Molenzorg
Koekelare, West-Vlaanderen
Naam

Plaatsmolen - II
Molen Van Ghillewe
Molen Depreitere

Ligging Zuidstraat
8680 Koekelare

hoek met de Brouwerijstraat
51°5'19.92" N 2°58'32.53" E
kadasterperceel D 58c


toon op kaart
Geo positie 51.074169, 2.977384
Eigenaar Familie Depreitere
Gebouwd 1836-1837
Type Staakmolen, later stenen bergmolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Romp uit gele baksteen
Gevlucht/Rad Verwijderd in 1943
Inrichting Kantoorgebouw op benedenverdieping
Toestand Gerenoveerde romp
Bescherming ---,
Niet beschermd
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De molen Logghe was een houten korenwindmolen die werd opgericht bij toestemming van koning Willem I der Nederlanden op 6 september 1826. In 1832 werd hiertoe een staakmolen overgebracht uit Werken.

Rond 1830 was het perceel eigendom van Jacobus Logghe, landbouwer te Koekelare en de molen zelf in het bezit van Henri Van Ghillewe-Aelter, molenaar te Koekelare. Tussen beiden rees een geschil.

Op 8 december 1835 kreeg molenaar Henri Van Ghillewe-Aelter de toestemming van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen om op een nabijgelegen perceel, hoek van Zuid- en Brouwerijstraat, een stenen graanwindmolen op te richten. Hierbij werd gebruik gemaakt van de staakmolen. Henri Van Ghillewe was kerkmeester van Koekelare van 1837 tot 1849. Zijn zonen Karel, Louis, August en Francis zetten het bedrijf verder. Aloïs Vanghillewe volgde zijn vader Francis op en stierf in 1924. Constant Opstaele kocht de molen, die net voor de tweede wereldoorlog onttakeld werd. Er werd nog verder elektrisch gemalen door Omer Depreitere. Bovenop de romp kwam de gemeentelijke alarmsirene.

Alle binnenwerk (mechanische maalderij met de molenstenen) werd in 2002 verwijderd. Er werd gevreesd dat deze niet-beschermde molen gesloopt zou worden. Gelukkig liep het niet zo'n vaart: de romp werd uitwendig hersteld en kreeg zijn wit uitzicht terug. De molen werd geïntegreerd in een nieuwbouwproject en maakt nu deel uit van een nieuw bankkantoor.

Lieven DENEWET, Hooglede

Zie ook: Koekelare, Molen Logghe

<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Foto: Lieven Denewet, 2000

<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Foto: Armand Carre. Verzameling Ons Molenheem

<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Foto coll. Bart Mommerency, Zarren

<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Foto: Alfred Ronse op glasnegatief (Verzameling: Stichting Levende Molens, Roosendaal)

<p>Plaatsmolen - II<br />Molen Van Ghillewe<br />Molen Depreitere</p>

Prentkaart ed. Backelandt. Verzameling Ons Molenheem

Aanvullende informatie

Intekendatum: voorjaar 2002
Molen: Koekelare (W.-Vl.), Plaatsmolen, molen Van Ghillewe, molen Depreitere - stenen bergmolen, romp zonder kap
Bouwheer: Luc Depreitere, Koekelare
Ontwerper: Arch. Bernard Herman, Brugge
Opdracht: Renovatie molenromp: herstel metselwerk, schilderen
Toewijzing: Cortier-Vandenbussche nv, Aalter

------------------

Hervé Cattrysse, "Stamboom Ambrosius Cattrysse 1838-1920", 2002.

Cattrysse Theophiel

Hij was de zoon van Ambrosius Cattrysse en Marie-Louise Clarysse. Hij oefende volgend beroep uit:  timmerman-barbier. Daar deze zoon van Ambrosius, mijn grootvader was, kan er wat meer aan het papier worden toevertrouwd dan over de andere kinderen van Ambrosius en Marie-Louise.

Hij blijft nochtans ook voor mij ‘de grote onbekende’  want hij stierf in 1940 toen ik pas anderhalf jaar oud  was.  Het was op zijn zachtst uitgedrukt een 'komische' figuur; hij was zeer volks maar kon ook zeer koleiriek zijn.

Een algemeen kenmerk van alle Ambrosius-nazaten, in eerste lijn, d.w.z. zonen en schoonzonen, was dat ze bijna allemaal graag een glaasje dronken.

‘n Geplogenheid die bij de gewone man heel wat navolging kende en bij sommigen zelfs fataal uitdraaide. Gelukkiglijk voor het gezin van Theophiel, bleef alles beperkt tot de joviale faze.

Dit viel ook op bij het allereerste stamboombezoek aan de familie D'Haene in de Asstraat,46 te Koekelare. Daar wist men zeer goed dat hij ooit een molen bezeten had in Koekelare (zijn eigen zoon, Leon Cattrysse, wist dit zelfs niet).

Onmiddellijk werd daar aan toegevoegd dat de minder gefortuneerde Theophiel  slechts 'molenaar' werd door huwelijk... en dat de zaak  niet zo rendabel was, want  hij dronk graag een pintje.

Hij huwde inderdaad Juliana Vanghillewe, die 10 jaar jonger was dan hem, en dit huwelijk was hoogst waarschijnlijk tegen de zin van de wellicht meer begoede molenaarsfamilie. De dochter die trouwde met een knecht was een situatie die niet zo  geliefd was in die tijden.

Toen hij als 38-jarige weduwnaar in het huwelijk trad met een merkelijk jongere  Maria Hoornaert was hij reeds een "begoed" figuur. Hij beschikte trouwens over een eigen huis. De vermoedens zijn er dat dit voor een deel aan de ‘welstand’ van de Vanghillewes te danken was... dit is slechts een vermoeden. In 1940 is er ooit een 'heibel' geweest omtrent 500 Bef, die teruggevorderd kort na zijn overlijden.

Naar verluidt zou Theophiel bij het heengaan van zijn eerste echtgenote de bewuste  500 frank, die van haar familie afkomstig was en aan het jonge Cattrysse-koppel geleend werd, aan de familie Vanghilluwe hebben terugbetaald. Maar zoals het toen wel meer voorkwam bij gewone mensen werd daarvoor geen briefje of bewijsstuk gevraagd.

Wellicht er goeder trouwe zullen de nazaten van de Vanghillewes dit ook niet geweten hebben en werd zoals gezegd in de jaren '40 de 500 fr. teruggevraagd... maar dan met samengestelde interest... en er waren heel wat cijfertjes en nulletje bijgekomen. Hoeveel het bedrag toen uiteindelijk was, is me ontsnapt.

Literatuur

Lieven Denewet, artikel in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XVIII, 2002, 4, p. 164-168 (met: plan uit 1835, toen de houten molen vervangen werd door de stenen molen en met natuurgetrouwe tekening, gemaakt door de Duitse reserve-luitenant Anton Schütz uit Dresden)
T. Dereeper & J. Heus, Bijdrage tot de ontwikkelingsgeschiedenis van de dorpskern van Koekelaere (tot ca. 1850), in Spaenhiers. Jaarboek, jg. 4, 1996.
Dereeper Triphon, Koekelare in oude prentkaarten, Zaltbommel 1972
P. Vanneste P. & S. Baert S. m.m.v. B. Boone, S. Creyf  & M. Vranckx, Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Koekelare met deelgemeenten Bovekerke en Zande, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL46, 2010.
L. Denewet, "Tien Vlaamse molens ingehuldigd in 2003", Molenecho's, XXXI, 2003, 4, p. 281-296.
Raf Seys, "Heemkundige kroniek. De Koekelaarse windmolens", in: De Spiegel (Annuarium VII van de O.V.K. Rijksmiddelbareschool Koekelare), 1968, p. 134-137;
H. Holemans, "De molens in West-Vlaanderen [niet opgenomen in L. Devliegher, "De Molens in West-Vlaanderen"]", in: Ons Molenheem, jg. 6 (1986), nr. 1 (maart), p. 11-13, ill.
Herman Holemans, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1980, Deel IV, Gemeenten K-L, Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1997.
Jean-Marie Lootens, Moleneigenaars te Koekelare, in: Infogids Koekelare: de Mokker – Bovekerke – Zande 1995-1997, Koekelare, 1996
Seys Raf, Koekelare Gisteren en op de drempel van morgen, Sint-Niklaas 1987 p.50.
Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, inventaris van het bouwkundig erfgoed, Gemeente Koekelare p. 253-254.
Hervé Cattrysse, "Stamboom Ambrosius Cattrysse 1838-1920", 2002.


Laatst bijgewerkt: zondag 8 juli 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens