Molenzorg
Deerlijk, West-Vlaanderen
Naam

Molen Ter Geest en te Zande
Molen Declercq

Ligging Waregemstraat 478
8540 Deerlijk

ten zuidoosten
hoek met Geeststraat
2,3 km ten O v.d. kerk
kadasterperceel B50


toon op kaart
Geo positie 50.861874, 3.384225
Eigenaar Familie Declercq
Gebouwd 1768 / 1800 / 1888
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Witte romp; metalen gaanderij
Gevlucht/Rad Geklinknagelde ijzeren roeden, fabr. Verhaeghe - Ruddervoorde (uit 1952, nrs. 1273-1274), 24 meter
Inrichting Drie steenkoppels; olieslagerij op het gelijkvloers
Toestand Maalvaardig maar buiten werking
Bescherming M: monument,
14.04.1944 en 21.04.1993
Molenaar Jules Declercq (op rust)
Openingstijden Op afspraak, tel. 056 71 15 96 - 077 01 61 192 (P. Declercq), e-mail: declercq-molen@telenet.be
Ten Bruggencatenummer 06537
<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De stenen molen "Ter Geest en Te Zande" is een stenen stellingmolen, ingericht als koren- en oliemolen, aan de zuidoostzijde van de Waregemstraat (nr. 476), op de hoek met de Geeststraat.

De molennaam werd gegeven door de heemkundige Leon Defraeye en is samengesteld uit de namen van twee oudere molens. Enerzijds de staakmolen Ter Zande die voor het eerst vermeld werd in 1675 (op de kaart van de heerlijkheid Sint-Pieters) en verdween in 1888, en anderzijds de oliemolen Ter Geest die in 1768 opgericht was. In de volksmond wordt hij ook wel "Klerksken molen" genoemd naar de eigenaar Declercq. Het "bevallig draaiende gebouw", zoals de molen in de dichterlijke taal wel eens wordt genoemd, kijkt sierlijk en statig op de Molenhoek neer. Een monument om trots op te zijn. Daarom is de molen sinds 1986 's nachts verlicht.

De molen was vroeger afhankelijk van de aloude heerlijkheid Ter Geest en kent een bewogen voorgeschiedenis.

Op deze plek werd in 1768 een houten oliewindmolen gebouwd, "oliemolen Ter Geest". Balthasar Lamelin had daartoe op 28 oktober 1767 het octrooi verkregen van de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia.

We zien de molen aangeduid op:
- Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen op teerlingen
- topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
- kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855)

In de Gazette van Gend van 12, 16 en 26 april, alsook 10 mei 1792 verscheen de volgende verkoopsadvertentie: "Op 20 april, 4 en 18 mei 1792 wordt in Harelbeke, in de herberg de Maagd van Gent, publiek verkocht: een wel-beklante oliewindmolen, staande in Deerlijk langs de grote heerweg van Kortrijk naar Waregem, samen met een gerieflijk molenhuis, schuur, stalling en andere edificiën, alsook nog medegaande 2 bunder 12 honderd zaailand, bos en meers, dit alles geregeld in vier kopen of loten; actuele pachter is Petrus Jacobus David, “by tacite reconductie” (de jaarpacht bedraagt 35 £ gr. courant). Inlichtingen bij griffier Reynaert in Anzegem".

Blijkens een advertentie in de "Gazette van Gend" van 10 en 24 maart 1796 werd op 13 maart 1795 in de herberg van sieur De Veugel in Harelbeke openbaar verkocht, in tien verschillende kopen : een welbeklante, schone oliewindmolen, staande in Deerlijk langs de grote heirweg van Kortrijk naar Waregem, met een zeer gerieflijk molenhuis, schuur, stalling en andere edificiën, met 5 bunder 10 honderd lands onder zaailanden, een hofstedeken, meers en bos, dit alles gelegen omtrent de voornoemde molen. Actuele pachters zijn Andries Callens, Judocus de Craene en anderen (totaal van de jaarpacht : £ 57-8-4 gr. courant). Inlichtingen bij griffier Reynaert in Anzegem.

Deze oliemolen waaide om in 1800 tijdens een hevige orkaan en werd herbouwd.

Eigenaars:
- begin 19de eeuw: familie Declercq, Deerlijk
- voor 1834, eigenaar: Declercq-Rimmerie Leo, molenaar te Deerlijk
- 19.06.1860, verkoop: de weduwe en de kinderen (overlijden van Leo Declercq)
- 19.05.1877, erfenis: de kinderen: a) Declercq Aloïs, b) Declercq Lucie, c) Declercq Camille en d) Declercq Jules (overlijden van de weduwe Rimmerie van Leo Declercq)
- 15.06.1896, deling: Declercq-Bruneel Jules Auguste, landbouwer te Deerlijk (notaris Masselus)
- 03.12.1933, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Jules Declercq)
- 12.01.1936, deling: a) de weduwe (voor vruchtgebruik) en b) Declercq-Naert Abdon Camiel Gerard (voor naakte eigendom), handelaar te Deerlijk (notaris Dufaux)
- 31.12.1939, einde vruchtgebruik: Declercq-Naert Abdon Camiel Gerard, molenaar te Deerlijk (overlijden van de weduwe Bruneel van Jules Declercq)
- 26.04.1986, gift: Declercq-Coene Jules Joseph, molenaar te Deerlijk (notaris Saey)

In 1888 brandde hij af. Het was op Goede Vrijdag. De kinderen Declercq, die sinds het begin van de 19de eeuw eigenaar zijn van de molen, verloren de moed niet en zij bouwden de prachtige stenen windmolen. Aldus dateert de huidige molen "Ter Geest en Te Zande" van 1888. Boven de ijzeren stelling leest men "gebouwd door ACJL Declercq 1888". Het ging om Aloïs, Camiel, Jules en Lucia Declercq. De nieuwe molen werd ingericht als olie- en korenmolen. In 1896 werd een eerste stoommachine geplaatst zodat de molen ook op windstille dagen kon werken. In 1914 werd de stellingmolen met een tweede stoommachine uitgerust.

De molen werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar was na de nodige herstellingswerken in 1919 opnieuw maalvaardig.

In 1964 en 1980-1981 werd hij gerestaureerd door de molenbouwers Peel uit Gistel. De stoommachine, de ketel en de maalstoel in de bijgebouwen werden in 1993 aanvullend beschermd. In 2004 werd de maalderij hersteld en in 2005 volgde de windmolen. Op 15 september 2005 werden de herstelde roeden (geklinknageld, fabr. Verhaeghe - Ruddervoorde, nrs. 1273-1274) weer in de askop geplaatst. De molentechnische werken gebeuren door molenmaker Eric Vanleene uit Ath.

De molen is zeer groot en indrukwekkend opgebouwd. Beneden is er een olieslagerij met twee pletwielen die zorgden voor het breken van het lijnzaad. Dan volgt de voorslag in de persen (hydraulische persen, tweedehand, gehaald in 1902 uit de Stenen Molen van Olsene en vervaardigd door het constructieatelier Rudolf Velghe uit Gent, schrooien uit de schrooienfabriek van Aloïs De Bruyne uit Petegem-Deinze), het breken van de koeken en de naslag in de persen. Uiteindelijk worden de lijnzaakkoeken gebroken tot lijnmeel.

Hogerop vinden wij verschillende zolders: voor de opslag van graan, de maalzolder waar de molenaar meest vertoeft en de steenzolder. Als koren- en oliemolen heeft hij drie koppels stenen en een haverpletter. Daarnaast ook twee pletwielen voor het zaad en de koeken. Bij windstilte werden de tuigen aangedreven door een stoomketel of door een elektrische motor.

Lieven DENEWET, Herman HOLEMANS & Pierre MATTELAER

<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

Foto: Geert Maelbrancke, Roeselare, 06.08.2011

<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

De hydraulische pers. Foto: Nico Jurgens (Hoorn), 24.06.1994.

<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

Een van de twee kollergangen. Foto: Donald Vandenbulcke, 09.12.22006

<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

Foto jaren 1950 (coll. Rob Simons)

<p>Molen Ter Geest en te Zande<br />Molen Declercq</p>

Oude prentkaart. Verzameling Ons Molenheem

Aanvullende informatie

Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie", in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (93)(uitgegeven handschrift van 1931).
Van de negen molens staat, en bestaat nog een enekele, de molen op het goed Ter Geest.
De Molen Ter Geest of Klerkskens Molen was afhankelijk van de aloude heerlijkheid "Ter Geest".
Houten stakmolen: in den storm van 1800 woei ze omver. Ze viel op een houtmijt, en ze hield nog zoo goed dat ze gerecht wierd zonder scheen.
De Kinders Declercq, komende van 't stampkot op den Ginsthoek te Oost-Roozebeke, hebben de molen betrokken in 1800, juist nadat ze hersteld was. 't Was stampkot met knotsen en maalmolen.
Door onbkende oorzaak brandde op Goede Vrijdagavond 1888 Declercqs molen af.
De Kinders Declercq hebben ter plaats waar de houten molen afbrandde een steenen molen doen opbouwen.
't Is een prachtige molen met 32 voeten galerij. Ze meet van de grond tot aan den band 72 voeten metselwerk, en met haar machtig kruis beheerscht ze de gansche streek.
Ze werd in de beschieting van October 1918 erg beschadigd, maa seffens na den wapenstilstand werd door den eigenaar hand aan 't werk geslagen en onmiddellijk hersteld.
Nu staat ze als nieuw opgemonterd, en met een jongen mulder, waar nog van 't oud ras in zit, is ze toch zonder ongelukken nog voor vele jaren van verdwijnen bevrijd. Ze blijkt op Deerlijk de eenige van de negen die er stonden.

Intekendatum: 2004
Molen: Deerlijk (W.-Vl.), Molen Ter Geest en te Zande - stenen stellingmolen, koren- en oliemolen
Bouwheer: P. Declercq, Deerlijk
Ontwerper: Arch. Lieven Ottevaere, Ooigem; ingenieursbureau Van Geluwe L. bvba, Wevelgem
Opdracht: Renovatie en onderhoud
perceel 1: ruwbouw, houtwerk en onderhoudswerken mechanische maalderij (hervoegen muren, vernieuwen ramen en luiken, nieuwe bekisting van de twee steenkoppels, herstel aandrijving)
perceel 2: onderhoud windmolen (romprestauratie, voeg-werk, nieuwe verflagen; herstelling van het wiekenkruis, nieuwe ophekking en windborden; binnenin: o.a. een nieuwe trap, nieuwe zoldervloeren, herstel steenkisten)
Totale raming: 341.864 euro (excl. btw)
Plaats aanbesteding: P. Declercq, Waregemstraat 476, 8540 Deerlijk
Toewijzing: Perceel 1: nv Vandendorpe Arthur, Sint-Michiels (metselwerken); Vanleene Eric - molenmaker, Ath (molentechnisch werk en houtwerk); perceel 2: Vanleene Eric - molenmaker, Ath

------------------------

De laatste West-Vlaamse olieslagers op de praatstoel. (deel 3,slot)(fragmenten overgenomen uit Molenecho’s, Vlaams tijdschrift voor molinologie 23 ste jg., nr 3 auteur Alfons Theuninck) De afbeeldingen bij ‘Vlaanderen Wint’ op p.71 e.v. tonen de werkomgeving van A. Declercq.
A. Declercq: Oliebrood, dat was de poeier van de opslagkoeken. De hydraulische persen, die wij in 1906 in Olsene hadden gekocht en die er nu nog staan, hebben we nu en dan een keer nog gebruikt om een partij lijnzaad te verwerken. De allerlaatste keer was dat in 1965.
Over de werkomstandigheden in een oliemolen
In een oliekot moest ge eigenlijk altijd vuile kleren aan hebben. Hier noemden wij een olieslagers knecht een stamper. Omdat zijn broek altijd stijf stond van de lijnolie die hij er op morste bij het overgieten zeiden de mensen: ‘een stamper wordt recht gehouden door zijn broek’.

-------------------------

Volksverhaal. Pastoor bezweert molenbrand

Als die meulen brandige, ‘k peis niet dat ‘k al geboren was en Juul Cleskes (1) was voorzeker nog nie getrouwd. Rietie Dhondt - had die lange ip geweest of niet? - ging naar Cleskes gaan zeggen dat ’t brandige in de meulen; en ie is altijd geern, stijf geern gezien geweest - als ie wat gehad heeft, weet ik nie - en ie zeidige dat uldere meulen brandige.
‘k En moet niet zeggen: ze telefoneerden, er was geen telefoon en er waren hier geen pompiers. Ze hebben zulder zelve geblust met wat water.
En pastor De Bien (2) kwam erbij en ie zei: “Lucia (2), al dat brandt zal blijven branden; maar er zal niets bijkomen” zei ’t ie.
Lucia heeft dat nog gezeid tegen mij.
[Omgezet in het Algemeen Nederlands]
Toen de molen brandde geloof ik niet dat ik al geboren was en Jules Declercq (1) was waarschijnlijk nog niet getrouwd. “ Rietie” Dhondt - had die lang opgebleven of niet? - ging zeggen bij de Declercqs dat het brandde in de molen. (“Rietie” was steeds een graag geziene figuur geweest. Of hem iets overkomen was, weet ik niet). En hij zei dat hun molen brandde. Ik moet niet zeggen dat ze telefoneerden, want er was geen telefoon. Er was hier ook geen brandweer. Ze hebben zelf geblust met wat water.
En pastoor De Bien (2) kwam er bij en hij zei: “Lucia, alles wat brandt zal blijven branden, maar er zal niets bijkomen.”
Lucia (3) heeft dat mij nog verteld.

Toelichtingen
* De molenbrand uit het volksverhaal gebeurde op 30 maart 1888.
a. Zegspersoon: Urbanie Elodie Vanhonnacker (°Deerlijk 1887 - †Waregem 1984), huishoudster, Desselgemstraat 75, Deerlijk (nog in 1982), gehuwd met Gentil Verbeke (Deerlijk, 1886-1976)
Zij citeert de volgende personen/
(1) Juul Cleskes = Jules Declercq-Bruneel (Deerlijk, 1853-1933), molenaar op het tijdstip van de brand. Hij was de vader van Abdon Declercq-Naert (Deerlijk, 1898-1996) en de grootvader van de huidige eigenaar Jules Declercq-Coene (°Deerlijk, 1932).
(2) Adolf De Bien was van 1881 tot 1901 pastoor van Deerlijk. Zie over hem: Leo Van Dorpe, Over Adolf De Bien, pastoor van Deerlijk, in: Derlike, VI, 1983, 2, p. 54-63.
(3) Lucia Declercq (Deerlijk, 1837-1909) was de zuster van Jules (zie 1).
b. Bron: Hugo Defraeye, Deerlijkse volksverhalen: over de macht van de pastoors, Derlike (Heemkring Dorp en Toren, Deerlijk), II, 1980, 4, p. 106-109.
c. Sagenmotief: toverwereld - tovenaars - macht van de geestelijken: aflezen.

------------------

Deerlijk - Verkoping van een oliewindmolen
Gazette van Gend, 10 en 24 maart 1796.

Op 14 maart 1796 wordt in de herberg van sieur De Veugel in Harelbeke openbaar verkocht, in tien verschillende kopen : een welbeklante, schone oliewindmolen, staande in Deerlijk langs de grote heirweg van Kortrijk naar Waregem, met een zeer gerieflijk molenhuis, schuur, stalling en andere edificiën, met 5 bunder 10 honderd lands onder zaailanden, een hofstedeken, meers en bos, dit alles gelegen omtrent de voornoemde molen. Actuele pachters zijn Andries Callens, Judocus de Craene en anderen (totaal van de jaarpacht : £ 57-8-4 gr. courant). Inlichtingen bij griffier Reynaert in Anzegem.

 

------------------


"Bekend van de molen. Goud voor Jules Declercq en Maria Coene", Krant van West-Vlaanderen, editie: Het Wekelijks Nieuws Waregem, 17.11.2017.

 

Deerlijk - Jules Declercq (85) en Maria Coene (83), wonende in de schaduw van de molen, vierden hun gouden huwelijksjubileum. Burgemeester en schepenen heetten hen welkom, samen met hun familie.

 

 

Literatuur

Archieven en landkaarten
Algemeen Rijksarchief Brussel, Financiële Raad, nr. 1878 (oprichting, 1767).
Ferrariskaart (ca. 1775)
Topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850)
Kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1855)

Gedrukte bronnen
Gazette van Gend, 12, 16 en 26 april, 10 mei 1792.
Gazette van Gend, 10 en 24 maart 1796.

Werken
Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie", in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (93)(uitgegeven handschrift van 1931).
Lieven Denewet & Martin De Coster, "Restauratie van molen "Ter Geest en te Zande" te Deerlijk, West-Vlaams Molenblad XX, 2004, 1, p. 21-23.
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 70;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 180-187 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
Pierre Mattelaer, "In memoriam Abdon Declercq uit Deerlijjk, onze oudste windmolenaar", Molenecho"s, jg. 25, 1997, nr. 1, p. 6.
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 42;
Pierre Mattelaer, "De Deerlijkse Molens", in: Derlike, V, 1982, p. 42-79;
Pierre Mattelaer, "De molens van Deerlijk", Deerlijk, 1993, p. 45-54;
Freddy Byttebier, "Stoommachine molen ter Geest en te Zande op weg naar wettelijke bescherming", Derlilke, 1992, 3, p. 96.
Herman Holemans, "Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-G", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1994.
E. D(e) K(inderen), "De molen Ter Geest te Deerlijk", in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 272-273;
G. Depamelaere, "Deerlijkse molens en het landtbouck der prochie van Deerlick", in: Derlike, II, 1979-1980, p. 35-40;
B. Van Driessche, (Bijdrage over Clerkskensmolen of Molen ter Geest), Molenecho's, 1982, nr. 2 (maart-april).
P. Nijs, "Molen Ter Geest te Deerlijk", in: De Autotoerist, XXX, 1977, p. 1282;
L. Defraeye, "Geschiedenis en Folklore van Deerlijk", Deerlijk, 1952.
L. Defraeye, "Deerlijk in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1972;
L. W(ante), "Deerlijk: molen 'Te Geest en te Zande' ", in: VVIA-Nieuws, Industrieel Erfgoed in Vl. Tijdschr. Vlaamse Vereniging Ind. Archeologie, jg. 5, nr. 29 (1992), blz. 12;
Nelly Verhelst: "Honderd jaar molen ter Geest en te Zande", in: "Derlike", Driemaandelijks tijdschrift van de Heemkring "Dorp en Toren", Deerlijk, jg. 11 (1988-1989), p. 94-96, ill.;
Lieven Denewet, "De Molen ter Geest en te Zande in Deerlijk straalt opnieuw", in: West-Vlaams Molenblad, XXI, 2005, nr. 3, p. 119-120.
J. De Schepper, "De mooie molen bedreigd. Molenzorg", in: Open Deur, Brussel, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap. Culturele diensten, 10, 1978, p. 101-107, ill.
Marianne Vermeulen, "De molens Te Brande en Te Zande en de heerlijkheid Buusvelt en Winghene", in: Derlike, 1990, 3, p. 67-78.
Lieven Denewet, Honderd Bespookte Molens in Vlaanderen. Honderd molensagen van de Kuststreek tot het Maasland, in: Molenecho’s, XX, 1992, nr. 2-3.
Alfons Theuninck, De laatste West-Vlaamse olieslagers op de praatstoel, Molenecho's, XXIII, nr. 3; gezamenlijke uitgave met Ons Heem, XLIX, nr. 34, 1995.
Hugo Defraeye, "Deerlijkse volksverhalen: de brand van de molen ter Geest op Goede Vrijdag 1888", Derlike (Heemkring Dorp en Toren, Deerlijk), jg. 1980, 4, p. 107.

Persberichten
MVD, "Gedichtendag", in: Het Nieuwsblad, 29.01.2009.
"Bekend van de molen. Goud voor Jules Declercq en Maria Coene", Krant van West-Vlaanderen, editie: Het Wekelijks Nieuws Waregem, 17.11.2017.
"Silhoutten herinneren aan de Groote Oorlog", KW Kortrijk-Menen, 18.05.2018.


Laatst bijgewerkt: vrijdag 25 mei 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens