Molenzorg
Pollinkhove (Lo-Reninge), West-Vlaanderen
Naam

Machuutmolen

Ligging Lindestraat 7
8647 Pollinkhove (Lo-Reninge)

 


toon op kaart
Geo positie 50.964848, 2.729223
Eigenaar Hugo Feryn en Lucienne Deman, Pollinkhove (buitenwerk); Ouafia Snauwaert, Dilbeek (binnenwerk)
Gebouwd 1870
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Vele werktuigen
Gevlucht/Rad Geklinknagelde roeden, ca. 25 meter, waren half verdekkerd
Inrichting Drie steenkoppels, haverpletter, buil
Toestand Zeer vervallen
Bescherming M: monument,
20.09.1958
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
Ten Bruggencatenummer 01393
<p>Machuutmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 10.04.2016  

Beschrijving / geschiedenis

Naam

(Sint-)Machuutmolen (naar de ligging, stuk land den machuut, ca. 1400 en de Sint-Machuutskapel), (Sint-)Margrietmolen (volkse omvorming van Sint-Machuutmolen).

Type / technische kenmerken

Ronde stenen grondzeiler.
Geelbakstenen kuip met segmentboogvormige ingang in het noordoosten en dito venster-openingen.
Gebroken kap met rechte voorwand, bedekt met eiken schaliën (bovenkap) en zinken platen (onderkap).
Geklinknagelde ijzeren roeden met halve verdekkering, vlucht ca. 25 meter.
Benedenverdieping met buil; maalzolder met haverpletter; steenzolder met drie steenkoppels en spoorwiel (54 kammen) dat twee kamwielen (ieder 22 kammen) aandrijft; kapzolder met houten vang rond het vangwiel (48 kammen), dat een kamwiel (27 kammen) op de koningsspil aandrijft.
Op het eind kon een elektromotor het derde steenkoppel aandrijven, met een riem op de derde zolder (sleepband op koningsspil).
Zowel het staande als het draaiende werk verkeren in erg vervallen staat. Er is instortingsgevaar en het wiekenkruis dreigt neer te storten. Ontmanteling, in afwachting van een maalvaardige restauratie, is dringend geboden.

Functie

Korenmolen

Oprichting

Op 3 mei 1869 vroeg Arséne Couzyn de toestemming van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen om een koorenwindmolen in metselwerk met woonhuis, stallingen en verdere afhangelykheden te bouwen. Deze gebouwen zouden op een stuk zaailand komen van 44 a. 70 ca. (kadasterperceel C nr. 169). Deze grond was vanaf 1 mei 1869 voor 99 jaar in erfpacht genomen van metselaar Amandus Ludovicus Hoenraet uit Pollinkhove. De molen zou op 300 meter liggen van de dorpplaats en op 30 meter van de steenweg leedende naar het gehucht de Hoogstadelynde. Tegen de aanvraag kwam geen enkel verzet binnen en alle adviezen waren gunstig. Op 16 september 1869 werd de toestemming probleemloos verleend.

Deze Couzyn was eigenaar-molenaar van de Hullebrugmolen, een staakmolen die in 1869 moest gesloopt worden voor de verbreding en rechttrekking van de Lovaart. Zeer vele materialen van de oude molen werden in de nieuwe molen verwerkt

Eigenaars en molenaars

Het bouwperceel was eigendom van Amandus Ludovicus Hoenraet, metselaar uit Pollinkhove. Na zijn overlijden in 1895 kwam de grond toe aan herbergier Charles Louis Hoenraet en winkelier August Hoenraet uit Pollinkhove. In 1923 werd het perceel aan de molenaar verkocht.

De oprichter, Arséne Couzyn, die voorheen op de afgebroken Hullebrugmolen gemalen had, heeft niet lang van zijn nieuwe molen kunnen genieten: hij overleed in 1871. De weduwe stierf in 1911. Twee zonen werden ook molenaar: Amandus-Bartholomeus Couzyn-Vandenberghe (Pollinkhove 19.03.1859 - Klemskerke 04.04.1930) en Emilius-Arsenius Couzyn (Pollinkhove 21.04.1861 - Hoogstade 10.1954, gehuwd met Lucia Markey). De tweede zoon verkocht de molen in 1922 aan Henri Verhaeghe - Alida Lemahieu (Klerken 29.01.1886 - Pollinkhove 22.03.1949). Zijn pleegzoon Robert Ryckeboer maalde nog met de wind en met de motor tot in 1958.

Op 16.02.1966 schonk de weduwe  (+1973) van Henri Verhaeghe het woonhuis met medegaande stallingen, varkenshok en verdere afhankelijkheden waaronder de molen (zonder het draaiende werk) aan Hugo Feryn-Deman, landbouwer te Pollinkhove. Op 8 november 1976 werden de roerende en draaiende werken voor 50.000 frank verkocht aan ingenieur-architect Walter Snauwaert uit Oostende (1928-2011). Thans is deze dubbele eigendomstoestand nog steeds van kracht.

Feiten en gebeurtenissen

Tot in 1958 bleef de molen in werking met windkracht en met een elektromotor. In dat jaar werd de molen ook beschermd als monument. De molen in kadastrale documenten van 1960 al beschreven als opbergplaats?. Uit de notariële schenkingsakte van 16.02.1966 bleek dat de molen op dat ogenblik reeds in vervallen toestand was. Ir.-arch. Walter Snauwaert uit Oostende (°Ingelmunster 1928 - +Oostende 2011), sinds 1976 eigenaar van het binnenwerk, stelde een restauratieplan op voor de gehele molen. Hij raamde de restauratie in juni 1977 op ruim 4 miljoen frank (excl. BTW en honoraria) en in 1985 op 10 miljoen frank (incl. BTW en honoraria). Tot op heden is de restauratie uitgebleven, wat o.m. verband houdt met de dubbele eigendomsstructuur. In maart 1984 probeerden de eigenaars van het vast gedeelte van de molen hun deel te schenken aan de gemeente Lo-Reninge. De gemeenteraad besliste evenwel op 2 mei 1984 deze schenking niet te aanvaarden.

Enkele inschriften: op het vangwiel 1748? en H. VERHAEGHE 1936?; op het deksel van de steenkuip 1775?; geschilderd op de steenbalk: 28-5-1940. BEZET DOOR / DUITSCHLAND / H. VERHAEGHE 1941? en ook HIER DOOR CANADIENS / BEVRIJD / 7-9-1944?.

Huidige toestand

Momenteel verkeert de molen in verregaande staat van verval: de buitenmuur brokkelt volledig af, de kap ligt open en het wiekenkruis en het interieur dreigen neer te storten. Het binnenwerk is echter nog vrijwel geheel aanwezig. Thans biedt zich een private molenliefhebber aan, die graag tot restauratie wil overgaan.

Lieven DENEWET, Hooglede.

<p>Machuutmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 22.09.2009

<p>Machuutmolen</p>

Foto: Harmannus Noot

<p>Machuutmolen</p>

Foto: Harmannus Noot

<p>Machuutmolen</p>

Foto: Geert Vanhercke, Bredene, 26.04.2009

<p>Machuutmolen</p>

Foto Gustaaf Van Damme, 1973 (uitg. als prentkaart door Stichting Levende Molens, Roosendaal)

<p>Machuutmolen</p>

Tweede verdieping. Foto: Maarten Osstyn, Adegem, 18.03.2017

<p>Machuutmolen</p>

Tweede verdieping. Foto: Maarten Osstyn, 18.03.2017

<p>Machuutmolen</p>

Tweede verdieping. Foto: Maarten Osstyn, 18.03.2017

Aanvullende informatie

1. Aanvraag door Arsenius Couzyn aan de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen om een windmolen te bouwen in Pollinkhove, 3 mei 1869.

Aen de Heeren voorziter en leden van de permanente deputatie van den provintialen raad der provintie van Westvlaanderen.

Mijnheeren

Vertoond Ul[ieden] met eerbied Sieur Arsenius Couzyn molenaar woonende ter gemeente van Pollinchove, dat hij voornemens is te stellen op een perceel zaailand, gelegen terzelve gemeente van Pollinchove, bekend bij kadaster Sektie C nummer een honderd negen en zestig a ter grootte van vier en veertig aren zeventig centiaren, palende van noorden aan den steenweg, leedende naar het gehucht de Hoogstadelynde, door hem in erfpacht genomen van sieur Amandus Ludovicus Hoenraet, metselaar woonende ter voorzeide gemeente van Pollinchove voor eenen termijn van negen en negentig jaren, aanvang hebbende genomen den eersten dezer maand, een koornwindmolen met woonhuis, stallingen en verder afhangelykheden, en daar hij, Mijnheer, de te doen werken zonder uwe toelating, niet vermag te doen uitvoeren langs den gezegden steenweg, bidt hij Ul., Mijnheer, dezelve zoo spoedig mogelijk te willen vergunnen, en zult recht doen.
[Get.] A. Couzijn.
Pollinchove den 3 mei 1869.

BRON: Rijksarchief Brugge, Provinciaal Archief, Afdeling III, nr. 2169.

2. Open oproep voor de redding van de Machuutmolen.

In Lo-Reninge konden we niet minder dan 37 molensites lokaliseren:

- 21 windmolens (vaak met rosmolen)
- 14 afzonderlijke rosmolens (op een boerderij)
- 2 watermolens (al verdwenen vóór 1400/1500).

We zijn allemaal visuele getuigen van de twee laatste molens van Lo-Reninge: de houten Markeymolen en de stenen Machuutmolen in Pollinkhove. Met de Markeymolen aan de Lobrug is alles koek en ei: hij wordt prachtig onderhouden door zijn eigenaar - de provincie West-Vlaanderen - en zijn vrijwillige molenaar Ronny Demol die er in de zomermaanden op zondagnamiddagen draait. Nog in juni-juli 2006 kreeg de Markeymolen een nieuwe schilderbeurt.

In schril contrast is de toestand van de stenen Machuutmolen van Pollinkhove. Alhoewel hij ook beschermd is als monument, verkeert hij in erg bouwvallige staat. De buitenlaag brokkelt af, de kap ligt open, de zolderbalken rotten in de muren, het wiekenkruis kan elk moment neerstorten…

Ligt hier geen nobele taak weggelegd voor het gemeentebestuur van Lo-Reninge? Het hoeft zich immers financieel niet in te laten met de Markey-molen, aangezien deze eigendom is van een hogere overheid (de provincie).

De Machuutmolen is een restauratie zeker waard. Hij is één van de zeldzame stenen windmolens in de Westhoek. En ook al is hij erg vervallen, het binnenwerk is nog bijna integraal aanwezig. Vele onderdelen zijn overigens nog afkomstig van de eeuwenoude Hullebrugmolen aan de overzijde van de Lovaart.

Indien de gemeente de Machuutmolen zou kunnen verwerven, kan een reddingsplan opgesteld worden: gespreid in de tijd, zonder zich te wagen aan financiële avonturen. Van de hogere overheden (de Vlaamse Gemeenschap en de provincie) samen kan overigens 80 % subsidie (restauratiepremie) bekomen worden. In een eerste fase moet de molen gedemonteerd worden: afname van het wiekenkruis, de kap en het staartwerk, plaatsing van een nooddak. De onttakelde molen mag er gerust enkele jaren zo bij staan… Ondertussen kan een ontwerper een restauratiedossier opstellen Van elk onderdeel kan hij nagaan wat nog bruikbaar is, wat vernieuwd dient te worden: enz. We kennen talrijke andere gemeentebesturen, die ook een dergelijk stappenplan hebben gevolgd. Ook al ligt er tien jaar tussen de verwerving en de uiteindelijke realisatie: de molen zou - zonder dat de gemeentebegroting geweld wordt aangedaan - gered worden en een mooie toekomst krijgen.

Lieven DENEWET, Hooglede
denewet.molens@telenet.be, www.molenechos.org
Toespraak op 30 juni 2006, 20 u. 30, in zaal Lauka, Markt 17a, te Lo, bij de officiële opening van de molententoonstelling en de voorstelling van zijn boek "Van drijvers of ketsers. Molens te Lo-Reninge", Molenecho's, 34ste jg., 2006, nr. 2, p. 59-165.

----------------

Lijst besluiten van de bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 16/12/2010.
56. - CultuurX/E-1: Kennis nemen van de brief van Ruimte & Erfgoed Vlaanderen in verband met de Machuutmolen, Pollinkhove/Lo-Reninge
Beslissing: goedgekeurd

------------------ 

Rechtskundig Weekblad, jg. 50, 1986-1987, nr. 25 (21 februari 1987), kol. 1694-1697.

HOF VAN BEROEP TE GENT
10e Kamer KAMER - 3 oktober 1985
Voorzitter: de h. Laurens
Raadsheren: de hh. Casier en Decorte (rapporteur)
Advocaat-generaal: de h. Colpaert
Advocaten: mrs. De Padt en Snick
Landschappen en monumenten - Onderhoudswerkzaamheden.

Wanneer het herstel van een monument dat in het bezit is van een particulier, zeer zware kosten meebrengt en de betrokkene geen zekerheid heeft dat hij aanspraak kan maken op een subsidie, heeft hij geen schuld wanneer hij het herstel niet uitvoert indien zulks zeer zware financiële kosten zou veroorzaken die zijn gezin en zijn bedrijf ten ondergang brengen.

De Vlaamse Gemeenschap en S. t/ F. en D. 

1. Beklaagden, die eigenaar zijn van het vast gedeelte van de Margrietmolen, als monument beschermd bij K.B. van 20 september 1958, betwisten in feite niet ernstig dat het deel van de molen waarvan zij eigenaar zijn, in slechte staat verkeert ten gevolge van het uitblijven van de nodige instandhoudings- en onderhoudswerkzaamheden waartoe zij door de Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg herhaaldelijk werden aangemaand overeenkomstig art. 11, § 1, decreet 3 maart 1976 en de artt. 1 en 2 K.B. van 6 december 1976, waarvan art. 2 louter als voorbeeld enkele instandhoudings- en onderhouds-werkzaamheden opnoemt. De foto's bewijzen dit genoegzaam. De materialiteit van de telastlegging staat derhalve vast.

2. Beklaagden stellen dat zij als eenvoudige landbouwers financieel niet bij machte zijn de gevorderde herstellingswerken aan de molen uit te voeren.
Welke de juiste kostprijs tot herstel van de molen bedraagt, is niet bekend.
Volgens de burgerlijke partij «De Vlaamse Gemeenschap» kunnen de herstellingswerken voor het gedeelte dat eigendom is van beklaagden, geraamd worden op vijf miljoen frank. Zij blijft evenwel totaal in gebreke ook maar een betrouwbaar document voor te brengen ter staving van haar schatting.
De burgerlijke partij S. raamt de kostprijs van herstel van de molen in zijn geheel, op heden B. T. W. en honoraria inbegrepen, op 10.400.000 frank. Samen met zijn echtgenote is hij medeeigenaar van de Margrietmolen geworden sinds hij op 8 november 1976 de «roerende en draaiende werken» van de molen kocht van de familie R. uit V. Daar hij ingenieur-architect is met bijkomende licentie Stedebouw, Ruimtelijke Ordening en Ontwikkeling, mag aangenomen worden dat zijn vooropgestelde raming de werkelijkheid benadert te meer daar architect G. uit A., aangesteld door beklaagden, met een cijfer van 10.260.698 frank, ongeveer tot een zelfde raming komt. Diens raming is gebaseerd op een exact samenvattende meetstaat door S. opgesteld, die in juni 1977 reeds een kostprijs van meer dan 4.000.000 frank exclusief B.T.W. en honoraria vermeldde.
Bovendien wijst architect G. er terecht op dat een aantal posten enkel een exacte meting zullen toelaten bij gebeurlijke uitvoering van het werk waarvoor hij een meerprijs voorziet van ongeveer 10 %, hetgeen het geheel der herstelkosten zou brengen op een «goede» elf miljoen frank.
Waarop de burgerlijke partij S. steunt om in haar nota voorop te stellen dat enkel ongeveer de lielft van de ramingskosten nodig zou zijn voor de restauratie van het vast gedeelte - eigendom van beklaagden - is geenszins duidelijk.
Gelet op haar vakkundigheid, was het nochtans gemakkelijk geweest nauwkeurige en voor de beklaagden controleerbare gegevens te verstrekken. De zeer slechte staat van het vast gedeelte zoals kleurfoto's aantonen, doet sterk vermoeden dat een verdeling der kosten bij helfte weinig waarschijnlijk is. Ware dit wei het geval geweest, dan mag aangenomen worden dat S. in detail de kostenraming naar voren had gebracht inzake herstel van de roerende- en draaiende werken, waarvoor hij in 1976 tenslotte slechts 50.000 frank betaalde.

3. De rechtvaardigingsgrond ingeroepen door de beklaagden, blijkt aldus een ernstige bestaansgrond te hebben.
Het spreekt voor zichzelf dat beklaagden als kleine landbouwers die, zoals zij ter zitting verduidelijkten (en niet tegengesproken door partijen) een hoeve van 3,5 ha exploiteren, zomaar niet over de financiele middelen beschikken om hun wettelijke verplichting nate komen. De ingeroepen rechtvaardigingsgrond wordt noch door het openbaar ministerie noch door de burgerlijke partijen weerlegd evenmin bieden zij aan het te weerleggen.
Uit het dossier briefwisseling door de Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg toegezonden aan de procureur des Konings, blijkt overigens dat beklaagden reeds bij de eerste vergadering met de Rijksdienst in persoon van inspecteur De S. op 7 april 1981, deze erop wezen dat zij niet over de nodige financiele middelen beschikten doch op dat ogenblik was S. - huidige burgerlijke partij - eventueel nog wel bereid het vast gedeelte van de molen te kopen.
Sinds april 1981 zoeken beklaagden vruchteloos een koper.
Uiteindelijk werd op 10 oktober 1982 door hen een brief gericht aan de betrokken Rijksdienst met de vraag of de dienst koper was, maar zelfs ook de Rijksdienst bleek geen interesse in de aankoop te hebben. In maart 1984 probeerden beklaagden hun eigendomsdeel in de molen te schenken aan de gemeente L. op wier grondgebied de Margrietmolen staat. De gemeenteraad besliste op 2 mei 1984 evenwel de schenking niet te aanvaarden.
Deze vaststellingen wijzen er zeer duidelijk op dat niet enkel de gewone burger maar ook de Rijksinstellingen en openbare besturen terugschrikken voor de zeer zware kosten die eventueel herstel van de molen zou vergen, ook al «kan» dan met toepassing van het decreet van 17 november 1982 - zoals de b.p. 'n beweren, doch niet voorleggen - de eigenaar een subsidie krijgen van 90%, waaromtrent beklaagden echter op heden geen enkele zekerheid hebben ontvangen. Nog moet redelijkerwijze worden aanvaard dat de doorsneeburger dergelijke uitgaven niet aankan zelfs al zou hij uiteindelijk slechts voor 10% moeten bijdragen in de herstelkosten van zijn eigendom, zoals concreet onder punt 1 is uiteengezet.
Beklaagden kwamen anderzijds eerder toevallig in het bezit van het vast gedeelte der molen en wei door een schenking van 16 februari 1966 waarbij L. thans overleden, aan D. een woonhuis met medegaande stallingen, varkenshok en verdere afhankelijkheden waaronder de Margrietmolen schonk. Uit de notariele akte blijkt dat de windmolen op dat ogenblik in totaal vervallen toestand was. Aldus staat vast dat de molen noch door de nalatigheid van beklaagden noch door hun gebrek aan voorzorg in de huidige staat verkeert, aangezien de Margrietmolen begin 1966 reeds totaal vervallen was. Bnige tekortkoming van beklaagden aan de algemene zorgvuldigheidsplicht komt niet bewezen voor. Men kan beklaagden niet verwijten geen koper te hebben gevonden.

4. Beklaagden verkeren in een noodsituatie ten gevolge van omstandigheden die zij redelijkerwijze noch hebben kunnen voorzien noch hebben kunnen voorkomen.
Het uitvoeren van het herstel van het vast gedeelte van de Margrietmolen door beklaagden zou voor hen de financiele ondergang van hun gezin en van hun kleine landbouwbedrijf meebrengen. Geplaatst voor dit ernstig en dreigend kwaad zijn ze verplicht en gerechtigd hun familiale belangen voor alle andere te beschermen. Ben redelijk en voorzichtig mens zou in dezelfde omstandigheden niet beter hebben gekund. Het recht kan niemand verplichten boven zijn krachten te handelen.
Deze situatie van overmacht ingeroepen door beklaagden en waarvan het tegendeel niet bewezen wordt, neemt alle schuld van de beklaagden weg, aan die de eerste rechter dan ook terecht ontslag van rechtsvervolging zonder kosten heeft verleend.
(...)
NOOT - Monumentenzorg en subsidiering
Dit arrest toont aan dat het niet voldoende is een onroerend goed bij besluit te beschermen om het voor (verder) verval te behoeden. Ben dergelijke papieren bescherming heeft maar zin, als de nodige middelen voor herstel en onderhoud vrijgemaakt kunnen worden, en het arrest neemt terecht aan dat daarbij de financiële draagkracht van de eigenaars niet overschreden mag worden. Weliswaar is er een subsidieregeling (besluit Vlaamse Bxecutieve 1 juli 1982, bekrachtigd bij decreet van 17 november 1982), maar ten minste 10% van de kosten van de subsidieerbare werken (en niet aile werken zijn subsidieerbaar) blijven ten laste van de eigenaars. Bovendien kan de uitbetaling van deze subsidies lang op zich Iaten wachten, zodat de eigenaar in vele gevallen ten minste een deel van de subsidieerbare kosten zal moeten voorschieten. Er is inderdaad nog een spoedprocedure voor de subsidiering (circulaire van 27 maart 1985, B.S., 31 augustus 1985, 12595), maar het maximale bedrag dat kan worden toegekend, bedraagt 2.000.000 frank, en dan nog in uitzonderlijke gevallen.
Gelet op de bedragen die voor de restauratie van de molen vereist waren, blijkbaar onvoldoende.
Ten slotte heeft ongetwijfeld een rol gespeeld de vaststelling dat geen enkele overheid bereid was de molen over te nemen, zelfs niet gratis. In dit verband kan worden opgemerkt dat het voor Vlaanderen opgeheven artikel 2, laatste lid, van de wet van 7 augustus 1931 tot bescherming van monumenten en landschappen bepaalde dat de particulier aan wie het monument toebehoorde, mocht eisen, in plaats van de nodige werken uit te voeren, dat de Staat het onroerend goed onteigende.

M. Boes

 

Literatuur

Lieven Denewet, "Van drijvers of ketsers - Molen te Lo-Reninge, Molenecho's - Vlaams tijdschrift voor Molinologie XXXIV, 2006, 2, p. 61-164.

Archieven
Archief ROHM West-Vlaanderen te Brugge, Cel Monumenten en Landschappen, Archief, nr. 669.
Privaat archief Lieven Denewet, Hooglede.
Rijksarchief Brugge, Provinciaal Archief, Afdeling III, nr. 2169 (vergunning 1869).

Gedrukte bronnen
Belgisch Staatsblad, 06.12.1958 (beschermingsbesluit).

Onuitgegeven studies
R. ANNOOT, De Molens in het Westland, Ieper, 1950, p. 19-20.

Werken
R. ANNOOT, Inschriften in molens van de Westhoek en van Frans-Vlaanderen, Molenecho's, XVI, 1988,1, p.14-31.
M. BOES, Hof van beroep te Gent. Landschappen en monumenten. Onderhoudswerkzaamheden, Rechtkundig Weekblad 1986-1987, 21.02.1987, kol. 1694-1697.
J. CORNILLY, Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 148.
S. DEBAEKE, "Terugblik Lo, Pollinkhove, Reninge, Noordschote", Veurne, 1992, p. 78;
K. DE FLOU, Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen..., IX, 1929, kol. 1111; XIV, 1933, kol. 747.
E. D[E] K[INDEREN], Indrukken uit West-Vlaanderen [Gits, Kuurne, Leisele, Pollinkhove], in: Levende Molens, VI, 1984, 6, p. 44-46.
L. DENEWET, "Van drijvers of ketsers. Molens te Lo-Reninge", Molenecho's, 34ste jg., 2006, nr. 2, p. 59-165. M. DIERICKX, Molentocht in West-Vlaanderen, Molenecho’s, XI, 1983, 1, p. 19-22.
L. DEVLIEGHER De molens in West-Vlaanderen, Tielt/Weesp, 1984, p. 302-303 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
C.. DEVYT, Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965, Brugge, 1966, p. 101. 
H. HOLEMANS, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens, VI, p. 24.
Lorthiois Jacques, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (122).
W. SNAUWAERT, Anatomie van een molen, in: Graningate, II, 1982, 5, p. 42-45.
P. VANNESTE & H. MISSIAEN, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie West-Vlaanderen. Gemeente Lo-Reninge bestaande uit deelgemeenten Lo, Noordschote, Pollinkhove en Reninge", Brussel, 2005, p. 149
A. VERSCHAETE, Kroniek van Pollinckhove. De “Oostkerckhofhouckâ€? (25°), in: Parochieblad van Pollinkhove, Pasen 1964, p. 1.
[S. VROMAN], Rechtspraak over windmolens in 1985. De Machuutmolen te Pollinkhove, Molenecho’s, XVI, 1988, 5-6, p. 162-166.
Rechtskundig Weekblad, jg. 50, 1986-1987, nr. 25 (21 februari 1987), kol. 1694-1697.

Mailberichten
Johan Ryckeboer, 01.01.2011.

Persberichten
Bt., De windmolen van suikertante speelt parten, Het Laatste Nieuws, 21.03.1984.
R.V.O., Wat nu met de geklasseerde molen van Pollinkhove? Het Volk, 11.04.1984.
JHV, Wat nu met de geklasseerde molen van Pollinkhove? Het Wekelijks Nieuws, 13.04.1984, p. 1, 5.
Een molen als bruidsgeschenk, De Zeewacht, 13.04.1984.
Lo zoekt een oplossing voor Margrietmolen in Pollinkhove, Het Nieuwsblad, 04.05.1984, p. 11.
Bt., Paar uit Lo-Reninge moet Margrietmolen niet laten herstellen, Het Laatste Nieuws, 11.04.1984.
Wat met de molen van Pollinkhove? Het Volk, 21.03.1984.
WM, Vrijspraak in proces van de Machuutmolen van Pollinkhove. Zuur snoepje van een suikertante, Het Nieuwsblad, 11.04.1984, p. 10.


Laatst bijgewerkt: dinsdag 20 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens