet niet dat er heel wat voorbereidend werk is gebeurd, maar het is evident dat het onmogelijk is om in een goede maand tijd drie monumenten te demonteren en opnieuw op te bouwen. Daar moet nog een en ander voorafgaandelijk gebeuren.
Er zijn vandaag nog geen definitieve beslissingen genomen over de nieuwe locaties voor het Hooghuis, de dijkmolen en het kerkorgel van Doel. Daarvoor moest de definitieve vaststelling van het GRUP worden afgewacht.
Voor de verplaatsing van het Hooghuis vond op 30 april 2013 de startvergadering plaats onder het voorzitterschap van de door de Vlaamse Regering aangestelde procesmanager voor de Ontwikkeling Havengebied Antwerpen en alle betrokken partners: de eigenaar vzw Casueele, de Maatschappij Linkerscheldeoever, het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, de gemeente Beveren, de Vlaamse Landmaatschappij en het agentschap Onroerend Erfgoed.
Voor het probleem van de herlocatie van het Hooghuis stellen de Studie Ruraal Erfgoed en de studie over Prosperdorp van PT ARCHITECTEN, beide uitgevoerd in 2012, een nieuwe locatie voor buiten de historische kern van Prosperdorp, maar gelinkt aan de poldercontext.
Voorlopig worden vanuit die studies twee zones voorgesteld, namelijk een zone langs de Hertog Prosperstraat en een zone langs de Belgische Dreef. De verschillende actoren zijn het echter nog niets eens over de precieze keuze van de locaties, zodat er nog geen definitieve beslissing kon worden genomen.
Voor de technische modaliteiten voor de effectieve verplaatsing van het Hooghuis is de beslissing genomen om een bestek op te maken in functie van de aanstelling van een ontwerper. Daarbij zal de eigenaar vzw Casueele optreden als opdrachtgever en zal mijn administratie alle nodige ondersteuning bieden bij de opmaak van het bestek. Het aan te stellen bureau zal als opdracht krijgen om de modaliteiten van de verplaatsing van het Hooghuis uit te tekenen en een raming op te maken voor de demontage, het transport en de heropbouw en restauratie.
Ondertussen is ter voorbereiding van die externe opdracht al een volledige fotogrammetrische opmeting van het Hooghuis uitgevoerd door de afdeling Algemene Technische Ondersteuning (ATO) van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW).
Ook voor de dijkmolen liggen op dit moment nog meerdere scenario’s voor de toekomstige locatie op tafel. In dat dossier is het vooral de gemeente Beveren, die eigenaar is, die een cruciale rol heeft. De toekomstige bestemming van de molen zal immers medebepalend zijn voor de nieuwe locatie. Voor de demontage en de heropbouw van de molen is er nog geen precieze raming. Er zijn wel cases uit het verleden die inzicht kunnen geven in de te verwachten kosten. Ook hier werd door mijn administratie al de vraag gesteld aan de afdeling ATO om van de molen reeds een volledige fotogrammetrische opmeting uit te voeren.
Het orgel van Doel is eigendom van de kerkfabriek en neemt door zijn omvang en opstelling een behoorlijk volume in beslag. Bij een herbestemming moet er dus een ruimte zijn met een voldoende diepte die de opstelling met een vrijstaande speeltafel mogelijk maakt, ook voor de plaatsing van de originele windvoorziening in een achterliggende ruimte.
Het aantal kerken in Vlaanderen dat een dergelijk orgel kan plaatsen, is eerder beperkt. Ook hier is er een onderzoek bezig voor mogelijke locaties. Mijn administratie doet dat, en er zijn al een aantal doorlichtingen gebeurd van kerken, maar er is nog geen optie voor de meest aangewezen locatie. Voor het opmaken van een raming voor de verplaatsing moet een onafhankelijk orgeldeskundige worden aangesteld zodra de nieuwe locatie gekend is. Ook hier heeft mijn administratie aan ATO gevraagd om een fotogrammetrische opmeting van het orgel te maken. Het agentschap Onroerend Erfgoed zal de juridische procedure van de verplaatsing van de drie beschermde monumenten via wijzigingsbesluiten voorbereiden zodra de geschikte nieuwe locaties gekend zijn.
De procesmanager van de Ontwikkeling Havengebied Antwerpen heeft bij beslissing van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 de opdracht gekregen om een convenant af te sluiten met betrekking tot de restauratie en de herbestemming van Hof ter Walle te Kieldrecht, de verplaatsing van het Hooghuis, de molen en het kerkorgel van Doel. Op 30 april en ook op 6 juni 2013 heeft de procesmanager overlegd met de betrokken overheden, om die opdracht van de Vlaamse Regering uit te voeren.
Gelet op de verschillen in timing en aanpak voor de vier monumenten, is het nu al duidelijk dat er vier afzonderlijke convenanten zullen moeten worden gemaakt op maat van het betrokken monument. De volgende vergadering vindt plaats op 11 september 2013. Dat betekent niet dat de procesmanager stilzit, want er wordt ondertussen gewerkt in werkgroepen specifiek met betrekking tot elk van die monumenten.
Zoals u weet, heeft de regering op 22 juli 2011 over het maatschappelijk meest haalbaar alternatief beslist dat de instantie die de gronden zal ontwikkelen, met name de Maatschappij Linkerscheldeoever of het Gemeentelijk Havenbedrijf, moet instaan voor de middelen die nodig zijn voor de gedocumenteerde en oordeelkundige ontmanteling van de monumenten en de heropbouw ervan. Ik ga er ook van uit dat alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid zullen nemen in dit dossier.
Het is evident dat ik als minister bevoegd voor het onroerend erfgoed en het toerisme er mij ten volle bewust van ben dat het tot mijn taak behoort om te waken over het behoud van de culturele en erfgoedwaarde van de betreffende monumenten en over het belang van een herbestemming in functie van de beleving van deze monumenten door het grote publiek.
Daarom heb ik mijn administratie gevraagd om alles juridisch voor te bereiden zodat de drie monumenten ook op hun nieuwe locatie het statuut van beschermd monument blijven hebben.
Tevens zal ik, via permanente terugkoppeling met het agentschap dat het volledige proces van demontage en verplaatsing zal begeleiden, erop toezien dat er bij bepaling van de nieuwe locatie voldoende rekening wordt gehouden met de contextwaarde van het monument en de toegankelijkheid en ook de zichtbaarheid voor een ruimer publiek. Wat die toegankelijkheid voor het publiek betreft, wil ik u erop wijzen dat de Vlaamse overheid geen eigenaar is van deze monumenten en dat de bestemming, in casu de herbestemming van een monument een keuze is van de eigenaar. Uiteraard mag de inrichting tot deze nieuwe bestemming geen afbreuk doen aan de erfgoedwaarden van het monument.
Het Hooghuis is privébezit, dus heb ik als minister geen inspraak in de toekomstige bestemming en de toegankelijkheid van dit monument, maar mijn administratie zal erop toezien dat de herbestemming de erfgoedwaarden respecteert. De Dijkmolen is eigendom van de gemeente Beveren, en ik zal met de gemeente overleggen om een gepaste nieuwe bestemming te vinden, en ik zal er ook naar streven dat de molen in de toekomst toegankelijk is voor het publiek.
Het kerkorgel is eigendom van de kerkfabriek. Het zal worden ondergebracht in een andere kerk. Het orgel zal voor en na even zichtbaar en toegankelijk zijn als dat nu het geval is. Maar voor het orgel – dat zult u van mij aannemen – is het zo dat daar primordiaal de bespeelbaarheid een grote rol speelt. Het heeft geen zin om ergens een plaats te vinden waar het orgel in een akoestisch slechte ruimte zit of in een ruimte waar het niet in kan. Dat is een absolute prioriteit, uiteraard niet alleen in liturgische vieringen maar ook liefst door inschakeling in concertcycli of in het muziekonderwijs. Ook hier zal mijn agentschap de nodige expertise leveren.
De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord
De heerJos De Meyer:
Minister, bedankt voor uw uitgebreid antword. Ik zal dat uiteraard verder bestuderen, en ik veronderstel dat u er geen enkel probleem mee hebt om mij het voorbereidende antwoord ter beschikking te stellen.
Minister, ik had uiteraard niet verwacht dat u vandaag bezig zou zijn met het verplaatsen van de monumenten, aangezien de beslissingen zo recent zijn genomen, laat dat duidelijk zijn.
Maar het is wel zo dat de inhoud van het GRUP specifiek voor het dorp Doel niet zo verrassend is. Integendeel, het ligt een beetje in de lijn van alle vorige beslissingen. Het is duidelijk dat er in het GRUP elementen waren die meer verrassend waren dan dit onderdeel. Maar daar gaan we het hier natuurlijk niet over hebben. Ik denk dat het geen onredelijk verwachtingspatroon van mij was als ik dacht dat de administratie al iets verder stond met het voorbereidend werk voor die elementen die haast zeker waren.
Het is bijzonder goed dat er over de beslissing overleg gebeurt met de gemeente Beveren, zoals u in uw antwoord ook al zei. Dit is uiteraard essentieel en evident.
Minister, is het uw ambitie om gedurende deze legislatuur, waarin u de bevoegdheid hebt van Onroerend Erfgoed, verdere beslissingen te nemen? Zo ja, over welke elementen? Het is evident, minister – ik hoef u dat niet te vertellen –, dat ik dit dossier met grote belangstelling verder zal opvolgen.
De voorzitter
Minister Bourgeiois heeft het woord
Minister Geert Bourgeois:
Ik moet kijken in de richting van het procesmanagement. Ik denk dat het mogelijk moet zijn dat de convenanten toch op een relatief korte termijn gesloten worden. Als het daarop aankomt, is het antwoord ja.
De bescherming op de nieuwe locatie zal afhangen van het materiële proces. Het zal een tijd duren. Ik durf er niet op te antwoorden. Stel dat het orgel binnen enkele maanden verplaatst is, zou je een nieuw beschermingsbesluit kunnen nemen. Zolang het Hooghuis echter niet heropgebouwd is, kun je geen nieuw beschermingsbesluit nemen op de nieuwe locatie. Ik moet op dat vlak dus antwoorden in de voorwaardelijke zin. Het hangt af van heel veel zaken die nu nog niet gekend zijn.
Ik ga ervan uit dat de convenanten op een redelijke termijn kunnen worden gesloten. Die beslissing zal ik dus kunnen nemen. De rest zal afhangen van de materiële uitvoering. Het Hooghuis volledig en vakkundig afbreken, deskundig stockeren, heropbouwen enzovoort: dat zal niet op twee, drie maanden worden afgesloten.
De voorzitter
De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer:
Minister, ik dank u voor uw engagement.
Voorzitter: we zullen te gepasten tijde verder discussie voeren over dit interessante onderwerp.
De voorzitter:
De vraag om uitleg is afgehandeld.

-----

Literatuur

Archieven en landkaarten
- Rijksarchief Beveren, Oud archief van de ambachtsheerlikheid van Doel-Kieldrecht, inv. 15, fol. 12 (verkoop door Gerard Geertsen uit de boedel van Pierijntge Costers van een huis in de Noordvoorstraat in Doel, 29.04.1652)
- Rijksarchief Beveren, Oud archief van de ambachtsheerlijkheid van Doel-Koeldrecht, inv. 16, fol. 95 (verkoop door de erfgenamen van Gerard Geertsen aan Jacob van Craenenbroeck van zijn windmolen op de Scheldedijk bij Doel, 23.06.1681).
- Rijksarchief Gent, - 065 - 434 (Kaartenverzameling - Figurative kaert van 't Land van Waes ende Hulster Ambacht alsmede de rivier de Schelde, door Pieter Verbist, 1656.(Gegraveerde kaart. Gelijmd op linnen. Afkomstig uit het archief van de Sint-Pietersabdij te Gent,69 x 74 cm.)
- Universiteitsbibliotheek Gent, Kaartzaal, Kaart nr. 0468. [Blinde kaart van de streek gelegen tussen Hulst, Lillo, Antwerpen, Temse, Lokeren en Moerbeke] [S.l : s.n.], [18e eeuw], 1 krt.: kopergravure, zwart; 31,5 x 42,3 cm. Geen schaal; Geen legende; Drie windrozen; De namen van de lokaliteiten werden met potlood aangeduid.
- Fricxkaart (1712)
- Ferrariskaart (ca. 1775)
- Atlas der Buurtwegen (ca. 1844)
- Topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
- Kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855)

Werken
- Lieven Denewet, "Welk doel voor de molen van Doel?", in: Molenecho's, XXVI, 1998, nr. 1, p. 22.
- Albert Buvé, "Doel en zijn oude windmolen", in: Touring Club de Belgique, XLI, 1935, p. 22-26.
- M. Dewulf, "Molenzorg in het Land van Waas", in: Annalen van de Oudheidkundigen Kring van het Land van Waas, LXXIII, 1970, afl. 1-2, p. 53-68.
- J.M.G. Leune, "Lillo en Liefkenshoek. Repertorium van personen in en nabi deze Scheldeforten 1585-1786, namen C-F", Capelle a.d. IJssel, webversie, januari 2018, p. 153-153; namen G-K, Capelle a.d. Ijssel, webversie, januari 2018, p. 16-17.
- A. Demey, "Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Sint-Niklaas, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 7N1 (B-L)", Brussel - Gent, 1981.
- P. Boven, "Doel en de molen", in: De Autotoerist, LXV, 1959, p. 8-11;
- J. De Wilde, "De molen van Doel, zijn historiek", in: Natuur- en Stedenschoon, XIII, 1934, p. 136-138;
- Pieter Bernaey, "Molen van Doel", Het Land van Beveren, II, 1959, 3, p. 96.
- Wim Nys, "Tinnen schotels uit molen van Doel", Het Land van Beveren, L, 2007, 1, p. 66-67.
- Luc Goeminne, "Reactie op de redactie: stenen molens", Het Land van Beveren, XXII, 1939, 4, p. 136.
- Herman Cools, "Reactie op de redactie: de molen van Doel", Het Land van Beveren, XXIII, 1980, 1, p. 47-48.
- W. Smet, "De windmolens in het Waasland", Nieuwkerken-Waas, 1974.
- W. Smet, "Kijk op het Waasland", Nieuwkerken-Waas, 1977, p. 17-66.
- Albert Buvé, "Doel. Ongewone dorpskom. Historische windmolen. De slag bij Doel", in: Annalen van de Oudheidkundigen Kring van het Land van Waas, 1960, p. 237-; overgenomen in: Toerisme in Oost-Vlaanderen, XI, 1962, p. 42-44.
- Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985.
- Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
- H. Holemans, "Perikelen rond de molen van Doel in 1928" in: Ons Molenheem, 1995, nr. 3, p. 21.
- "Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963).
- Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-E", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1998.
- H. Van Averbeke: "De Molen te Doel (prov. Oost-Vlaanderen) Een bladzijde uit zijn geschiedenis. (Portret van een draaiende molen)", in: Natuur- en Stedeschoon, jg. 54 (1985), nr. 4 (juli-aug.), p. 28.
- G. Kockelberg, "De Scheldemolen - Te Doel", in: Ons Molenheem, 1983, nr. 3 (sept.), p. 6-7, ill.
- J.M.G. Leune, "Lillo en Liefkenshoek. Repertorium van personen in en nabij deze Scheldeforten 1585-1786, namenn G-K", Capelle a.d. IJssel, webversie januari 2015, p. 16.

Persberichten
Y. V[rebos], "Vereniging komt op voor molen". Gazet van Antwerpen, 06.02.2007.
MTM, "Windmolen in Doel mag niet verdwijnen", Het Nieuwsblad, 08.02.2007.
Wim Dehandschutter, "Beslissing over Saeftinghedok pas na 2009", in: Het Nieuwsblad, 05.10.2007.
"Groot deel van Doel nog dit jaar onder sloophamer", in: Gazet van Antwerpen, 15.08.2007.
KD, "Huisbewaarder Doel mag blijven", Gazet van Antwerpen, 17.03.2009.
STB, "Patrimonium Doel", Het Nieuwsblad, 30.03.3009.
"Drie gebouwen blijven zeker", Het Nieuwsblad, 28.08.2009.
"'Huurovereenkomst met gemeente loopt tot 2015'. De Molen", Het Nieuwsblad, 27.08.2009.
MB, "Toekomst Doelse monumenten erg onzeker", in: Waaskrant.be, 13.11.2009.
JEDR, "Gemeente verkoopt patrimonium in Doel", Het Nieuwsblad, 07.07.2010.
"Beveren verkoopt gemeentelijke eigendommen Doel", Gazet van Antwerpen, 27.07.2010.
"Geen toekomst voor Doel als kunstenaarsdorp", Gazet van Antwerpen, 27.10.2010.
Jos De Meyer & Hans Knop, "CD&V : Geen toekomst voor Doel als kunstenaarsdorp", Persbericht, 28.10.2010.
BLG, "Doel wordt geen kunstenaarsdorp", Het Nieuwsblad, 29.10.2010.
Michiel Bral, "Beveren bouwt erfgoedsite en toeristisch infocentrum. Historische gebouwen in Doel verhuizen", Het Nieuwsblad, 04.11.2010
PVL, "Marc Van de Vijver Burgemeester. Wij wachten af", Het Nieuwsblad, 14.06.2013.
Paul Van Landeghem, "Hooghuis al zeker naar Prosperpolder. Monumenten verhuizen", Het Nieuwsblad, 14.06.2013.
PVL, "Marc Van de Vijver Burgemeester. Wij wachten af", Het Nieuwsblad, 14.06.2013.
PVL, "Landbouwers Prosperpolder krijgen zware rekening", Het Nieuwsblad, 22.10.2014.
"Landbouwers zien akkers omgezet in bouwgrond: heffingen tot 700.000 euro", Het Laatste Nieuws, 22.10.2014, p. 10.
PKM, "Beveren/Kieldrecht/Doel. Vlaamse overheid slaat mea culpa voor aanslagbiljetten", Het Laatste Nieuws, 23.10.2014.
DGS, PVB, GJS, "Havenuitbreiding is doodvonnis voor Scheldedorp Doel", Het Nieuwsblad, 05.05.2015.
Pieter Van Vaerenbergh, "Te koop: kerkorgel van 6 meter hoog uit bedreigd dorp", Het Nieuwsblad, 26.04.2016.
PKM, "'Boomhuthoeve' ingepakt met petitie", Het Laatste Nieuws, 06.03.2017.
Kristof Pieters, "Hooghuis verhuist naar Prosperpolder. "Boomhuthoeve" moet plaats ruimen voor ander monument", Het Laatste Nieuws, 03.03.2017.
PKM, "Kortgeding om Hooghuis van sloop te redden", Het Laatste Nieuws, 16.03.2017.
Kristof Pieters, "Procedureslag om ons schade toe te brengen. Rechter vaardigt afbraakverbod uit voor Hooghuis", Het Laatste Nieuws, 25.03.2017.
Kristof Pieters, "Rechter verbiedt afbraak Hoog Huis. Vonnis doorkruist snelle aanleg Saeftinghedok", Het Laatste Nieuws, 06.02.2018.
Kristof Pieters, "Doel 202 in beroep tegen bouw 'containertoren': "Toren is storend in het landschap", Het Laatste Nieuws, 12.10.2018.
DVK, "Doel 2020 gaat in beroep tegen uitkijktoren in polder, volgens schepen is dit dan weer "de schaamte voorbij", Het Nieuwsblad, 11.10.2018.

Mailberichten
Monica Dhondt, 10.01.2018.


Laatst bijgewerkt: donderdag 18 oktober 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens