|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Hoolstmolen werd voor het eerst vermeld in een schepenakte uit 1289 waarin de molen als grenspunt werd aangeduid van het voogdijgebied Balen, Mol, Dessel. Wellicht is de Hoolstmolen ouder, vermits hij behoorde tot de goederen van de abdij van Corbie. Deze Franse abdij bezat reeds in de achtste en negende eeuw uitgebreide goederen in de Kempen. Uit andere documenten blijkt dat deze molen (evenals de watermolen van Scheps) een banmolen was, d.w.z. dat de omwonenden verplicht waren hun graan op deze molen te laten malen. Vanaf de Middeleeuwen tot ongeveer 1780 is de geschiedenis van Hoolstmolen vrij duister. Wel zijn vanaf 1472 de opeenvolgende eigenaars en pachters vrij goed gekend. In 1565 werd de molen door brand vernield, maar werd voor 1573 weer opgericht. De houten dakconstructie dateert samen met het oorspronkelijk houten, nu bakstenen molengebouw met pannendak uit de 18de eeuw of vroeger. Uit die periode dateert ook grotendeels het nog complete roerende werk met de houten raderen, het olieslagwerk en de graanmolen met frontale opstelling van de twee koppels maalstenen. Recenter zijn het ijzeren waterrad, van 1914, en het betonnen sluiswerk, van omstreeks 1940.In 1812 was de Hoolstmolen voor de helft eigendom van het Norbertinessenklooster van Herentals en voor de andere helft van het armenbestuur van Balen. Deze laatste verkocht de molen in 1829 aan H.J. Swinnen-Lommen. De molen blieef in handen van deze familie tot hij door erfenis toekwam aan de familie Swinnen. Later ging de molen, eveneens door erfenis, over in het bezit van de familie Vaes, aan wier nakomelingen hij nu nog toebehoort. In de periode l800-1861 werd de molen opeenvolgend verpacht aan verschillende molenaars die echter, gezien de minder goede gang van zaken, nooit voor langere perioden de molen bemalen. Sinds 1861 kwam de familie Van Elsen in het bezit van de molen, met als eerste Petrus Van Elsen, geboren te Westerlo. Bij zijn dood in februari 1894 volgt zijn zoon Karel hem op. De zonen van Karel staan hem bij in zijn werk tot hij rond de eeuwwisseling stopt met malen. Vanaf dan zetten Karels zonen Fons, Jef en Vic het werk verder. Fons trekt na zijn huwelijk met Leonie Cuypers naar de windmolen (Koningsmolen) te Lommel en vandaar naar de watermolen te Meerhout. In 1930 overleed Karel Van Elsen. Vic Van Elsen bleef op Hoolstmolen tot 1994, dan vertrok hij naar Straalmolen samen met zijn vrouw Isabelle Geyskens. Isabelle kookt het potje voor Vic op Straalmolen en hielp vrijgezel Jef Van Elsen bij het malen op Hoolstmolen. In 1957 kreeg Isabelle echter last van het meelstof en werd alzo gedwongen om met haar werk te stoppen; hierdoor stopt Jef Van Elsen eveneens met het malen op de molen en trok mee naar Straalmolen. Bij het vertrek van Jef heeft Karel Van Elsen, een zoon van Fons Van Elsen, de molen nog een tijdje bemaald. In 1967 werd er echter volledig gestopt met malen op de molen. Dan blijft het een hele tijd rustig rond Hoolstmolen tot in 1982 een groep vrijwilligers werk beginnen te maken met de restauratie van de molen, zowel de graanmolen als de slagmolen. Op 27 februari 1983 werd door deze groep de vereniging "Molenvrienden Balen - Olmen" opgericht; welke de molen weer volledig maalvaardig maakten. Tot 1911 waren er nog twee houten waterraderen in gebruik. Thans is er één plaatstalen onderslagrad in gebruik, met een diameter van 1,8 meter, een breedte van 0,9 meter en met 48 schoepen. In de jaren 1914-1919 werd het houten gebouw vervangen door het huidige stenen gebouw. Deze werd op 12 januari 1987 beschermd als monument en samen met de omgeving als dorpsgezicht. De korenmolen heeft een koppel kunststenen van 1,4 meter en een koppel kunststenen (motoraandrijving) van 1,2 meter, beide met zwaaipandscherpsel. Verder is er een sleepluiwerk en een haverpletter. De olieslagerij wordt door hetzelfde onderslagrad aangedreven en bestaat uit een kollergang, fornuis (vuister) en een slagbank. Een hoogtepunt vormde ongetwijfeld het bezoek door koning Boudewijn aan de Hoolstmolen in 1984. In zijn kersttoespraak van 1983 had hij aandacht gevraagd voor het vrijwilligerswerk. Hierop werd gereageerd door één van de Balense molenvrienden, prompt kwam er een antwoord en bracht de molen in juli 1984 een bezoek.

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 01.04.2009

Foto: François Gijsbrechts, Linkhout, 2008

Kollergang oliemolen. Foto: Luk Van Elsen.

Foto: Archief Gazet van Antwerpen (anno 1954)

Toestand rond 1900. Foto coll. Rob Simons
Literatuur
H. Holemans & P.J. Lemmens, "Molens der Noorder- en Oosterkempen", Nieuwkerken, 1980, p. 18, 20; Frans J.B. Dirks, "Watermolens van de provincie Antwerpen", Antwerpen, 1990, p. 20-26; F. Kemps, "De Balense Molens", Balen, 1937, p. 5-10; F. Kemps, "De molens van Balen: de watermolen van Hoolst", in: De Zuiderkempen, IX, 1940, nr. 2-3, p. 19-29; F. Kemps, "De watermolen van Hoolst te Balen", in: De Belgische Molenaar, jg. 52, nr. 4 (13 febr. 1957), p. 50-52; jg. 52, nr. 5 (25 febr. 1957), p. 73-74; jg. 52, nr. 6 (9 maart 1957), p. 92-94; Roger Knaepen, "Mol-Balen-Dessel 1559-1795", Mol, Lions Mol-Geel, 1982, p. 384-390; André De Craen, Louis van Genechten & Luc Snijders, "Balense Geschiedenis - De molens van Balen", Balen, 1985; Lieven Denewet, "Drie werkende watermolens in Balen (prov. Antw.): een unicum in België", in: Molenecho's, XVII, 1989, p. 157; F. Brouwers, "De toekomst van een verleden. Levende molens in de provincie Antwerpen", s.l., Levende Molens Werkgroep Kempen-Antwerpen, (1997); Frans Keersmaekers, "Molens in het Land van Ham. De geschiedenis der wind-, water-, stoom-, vuur- en elektrische molens in het Land van Ham en omliggende", Ham, Heemkunde Ham, 1998, p. 49-50; François Jennen, Geschiedenis van Hoolstmolen", in: 't Schreneel, 1993 en 1994; W. Sannen, "Restauratiewerken aan Hoolstmolen van 1979 tot 1987", in: 't Schreneel, VIII, Sint-Blasius 1991, p. 107-114, ill.; Lucien Van Craenendonck, "Molens", p. 15-20; Paul Hendriks, "De watermolens. 2. Balen", in: P. Hendriks & R. Hoeben, "Provincie Antwerpen wind- en watermolens", p. 26; "De Hoolstmolen te Balen bedreigd", in: Natuur- en Stedenschoon, jg. 18, nr. 7, juli 1939, p. 105-106; E. D(e) K(inderen), "Onze aandacht ten volle waard: de Hoolstmolen en het Topmolentje te Balen", in: De Belgische Molenaar, jg. 75, nr. 4 (22 febr. 1980), p. 53-55; Bert Raeymaekers, "Molenbrochure Balen-Olmen", Balen, Heemkundige kring Balen-Olmen, 1980; "De watermolen te Baelen", in: Natuur- en Stedenschoon, jg. 18, nr. 8-9 (aug.-sept. 1939), p. 119-120; "Hoolstmolenfeesten 1986", in: "Levende Molens", jg. 8 (1986), nr. 6, p. 41; F. Dirks: "De Hoolstwatermolen te Balen (prov. Antwerpen). (Portret van een draaiende molen)", in: Natuur- en Stedeschoon, jg. 54 (1985), nr. 6 (nov.-dec.), p. 21-22, ill.; "Molenhoogdagen in het verschiet", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 3, p. 19-20, ill.; Els De Kinderen, "Koning Boudewijn bezocht Hoolstmolen te Balen-Olmen", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 7, p. 49-50; nr. 8, p. 59; nr. 11, p. 81, ill.; B. Raeymaekers, "Reconstructie van Hoolstmolen omstreeks 1845", in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 2, Sinte-Cecilia (1984), p. 50-60, ill.; J. Swinnen, "De slagmolen van Hoolst, situatie na de restauratie", in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 2, Sinte-Cecilia (1984), p. 65-67, ill.; B. Raeymakers, "Jaarverslag van de Vereniging 'Molenvrienden Balen-Olmen' 1982-1983, in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis, m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 1 , Kerstmis 1983, p. 64-66; "Hoolstmolen te Balen maalvaardig!", in: Levende Molens, jg.5 (1983), nr. 4, p. 81-82, ill.; "Tentoonstelling Hoolstmolen: enig", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 8 (augustus), p. 164-165, ill.; F. Kemps, "De Hoolstmolen te Balen", in: "Ons Molenheem", jg.31, 2006, nr. 2, april-juni, p.35-43. Els De Kinderen, "Heden en verleden: unieke Hoolstmolen te Balen", in: De molenaar, weekblad voor de graanverwerkende en veevoederindustrie, CIV, 2001, nr. 24, p. 63.
|