Molenzorg
Oostkerke (Damme), West-Vlaanderen
Naam

Oude Molen
Molen Mengé

Ligging Zuidbroekstraat
8340 Oostkerke (Damme)

200 m W v.d. kerk
kadasterperceel B340b


toon op kaart
Geo positie 51.276089, 3.289477
Eigenaar familie van der Elst, Brussel
Gebouwd 1854
Type Stenen grondzeiler
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Witgekalkte romp
Gevlucht/Rad Verwijderd in 1890
Inrichting Verwijderd
Toestand Ledige romp
Bescherming M: monument,
16.02.2012
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 23.06.2013  

Beschrijving / geschiedenis

Tussen de (meer gekende) gerestaureerde dorpsmolen van Oostkerke en het kasteel van Oostkerke staat er, half verborgen tussen bomen en struiken, nog een molen. Als je er niet op let, dan loop je er voorbij zonder hem gezien te hebben. Hij is ouder dan de bekendere dorpsmolen, namelijk gebouwd in 1854, en diende eveneens voor het malen van koren. Hij wordt de "Oude Molen" of de "Molen Mengé" genoemd.

Op 27 januari 1854 kreeg Bernard Mestdagh, gepensioneerd onderwijzer van Oostkerke en zaakwaarnemer, de toelating om een stenen graan- en oliewindmolen op te richten in Oostkerke. Het metselwerk werd waarschijnlijk uitgevoerd door inwoners van Oostkerke. Voor het draaiende werk werd een beroep gedaan op molenbouwer Anthonius De Backer uit Moerkerke.

Opeenvolgende eigenaars:
- 1854, opbouw: Dombrecht-Mestdagh Joseph, molenaar te Oostkerke
- 27.10.1855, verkoop: Mestdagh-Dezutter Bernard Joseph, koster te Oostkerke (notaris Proot - stenen graan- en oliewindmolen)
- later, erfenis: de erfgenamen
- 29.08.1857, deling: Mestdagh-Hallaert Petrus, zonder beroep te Oostkerke (notaris Proot - stenen graan- en oliewindmolen)
- 24.12.1859, verkoop: Mabesoone Jacobus, landbouwer te Dudzele (notaris Proot - stenen graan- en oliewindmolen)
- 13.04.1861, verkoop: Desmidt-Slabbinck Jozef, zonder beroep te Oostkerke
- 18.05.1892, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Jozef Desmidt)
- 10.07.1892, deling: de weduwe (notaris Pollentier - korenwindmolen niet meer in werkzaamheid)
- 31.10.1910, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Slabbinck van Jozef Desmidt)
- 11.02.1911, verkoop: Maenhoudt-Lannoye Jozef Frans, landbouwer te Oostkerke (notaris Termote - landgebouw)
- 10.09.1936, verkoop: Cocquyt-Strubbe Charles Louis, landbouwer te Oostkerke (notaris Dhoore - oud molengebouw)
- 16.02.1937, verkoop: van der Elst-Roebling baron Joseph Julien Marie, gezantschapssecretaris en later ambassadeur, te Brussel (notaris Van Caillie - oud molengebouw)
- 20.02.1971, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Joseph van der Elst)
- 2014, eigenaar: van der Elst, familie

In 1886 werden er herstellingswerken aan uitgevoerd, maar drie jaar later werkte hij al niet meer en zou later ook nooit meer gebruikt worden voor zijn oorspronkelijke doeleinden.

In 1890 werden er de wieken afgehaald. Tussen 1910 en 1930 werd het molenhuis door een zekere Louis Mengé bewoond, aan wie de molen zijn naam te danken heeft. In 1889 draaide de molen niet meer en een jaar later werd het wiekenkruis afgenomen. In 1920 werden de molenstenen verwijderd. In 1937 kocht baron Joseph van der Elst (de kasteelheer) de molen. Hij liet de deuren, ramen en het interieur vernieuwen en op de bovenkant een betonnen platform gieten. Rond het platform werd ook nog een ijzeren leuning geplaatst. Tijdens de tweede wereldoorlog was de romp bewoond. Gedurende de beschietingen die de bevrijding in 1944 voorafgingen, werd de molenromp zwaar bechadigd. Na de oorlog werd de romp uitwendig hersteld en met een dreef verbonden met de hovingen van het kasteel.

De molenromp is opgetrokken met bakstenen van 21 x 10 x 6,5 cm en heeft onderaan een dikte van ca. 74 cm. De benedenverdieping heeft vier rondboogingangen, waarvan wellicht twee vensters tot ingangen werden omgevormd. Er zijn twee zolders. De romp is boven afgesloten met een betonplaat met bovenop een ijzeren omheining die men via een trap kan bereiken. Deze molen bevindt zich in de Zuidbroekstraat en behoort tot het domein van de familie baron van der Elst en doet momenteel dienst als een vrij riant tuinpaviljoen.het kasteel van Oostkerke. Deze molen is niet toegankelijk voor het publiek.

Op 16 februari 2012 werd de molen beschermd als monument, samen met:
- het Kasteel van Oostkerke met de tuin naar ontwerp van Mien Ruys
- de Spegelsweg.

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 23.06.2013

<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto: Harmannus Noot

<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto: Harmannus Noot

<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto voor 1940. Verzameling Ons Molenheem

<p>Oude Molen<br />Molen Mengé</p>

Foto voor 1940 (coll. R. Van Ryckeghem, Sint-Andries)

Aanvullende informatie

R. De Keyser, "De Oude Molen van Oostkerke", in: Rond de Poldertorens, jg. 25 (1983), p. 163-167.

Deze bijdrage wordt opgedragen aan Mej. Beatrice Mengé, een van onze eerste en trouwste leden.

Ten westen van Oostkerkedorp en zuid van de Zuidbroekstraat staat, omring door populieren en knotwilgen en een doornhaag,de 'Oude Molen'. Alleen de stenen romp blijft nog over. Deze romp, in de vorm van een afgeknotte kegel, heeft een diameter van 5.80 m., waardoor de vroegere molen bij de grote stenen molens mocht gerekend worden. Vroeger stonden er ook een woonhuis en stallingen bij; maar deze zijn vernield door de beschietingen die de bevrijding in 1944 voorafgingen.

Wanneer juist de molen zijn wieken. verloor, is niet bekend. Volgens de Belgische wetgeving behoort een windmalen tot de gevaarlijke instellingen. Daarom was de toelating nodig om een molen op te richten. Op 27 januari 1854 kreeg Bernard Mestdagh, gepensioneerd onderwijzer van Oostkerke en zaakwaarnemer, de toelating om een stenen korenwindmolen op te richten in Oostkerke, op het kadastraal perceel sectie B nr 340. Het metselwerk werd waarschijnlijk uitgevoerd door inwoners van Oostkerke. We hebben de zekerheid dat Joseph De Smidt, stiefvader van Frans Oreel (de Suisse), die op 29 maart 1915 in Oostkerke overleed in de ouderdom van 82 jaar, de 'Oude Molen' hielp opbouwen.

Voor het draaiende werk was er uiteraard een molenspecialist nodig. Het zal wel geen toeval zijn, dat op 21 mei 1854 Anthonius De Backer, molenwerker van Moerkerke en 29 jaar oud, te Oostkerke in het huwelijk trad (1).

De grond waarop de molen werd opgetrokken, behoorde oorspronkelijk niet aan de bouwheer Mestdagh. Bernard Mestdagh en zijn vrouw Isabella Livine De Sutter hebben de grond, waarop de molen stond, op 27 oktober 1855 afgekocht van Joseph Dombrecht en zijn vrouw, B. Mestadagh overleed in Oostkerke op 7 juni 1858 (2). Zijn vrouw was reeds een jaar vroeger gestorven. Zij lieten twee kinderen na: Nathalie Mestdagh gehuwd met Joseph Dombrecht en Pieter Mestdagh, Beiden woonden in Oostkerke.

Bernard Mestdagh bezat veel onroerend goed en om de erfenis te regelen, werd alles openbaar verkocht door: notaris Proot van Dudzele/ De eigendommen werden daartoe verdeeld in 20 kopen..De totale verkoop bracht 34.867 goudfrank op. Doch ik slaagde er riiet in, om de vinder. wie de molen kocht die bevat was in koop nummer 180. Op 27 juli 1859 was Jozef Mille er molenaar. Maar volgens het bevolkingsregister van 1868 hield Jozef Mille dan reeds herberg te Oostkerke in de Lion d'Or'; en verhuisd hij met zijn gezin op 19 september 1868 naar Sint-Kruis. De herberg Lion d'0r stond. op sectie B nr 387.

Het bevolkingregister van 1868 vermeldt op bladz. 46 een ander molenaar, nl. Joseph De Smidt, gehuwd met Blondina Slabbinck. Op 26 augustus 1874 verkocht Jo De Smidt, mulder te Oostkerke, aan Charles Casselman, koopman en herbergier te Oostkerke, een huis groot 3 a. 9 ca. gelegen op sectie B nr 338. en deel van sectie B nr 340, gelegen in het dorp van Oostkerke.

In 1880 betaalde Jospeh De Smidt berrièregeld op de steenweg naar Koolkerke, voor een paard (3).Volgens het bevolkingsregister van Oostkerke, jaar 1881, was J. De Smidt molenaar te Oostkerke, geboren in 1828 en gehuwd met Blondina Slabbinck, ook in Oostkerke geboren ten jare 1834. Ze hadden twee kinderen; Febronie, geboren in Oostkerke op 27 juli 1867, en Carolus ook in Oostkerke geboren op 29 december 1868,

In 1886 voerde Frans Boussemaere, smid in Oostkerke, enkele herstellingen uit aan de molen van Joseph De Smidt (4). De zaken begonnen echter minder goed te gaan, want in zitting van het schepencollege van Oostkerke op 12 februari 1890, vroeg Joseph De Smidt de terugbetaling van de grondbelasting op zijn korenwindmolen, omdat de molen in 1889 niet draaide. Hieruit blijkt wel dat hij eigenaar was van de molen. Of de molen nadien nog opnieuw in werking werd gesteld, is mij niet bekend. Vermoedelijk was dit niet het geval, want van dan af werd hij 'Oude Molen' genoemd. Febronie De Smidt, dochter van Joseph en Blondine Slabbinck, huwde in Oostkerke op 18 november 1896 met Gustaaf De Zutter en ze leven op de molen inwonen. Hun zoon,Tryphon Dezutter, werd daar geboren in 1'898. Toen werd er op de 'Oude Molen' niet meer gemalen (5). Na de dood van Febronie De Smidt, omstreeks 1910, werd de molen verkocht om uit onverdeelheid te scheiden. Die werd aangekocht door Jozef Maenhout, landbouwer te Oostkerke.

De erfgenamen van J. Maenhout, die stierf in 1929, hebben de molen in 1936 verkocht aan Charles Cocquyt, landbouwer te Oostkerke. Het jaar daarop werd de molen opnieuw verkocht, nu aan Baron Jo van der Elst, aan wiens familie hij nu nog behoort. Nadat er op de molen niet meer gemalen werd, bleven de bewoners hun klein landbouwbedrijf verder uitbaten. In 1906-1908 was er in de bijgebouwen een kleine melkerij ingericht, die aangedreven werd met een stoommachine.

Nadat Gustaaf Dezutter rond 1910 naar Damme verhuisde, kwam Louïs Mengé daar wonen. Zijn vrouw Nathalie Aneca stierf daar in 1916. Louis Mengé was, behalve kleine landbouwer, ook gemeentesecretaris van Oostkerke. Op het einde van de twintiger jaren is Louis Mengé uit Oostkerke vertrokken. Ons trouwe medelid Mej. Beatrice Mengé, aan wie deze kleine bijdrage is opgedragen, is de dochter van dhr. secretaris Mengé. Na hem woonden in het molenhuis Gustaaf Desmïdt, getrouwd met Zenobïe Slabbïnck. Vervolgens was het Arthur Slabbinck, getrouwd met Elodie Marius; zij werkten op de hofstede van J. Maenhout.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog woonden op de molen: Florence Vermeulen, weduwe van Frans van Nieuwenhuyse, en hun zoon, getrouwd met Germaïne Lippens.

Jozef Maenhout heeft rond 1920 alle bouwerk en de molenstenen uit de Oude Molen weggehaald om dat te gebruiken op zijn hofstede, waar hij woonde. Nu nog ligt op deze hofstede, achter de stallen, een van de molenstenen, met een diameter van 110 cm. Nadat Baron van der Elst de molen, met de medegaande gronden en Net woonhuis, had gekocht in 1937, heeft hij de molenromp doen herstellen. Boven op de molenromp werd een betonnen platform aangebracht' met een ijzeren leuning. Met oud eikenhout werden de twee zolders vernieuwd. Ook de acht vensters en de twee deuren werden vernieuwd. Er werd een houten wenteltrap ingebouwd en een schoorsteen gemetst van op het gelijkvloers tot boven toe.

Tengevolge van de herstelling van de molenromp door Baron van der Elsa, was het in 1940 mogelijk dat de kinderen van Octaaf Van Eeghem, vluchtelingen uit Zeebrugge, enkele maanden op de Oude Molen konden wonen. Ook Gerard Ceuterïnck erg zijn echtgenote woonden in 1942 en 1943 in de molenromp. En daar werden hun dochters Roza en Christine zelfs geboren.

In 1944, tengevolge van de overstroming veroorzaakt door de Duitsers, moest Henrï De Mey- met vrouw en zoon zijn woning verlaten, en hij woonde tijdelijk op de Oude Molen. De weduwe Standaert-Tavernier, door dezelfde omstandigheden gedwongen, woonde eveneens een drietal weken in het molenhuis.

Gedurende de beschietingen, die de bevrijding in 1944 voorafgingen, werd de molenromp zwaar beschadigd. Het molenhuis en de stallingen werden volledig vernield en nooit meer weder opgebouwd. De molenromp zelf werd echter volledig hersteld en werd met een dreef, bestaande uit 60 opgaande populieren, verbonden met de hovingen van het kasteel. Daardoor is de regelmatig gewitte molenromp aïs het ware geëvolueerd tot een tuinpaviljoen van de kasteeltuin.

Gegevens voor deze bijdrage zijn gedeeltelijk geput uit de in voetnota vermeide gemeentearchieven van Oostkerke. Andere gegevens zijn ingewonnen bij de volgende personen : Irma Bailly, ere-burgemeester Charles Cocquyt, Marcel de Keyser, Aiberic Oreel, Leon Maenhout, Maria Boussemaere-Storme en Tryphon De Sutter. Aan deze personen onze hartelijke dank.
Oude Molen in Oostkerke ca, 1939.

Noten

(1) Register Burgerstand Oostkerke, nu archief in Damme,
(2) Register Correspondentie gemeentebestuur, Gemeentearchief Oostkerke.
(3) Staat van betalingen Barrièregeld, Gemeentearchief Oostkerke.
(4) Rekenboek Frans Boussemaere, priveebezit.
(5) Met dank aan Tryphon Dezutter (nu in Damme) voor deze inlichtingen.

Literatuur

Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 218-221 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
R. De Keyser, "De Oude Molen van Oostkerke", in: Rond de Poldertorens, jg. 25 (1983), p. 163-167, ill.;
R. De Keyser, "Zo was Oostkerke", Oostkerke, 1976;
M. Coornaert, Een overzicht van de molens in het Noordvrije, in: Liber Amicorum René De Keyser, Speciale uitgave, Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago, 1985, p. 43-78.
Johan Ballegeer, "Molens in de Zwinstreek", in: Rond de Poldertorens, 47ste jg., 2005, nr. 2, p. 39-75.
Hillewaert B.,  "Archeologische inventaris Vlaanderen. Band II:  Oostkerke-bij-Brugge", Gent, 1984, p. 977. Callaert G. & Hooft E. m.m.v. Santy P. & Snauwaert L., Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, 2006.


Laatst bijgewerkt: zondag 25 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens