Molenzorg
Dikkelvenne (Gavere), Oost-Vlaanderen
Naam

Tarandusmolen
Molen 't Hogervuren

Ligging Provinciebaan 22
9890 Dikkelvenne (Gavere)

grens met Beerlegem
kadasterperceel A757


toon op kaart
Geo positie 50.911781, 3.718748
Eigenaar Sylvan Deseure, Werken
Gebouwd 17de eeuw / 1771
Type Staakmolen, later stenen grondzeiler
Functie Korenmolen, oliemolen
Kenmerken Zetelkap, later op flenswielen
Gevlucht/Rad Verwijderd in 1967
Inrichting Verwijderd, bezat drie steenkoppels.
Toestand Dichtgelegde molenromp
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
13.10.1986
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Foto: Denis Van Cronenburg, Gentbrugge, 08.06.2014  

Beschrijving / geschiedenis

Ligging
De Tarandusmolen van Dikkelvenne (Gavere) is gelegen aan de Provinciebaan nr. 22 (het molenaarshuis op nr. 24), op de grens met Beerlegem (Zwalm). Lambertcoördinaten: 50° 54' 45.61" N  3° 43' 20.35" E; kadasterperceel: Gavere, Afdeling 5 (Dikkelvenne), Sectie A nr. 757 A.
Hij staat op 65 meter boven de zeespiegel, het hoogste punt van de fusiegemeente Gavere, met uitzicht op de Zwalmstreek, Oudenaarde en Gent.
Aan de straatzijde, op ca. 30 meter ten oosten van de molen staat nog het voormalig molenaarshuis. Het heeft vijf traveeën en anderhalve bouwlaag en werd na 1918 vernieuwd. Het is opgenomen in het beschermd dorpsgezicht en in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.

Benamingen
De actuele benaming Tarandusmolen is gebaseerd op de naam van het gehucht. Op de hoek van de Beerlegemse- en Provinciebaan staat nu nog café Tarandus, die al op de kaart van Vandermaelen (ca. 1850) wordt aangeduid onder de benaming "ten Tarandus Cab(aret)". De naam heeft mogelijk een anekdotische oorsprong, met name een "rangifer tarandus" of een rendier.
De vroegere en nu vergeten molennaam 't Hogervuren ('t Hoogerveuren) wijst op een hoger gelegen plaats (op de kaart van Vandermaelen uit ca. 1850: "'t Hooger Vuern M(oul)in").
In de 17de eeuw geven archiefbronnen de benaming molen ter Varent. Hierbij dienen we wel een onderscheid te maken met de gelijknamige molen van Beerlegem op dezelfde heuvelrug. Deze staakmolen bestond al van voor 1503, was eigendom van de heren van Beerlegem en werd in 1917 door de Duitsers gesloopt.
Op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) komt de benaming "Steen molen" voor.

Oprichting
De machtige heren van Gavere, die ook over Dikkelvenne heersten, lieten op de Varenkouter in de 17de eeuw een windmolen bouwen. Dat blijkt uit een rekening van de heerlijkheid van Gavere, bewaard in het Algemeen Rijksarchief Brussel: "le molin à vent au village de Dickelvenne, nouvellement erigez au lieu le Varent".
Aanvankelijk was de Tarandusmolen een houten graanwindmolen. In 1771 werd hij herbouwd als een stenen graan- en oliewindmolen van het type grondzeiler. Aan de zuidzijde vormen smeedijzeren gevelankers dat jaartal. Daarmee behoort de Tarandusmolen tot de oudere stenen bovenkruiers van ons land. Bij deze omvorming was er geen octrooi vereist, zodat hierover niets terug te vinden is in het fonds Financiële Raad in het Algemeen Rijksarchief Brussel, waar de oprichtingsoctrooien van molens tussen 1734 en 1794 worden bewaard. Op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, de zogenaamde Ferrariskaart, van ca. 1775, zien we de Tarandusmolen reeds in zijn nieuwe gedaante getekend, met het symbool van een stenen windmolen, onder de benaming Moulin de Dickelvenne.

Opeenvolgende eigenaars
Tot bij de verkoop als nationaal goed door de Fransen rond 1800, behoorde de Tarandusmolen toe aan de opeenvolgende heren van Gavere. In de 17de eeuw gaf N. van der Schelden namens de heer van Gavere de nieuw opgerichte molen voor negen jaar in pacht voor 72 Vlaamse ponden per jaar aan Balthazar van der Zwaluwen. De molen was op het einde van de 18de eeuw nog eigendom van Pignatelli, laatste heer van Gavere. Pachter in 1798 was Pieter Antoon Piers
De molen werd door de Fransen als nationaal goed verkocht. Koper was Frans De Waele (1748-1830) uit Paulatem, gehuwd met Bernadina De Potter. Hij was, als zoon van Judocus De Waele (1705-1782) en Philippina D'Hondt (+1781), een gefortuneerde landbouwer. Bij onderhandse akte van 11 oktober 1838 werd de molen verkocht aan Anna Maria De Bisschop (1784-1862), weduwe van landbouwer Jan Baptist De Clercq. Tien jaar later kreeg Seraphien De Clercq-De Waele de molen toebedeeld. Zij kwamen over van Scheldewindeke om de molenaarswoning te betrekken.
Hun twee dochters, Alida (1847-1918) en Marie De Clercq (1851-1912) huwden beiden in hetzelfde jaar 1870 met twee broers De Saegher uit Bottelare: Alida met Carlos De Saegher (1845-1909) en Marie met Valère De Saegher (1849-1929). De toewijzing van de molen ten gunste van het tweede genoemde koppel voltrok zich in 1871. Hun dochter Valentine De Saegher (1874-1932) huwde haar achterneef Oscar De Saegher (1871-1939), notaris te Bottelare. Ze erfden de molen in 1929. Dochter Lucienne De Saegher (1898-2001) zou meer dan honderd jaar worden. Ze trouwde in 1924 met Hubert Pede (1898-1965), notaris, schepen van Bevere bij Oudenaarde en raadslid van de provincie Oost-Vlaanderen. Ze verkregen de molen in 1939 in volle eigendom. De weduwe en de kinderen Jean en Monique Pede erfden in 1965 de molen. Eén van hen, Jean Pede (°1927), was notaris te Bottelare (1954-1981) en was een bekende liberale politicus: burgemeester van Bottelare (1959-1976) en van Merelbeke (1977-1982, 1989-1994), Belgisch senator (1971-1995), Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ruimtelijke Ordening (1985-1988) en voorzitter van het Vlaams parlement (1981-1985, 1988).
De familie Pede verkocht de molen in 2008 aan Dr. Carlos De Wandel uit Dikkelvenne.
Sylvan Deseure uit Werken werd in 2014 de nieuwe eigenaar.

Lotgevallen van de molen
Reeds voor 1821 werd de olie-inrichting verwijderd.
De molen werd op 21 april 1821 geschat op een belastbaar inkomen van 121 gulden.
Achter de molenaarswoning werd in 1849 de nog bestaande hangar opgetrokken.
In augustus 1905 werd een landbouwersdochterje doodgeslagen door een draaiende molenwiek. De knecht van de vader van het meisje had haar meegenomen met de kar. Terwijl hij met de molenaar een praatje maakte, gebeurde het onheil.
In 1911 werd een technische aanpassing uitgevoerd om de molen naar de wind te richten, met de aanbreng van acht gietijzeren kruirollen van het systeem Baerdeman uit Velzeke.
In de eerste wereldoorlog geraakte de molen erg beschadigd.
De molen draaide tot in de jaren 1950.
De molen werd rond 1974 ingericht als een soort buitenverblijf (met o.m. waterleiding en elektrische leiding), maar de inhoud werd kort daarna vernield door jeugdige vandalen.
De roeden werden in 1967 en de drie steenkoppels met hun gaande werk in 1975 verwijderd.
In januari 1977 verrees naast de molen een hoge metalen pijler. Dat verwekte heel wat commotie, gevoed door de schending van het landschap en het militair geheim dat rond die toren zweefde. Aanvankelijk wilde de plaatser, het Nationaal Geografisch Instituut (tot in 1976 het Militair Geografisch Instituut) er geen gegevens over kwijt. Het Centrum voor Streekvalorisatie van Baaigem plande op 13 februari 1977 een optocht vanuit de kerk van Beerlegem naar de toren en iedere zondag zouden bussen met toeristen vanuit Baaigem de toren komen bewonderen... Onze vereniging Molenzorg vzw richtte een bezwaarschrift aan het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Ook van officiële zijde kwam er reactie: het Staatssecretariaat voor Streekeconomie en Ruimtelijke Ordening diende eveneens klacht in tegen de schending van het landschap. Het Ministerie van Landsverdediging liet onze vereniging Molenzorg vzw  weten dat de pijler door het Nationaal Geografisch Instituut werd opgericht voor de uitvoering van een reeks geodetische metingen voor de basiskaart van België en dat deze constructie na de beëindiging van de opmetingen in juni 1977 volledig gedemonteerd zou worden. Wat ook gebeurde.
In 1980 werd op de steenzolder brand gesticht, die de staande as gedeeltelijk verschroeide. Gelukkig kon het vuur gedoofd worden.
Op 13 oktober 1986 werd de molen door Gemeenschapsminister Patrick Dewael beschermd als monument en samen met zijn omgeving als dorpsgezicht. Toen was de molenkap nog geheel aanwezig. Het verval sloeg steeds harder toe (o.m. door de vrije regeninval doorheen de open windvensters), tot van de molenkap vrijwel niets meer overbleef.
Rond 2000 contacteerde de familie Pede de gemeente Gavere en de provincie Oost-Vlaanderen met een aanbod de molen te verkopen. De gemeente Gavere liet weten niet over de vereiste financiële middelen te beschikken. De provincie Oost-Vlaanderen had toen problemen  met zijn eerder verworven molens, die maar moeizaam maalvaardig hersteld geraakten. Op initiatief van de Oost-Vlaams gedeputeerde Jean-Pierre Van Der Meiren werd in 2004 zelfs een herbestemming aangevraagd, om de molen niet als windmolen te restaureren, maar in een uitkijktoren om te vormen. Onze vereniging Molenzorg Vlaanderen vzw heeft daar krachtig tegen geprotesteerd.
In 2008 kwam de molen in het bezit van Dr. Carlos De Wandel uit Dikkelvenne. Hij beoogde een maalvaardige restauratie. Molenbouwer Peusens Dirk bvba uit Merelbeke voerde in mei 2011 instandhoudingswerken uit, waarbij een beroep werd gedaan op de onderhoudspremie van de Vlaamse Overheid. Hij demonteerde het resterende binnenwerk en de resten van de kap en bracht een noodkap aan. 
Sylvan Deseure uit Werken, eigenaar sinds 2014, beoogt een stapsgewijze, maalvaardige restauratie.

Op 21 februari 2015 werden twee pletstenen en de doodsbedsteen van de verdwenen Westbroeckmolen aan de Waremgemseweg in Wortegem-Petegem, overgebracht naar de Tarandusmolen van Dikkelvenne. Deze stenen, die opgegraven werden door de huidige bewoner van het Westbroeckhof ,hebben een diameter van 1,7 meter en een dikte van 42 cm, 15 en 28 cm. 

Technische beschrijving (voor de demontage)

A. Staande werk

Kuip.
Deze molen heeft een zeer soliede, destijds witgeverfde kuip met een binnenwerkse basisdiameter van 6,20 m. Bovenaan bedraagt deze ca. 3,35 m. Er is nog één ingangsdeur langs de noordzijde. De oostelijke toegangsdeur is dichtgemetseld. Ook het gelijkgrondse raam is dichtgemaakt.
De steenzolder heeft vier ramen met segmentbogen en de luizolder twee.
Er zijn ijzeren raamprofielen.
Boven het jaartal 1771, in ijzeren ankers, is een kleine nis gemaakt, waarin een beeldje staat van de H. Jozef met het kindje Jezus.

Kap
Aanvankelijk was de kap bedekt met gekliefde eikenhouten schalies, later met roofing. Zij is, ofschoon vrij rond, toch Oost-Vlaams van vorm. Het lijkt mogelijk dat de kapvorm enigszins werd gewijzigd op het ogenblik dat het kruiwerk ingrijpende veranderingen onderging.

Kruiwerk, gewijzigde zetelkap.
Oorspronkelijk had deze molen een zetelkap met hoogstwaarschijnlijk slechts één spruit en een aan een balk of eg opgetrokken staart. Er zaten toen wellicht twee ijzeren wielen in de plaat tussen de daklijsten onder de windpulm en onder de pinnebalk. Bovendien waren er ter weerszijden van de kap 2 olmen wieltjes tussen de roosterhouten, hetgeen aan de asgaten te zien is. Leverde dit systeem problemen op? Was het versleten? In elk geval werd dit kruiwerk gewijzigd volgens de methode die molenmaker Baerdeman uit Velzeke had bedacht. Onder de omloop van de kap werden 8 ijzeren wielen met flenzen vastgevezen: namelijk twee wielen vooraan en twee achteraan onder de daklijsten en daar tussenin nog eens vier wielen. Deze wielen hebben een diameter van 30 cm en ze zijn 10 cm breed. De flens is 2 cm hoog en 1 cm dik. Deze wielen lopen op een ijzeren spoor dat aan de binnenkant, aan de zuidoostzijde van de molen de vermelding draagt "Osnabrück 1911". Of dit vernieuwde kruiwerk voor of na de eerste wereldoorlog is aangebracht valt moeilijk te zeggen.
Een gelijkaardig systeem bestaat in Mullem (1904), Schelderode (1907), voorheen te Oordegem (in 1910 overgebracht naar Sint-Denijs, aldaar ondertussen vervangen) en Outrijve (heropbouw in 1923, mogelijks tweedehands).
Waarschijnlijk is naar aanleiding van deze wijziging in het kruiwerk ook een grote spruit aangebracht, die doorheen de hele molenkap loopt. Er kwamen dan ook twee lange zwepen of schoren bij.
In Dikkelvenne bleef de zeteling, namelijk berries, stijlen en ijzeren ringen, bestaan. Het dak bleef dus in hoogte verstelbaar. Aangezien het grootste gewicht op de zetel blijft drukken, werden slechts 8 wielen geplaatst en geen 14, zoals b.v. in Schelderode en 13 in Mullem en Outrijve.
Voor het aanbrengen van het spoor werd de kuip ongeveer 25 cm verlaagd. Een staande ring was overbodig en ontbreekt dan ook. De daklijsten zijn van olmenhout.
De staart werd opgetrokken door een stang aan een eg van ijzeren I-profielen, waaraan de benen vertrokken boven de daklijsten en naar buiten toe op de korte spruit lagen.
Kruilier.
Houten klos met een gietijzeren raderwerk. De lier had een zwengel. Er waren loopschoren.

B. Draaiende werk

Gevlucht en askop.
Het in 1967 verwijderd gevlucht had geklinknagelde ijzeren Verhaeghe-roeden. Er waren 31 scheden per einde. Het was ca. 25 meter lang.
In de zware eiken as zit een gietijzeren insteekaskop met asgaten van 75x52x33 cm, gegoten door Sabbe-Maselis uit Roeselare.

Meelvloer
Op de begane grond was reeds in de jaren 1970 alle gaande werk verdwenen.

Steenzolder.
De drie steenkoppels werden in 1975 weggehaald. De staande as werd in 1980 onderaan door brand verschroeid en is in mei 2011 gedemonteerd.

Luizolder.
Op de staande as zat tot 2011 alleen nog de bonkelaar van de vroegere intreklui. Hij heeft 23 beuken kammen.

Wielen en gelopen
Het gedemonteerde spoorwiel heeft 58 beuken kammen met een steek van 13 cm. Het vangwiel, dat oorspronkelijk een armwiel was, behoort tot de grootste van Vlaanderen. Het heeft op de 4 loeten acht driehoekige velgstukken. Er zitten 57 beuken kammen in met een steek van 14,9 cm. Door blootstelling aan regeninslag doorheen de open windvensters geraakte dat wiel, samen met de hele voorkant van de as, in zeer slechte staat. De licht conische bovenschijfloop heeft 32 beuken spillen.

Overbrengingsverhouding.
Sinds de verwijdering van de lantaarns in 1975 kan de overbrengingsverhouding niet worden bepaald. Destijds zaten hier spillegelopen in waarvan wij, uit geheugen, aannemen dat er 23 staven in zaten. Zodoende zou de overbrenging - gemiddeld - 57/32 x 58/23 = 4,49 bedragen hebben.

Vang
Op het vangwiel lag tot 2011 een olmen vangplank. De vangbalk werd opgetrokken door middel van een trommel. Op oude foto's zien we een buitenvangstok. De sabel was van hout.

Molentechnisch belang
De Tarandusmolen is technisch waardevol. Hij behoort tot de oudste stenen windmolens van ons land. Er is een constructieve evolutie van zetelkap naar paternosterkruiwerk. De grote "wielen" onder de kap (systeem Baerdeman uit Velzeke), met behoud van de zeteling, zijn hierin een soort tussenfase. Van dit soort bestaan er nog slechts vier in heel Vlaanderen.

De molenaarswoning
De huidige molenaarswoning ligt aan de straat en is oostelijk van de molen gelegen, op het kadasterperceel A759a en werd rond 1850 gebouwd.
De eerste molenaarswoning stond er achter. Zijn grondvesten zijn nog aanwezig. Dat huis is al te zien op de Ferrariskaart van ca. 1775 en werd dus vermoedelijk samen met de stenen molen gebouwd. Het staat er aangeduid in het rood (dus in baksteen) en heeft een rechthoekige vorm met een dito uitstulping in het noordoosten. Dezelfde vorm is ook te zien op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) en de kaart Vandermaelen (ca. 1850).
Op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855) zien we dezelfde constructie. Aan de straatzijde is echter een nieuw rechthoekig volume zichtbaar, de huidige molenaarswoning, die dus rond 1850 werd gebouwd. Na 1914 vond een vernieuwing plaats.

Lieven DENEWET, Herman HOLEMANS & Paul BAUTERS

<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Foto: Philippe De Zitter, 10.08.2008

<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 29.12.2008

<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Foto: Collectie Nelly Sonneveld

<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Foto uit 1935 (coll. Frederik Dhondt)

<p>Tarandusmolen<br />Molen 't Hogervuren</p>

Verzameling Ons Molenheem

Aanvullende informatie

Rijksarchief Gent, Toegang 85, Land van Gavere, Rekening, 17de eeuw.
"De Balthazar van der Zwaluwen au nom de N. van der Schelden, auquel Son Exc., est accordé enferme et cense le molin à vent au village de Dickelvenne, nouvellement erigez au lieu dict le Varent, pour ung terme de neuf ans, au rendaige de sextante huict livres de gros Flandres par an".

Gewestelijke Directie van het Kadaster te Gent. Gemeente Gavere. Uittreksel uit het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Dikkelvenne, 21 april 1821.
"Il y a deux moulins à vent dans la commune de Dikkelvenne, que l'expert estime d'égale valeur. A défaut de baux il a pris des informations pour établir la valeur locative, près des habitants des communes voisines, les comparant avec les moulins à vent des communes du Canton de Maria-Horebeke, déjà cadastrés, et qui servent également comme les susdits à moudre du blé. Il est d'avis qu'ils doivent être portés à un revenu brut de fl. 150."

De Denderbode, 27 aug 1905. Ongeval. Klap van molenwiek. "Het dochterke van eenen landbouwer te Dikkelvenne, dat nabij eenen draaienden windmolen speelde, werd door één der wieken aan het hoofd getroffen en doodgeslagen. Dit gebeurde terwijl de knecht van des meisjes vader, die het op zijn kar had meegenomen, een praatje met den maalder voerde."

GG, "Een monument staat nooit alleen", Het Volk, februari 1977.
"Gent. - Dit plaatje kan het Ministerie van Kultuur best opnemen in zijn komende uitgave van de brochure 'een monument staat nooit alleen' die volledigheidshalve nog niet werd geklasseerd.
Naast een molen uit de jaren 1700 plaatste het Militair Geografisch Instituut een metalen toren die meteen de hele omgeving en het glooiende landschap van de Scheldevallei ontsiert te Gavere-Dikkelvenne.
In kunstkringen van het dorpje Baaigem is men over deze 'landschapsvloek' niet te spreken.
Een aktie wordt overwogen, maar hoe genaakbaar het Militair Geografisch Instituut is, is meer dan een open vraag.
Deze 'kemel' toont eens te meer aan dat de diensten voor monumenten en landschappen wel degelijk meer personeel en armslag zouden kunnen gebruiken.
Gisteren werd bekend dat het staatssekretariaat voor Streekekonomie en Ruimtelijke Ordening klacht heeft ingediend tegen de schending van het landschap. Op het Militair Geografisch Instituut mag men de bestemming van de toren niet bekendmaken. (Foto G.G.)"

DD, OG, "Betoging tegen militaire toren", De Standaard, februari 1977.
Dikkelvenne (Gavere). - De inwoners van Dikkelvenne, Baaigem, Beerlegem en omstreken uitten steeds luider hun verbolgenheid over de plots verrezen toren vlak naast een nog niet geklasseerde 17de-eeuwse molen, langsheen de Hundelgemsesteenweg te Dikkelvenne.
Het betreft een realizatie van het Militair Geografisch Instituut dat echter de bestemming van de toren niet mag prijsgeven. Een militair geheim dus. De toren werd er in alle geheimzinnigheid zonder boe of ba neergezet en staat er nu enkele weken, zeer storend temidden het landelijk karakter van de streek.
Onder impuls van het Centrum voor Streekvalorizatie uit Baaigem wordt nu een aktie op het getouw gezet om alvast eventuele verdere militair-mysterieuze plannen te voorkomen en om onder de druk van de bevolking en van het Staatssekretariaat voor Ruimtelijke Ordening een ontmanteling van het eerste eksemplaar te forceren.
Op zondag 13 februari zal daartoe worden gemanisfesteerd, vertrekkend van aan de kerk van Beerlegem, "van waaruit men ziet wat voor een zonde daar is bedreven".
In Baaigem overweegt men alle toeristen per bus naar Dikkelvenne te verrplaatsen om elk weekeinde weer opnieuw "de schandvlek" aan de kaak te stellen. (dd/og).

DD, "Baaigem. Vechten om streek schoon te houden. Tegen het rooien van knotwilgen, de vuilniskoker tegen de kerkmuur en de geheimzinnige militaire toren", Het Nieuwsblad, 03.02.1977.
Baaigem-Gavere. - Het centrum voor streekvalorisatie te Baaigem blijft in een permanente strijd gewikkeld tegen de verloedering van het landschap. Naast zijn eigen deur ziet het tegen de geklasseerde muur van de kerk plots een betonnen afvalbak geplaatst, haast elke dag moet het alarmerende berichten over het omhakken van knotwilgen verwerken en momenteel wordt het gekonfronteerd met een toren die het Militair Geografisch Instituut in korte tijd en zonder boe of bah liet optrekken langsheen de Hundelgemse steenweg te Dikkelvenne.
Die toren wordt steeds meer mensen een doorn in het oog. Hij werd in een mum van tijd opgericht en staat er nu reeds enkele weken. Maar niemand weet waartoe hij dient.
Volgens de geografische diensten van het leger staat die toren geklasseerd onder het wachtwoord "consigne", wat betekent dat de bestemming ervan niet mag worden meegedeeld. M.a.w. een militair geheim.
Het gemeentebestuur van Dikkelvenne kreeg destijds enkel het bericht dat het stuk privé-grond naast een oude maar nog niet geklasseerde molen, militair domein was geworden.
Voor de rest moest iedereen met lede ogen toezien hoe het landschap werd geschonden. Dus zonder dat de mensen die er wonen weten waarom hen dat wordt aangedaan. Met veel geduld kan men eventueel van de dienst topografie van het ministerie van Openbare Werken vernemen hoe hoog die toren in feite is.
Dagelijkse strijd
Enkel gewapend met veel goede wil en wilskracht vinden de mensen van het centrum voor streekvalorisatie de plotse inplanting van die militarie toren een ontmoedigende ervaring. Zij willen gaan protesteren, vooral omdat zoiets in de toekomst niet meer zou gebeuren, want het besef is groot dat die toren er staat en zal blijven staan. Al klinkt één stem onvervaard: "Niks tegen te doen, ik vertik het".
Met blinde kracht wordt daar in Baaigem ingebeukt tegen alles wat het landschappelijk karakter van de streek wil verstoren. Tegen sterke machten moet dat entoesiasme het afleggen, in de details ziet het kans te triomferen. (...) - (dd)
(Bijschrift foto) Het militair Geografisch Instituut zette temidden de landelijke soberheid van Dikkelvenne een toren waarvan niet mag worden meegedeeld waarvoor hij dient. - (o.g.)

DD, "Toren Dikkelvenne slechts tijdelijk. Opmetingen voor kaart van België", Het Nieuwsblad, 07.02.1977.
Dikkelvenne (Gavere) - De toren die onlangs in opdracht van het Nationaal Geografisch Instituut werd neergezet langsheen de Hundelgemsesteenweg te Dikkelvenne wordt nog in juli of augustus van dit jaar volledig afgebroken wanneer de nodige opmetingen zijn verricht voor de aan gang zijne herziening van de basiskaart van België.
Onze eerste informatie vanwege het Geografisch Instituut luidde dat de bestemming van die toren niet mocht worden meegedeeld.
Daarop reageerde het Centrum voor Streekvalorizatie uit Baaigem verontwaardigd en plande een protestbetoging op 13 februari eerstkomend.
Direkteur-generaal Verberkt van het Geografisch Instituut meldde ons gisteren telefonisch dat de oprichting van de toren volledig is geschied volgens de wettelijke procedure en dat het bovendien een werk van openbaar nut betreft, aangezien de basiskaart voor 90% dienstig is voor de burgers.
Verberkt: "Sinds juni van vorig jaar is het statuut van ons instituut veranderd. In plaats van militair werd het nationaal Geografisch Instituut. De toren in Dikkelvenne dient enkel voor opmetingen en heeft niets te zien met militaire operaties."
Volgens de direkteur-generaal was de ideale plaats voor de toren een 100-tal meter verderop dan waar hij nu staat, maar dat kon niet omdat daar een open stort is gelegen en opgravingen aan de gang zijn. (dd)
(Bijschrift foto) Het militair Geografisch Instituut zette temidden de landelijke soberheid van Dikkelvenne een toren waarvan niet mag worden meegedeeld waarvoor hij dient. - (o.g.)

Mailbericht van Jan Van de Velde, De Pinte, 17.06.2015.
Afstammeling van eigenaar de Waele
Ik ben een afstammeling van de vroegere eigenaar Frans de Waele. Hij was de zoon van Joos de Waele en Philippa Dhondt. Dit echtpaar had dertien kinderen waarvan vijf zonen. Minstens drie ervan waren gehuwd. Ik stam af van de tweede zoon, Constantinus (+1791), die getrouwd was met Livna van Poucke, dochter van Adriaan, een notabele van Beerlegem. Frans was hun vierde zoon.

Literatuur

- Archieven en gedrukte bronnen
Gewestelijke Directie van het Kadaster te Gent. Gemeente Gavere - afd. Dikkelvenne
Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, de zogenaamde Ferrariskaart, ca. 1775.
Molenzorg Vlaanderen vzw, briefwisseling, 1977 en 2004.
Popp-kaart en legger van Dikkelvenne (uit de "Atlas cadastral parcellaire..."), ca. 1850.
Rijksarchief Gent, Toegang 85, Land van Gavere, (eind 15de eeuw) 1531-1796 (ca. 1820).
Vrienden van het Kadaster te Gent, documentatiemappen (privaat bezit).
Rijksarchief Beveren, Scheldedepartement, nr. 5869: schets van de stenen windmolen te Dikkelvenne op 20 roeden land, eigendom van Pignatelli, gepacht door Pieter Antoon Piers (21 fructidor 6 of 7 sept. 1798)(mededeling G. Souffreau, Woubrechtegem)

- Mondelinge bronnen
Mailbericht van Sylvan Deseure (Werken), 21.02.2015.
Mailbericht van Jan Van de Velde, De Pinte, 17.06.2015.

- Literatuur
Baele Rita, Hoeves, herbergen en molens te Zwalm, De Zwalmgalm, II, 1997, 3, p. 4-6.
Bauters Paul, Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen, Gent, Provinciebestuur, 1985, p. 231-233.
Bauters Paul, Oostvlaams molenbestand 1986, Gent, 1986, p. 111 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
Bogaert C. & Verbeeck V., Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Destelbergen - Oosterzele, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N2, Brussel - Turnhout, 1989.
De Potter F. & Broeckaert J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 2 (met Dikkelvenne); deel 3 (met Gaver), Gent, 1864-1870.
De Smet A., Dikkelvenne vroeger en nu, Zingem, 1983.
(Smet L.), Dikkelvenne. (Gavere). "Tarandismolen"-molenromp, in: Molenecho's, V, 1977, p. 9-10, 36.
Holemans Herman, Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-E, Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1998, p. 35-36.
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Tweede aflevering. De arrondissementen Eeklo en Gent, in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2, p. 68-69 (Gent, 1962).
Van de Velde Frydda, De verdwenen molens van Beerlegem, in: De molens van Zwalm, Zwalm, Heemkundekring De Zwalm, 2010, p. 30-37.
Vandeputte Julien Th., De molens van het arrondissement Oudenaarde. Uit hun geschiedenis, Oudenaarde, 1974, p. 104.
- Persberichten
De Denderbode, 27 aug 1905, p. 13 (klap van molenwiek).
DD, "Baaigem. Vechten om strreek schoon te houden.Tegen het rooien van knotwilgen, de vuilniskoker tegen de kerkmuur en de geheimzinnige militaire toren", Het Nieuwsblad, 03.02.1977.
DD, "Toren Dikkelvenne slechts tijdelijk. Opmetingen voor kaart van België", Het Nieuwsblad, 07.02.1977.
DD, OG, "Betoging tegen militaire toren", De Standaard, februari 1977.
HGG, "Een monument staat nooit alleen", Het Volk, februari 1977.
Herregodts Dieter, T"arandusmolen wacht op restauratie. Omvorming van stenen windmolen tot uitkijktoren is niet eenvoudig", Het Nieuwsblad, 25.02.2004.
- Elektronische bronnen
www. didier-snauwaert.be/beerlegem.htm
ww. geneanet.org (genealogische gegevens van de opeenvolgende eigenaars).
www. molenechos.org / Belgisch Molenbestand.
www. wikipedia.org (over de naam Tarandus, over Jean Pede). 


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens