Molenzorg
Oedelem (Beernem), West-Vlaanderen
<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>
Foto: Greet Hudders, Oedelem
Naam

Plaatsmolen
Huddersmolen
Molen van Praet

Ligging Bruggestraat 77
8730 Oedelem (Beernem)

Hof van Praet
700 m W v.d. kerk
kadasterperceel G381


toon op kaart
Geo positie 51.170422, 3.330744
Eigenaar Familie Hudders
Gebouwd voor 1561 (hout) / 1868 (steen)
Type Staakmolen, later stenen bergmolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Rondboogingangen en -vensters
Gevlucht/Rad Verwijderd in 1914
Inrichting Drie maalstoelen op de steenzolder
Toestand Gerenoveerde ingekorte romp
Bescherming ---,
Niet beschermd, wel op vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed
Molenaar Geen
Openingstijden Als feestzaal, dagelijks (maandag gesloten), tel. 050 79 26 00, e-mail: info@deplaetsemolen.be
Internet bron

Plaatsmolen
Huddersmolen
Molen van Praet

Beschrijving / geschiedenis

De Plaatsmolen prijkt reeds op de kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus uit 1561-1571. Hij was de banmolen van de adellijke familie van Praet die woonde op het kasteel Ten Torre nabij de grens met Sijsele. Deze machtige familie bezat vele veel kastelen, hofsteden, landerijen en molens rondom Brugge (vooral te Oedelem, Oostkamp en Moerkerke) alsook grote stukken grond en onderlenen in Zeeland. Vermoedelijk bezat de familie ook een houten staakmolen op de Oedelemberg (een getuigenheuvel van ca.  22,5 meter en een tiental meter boven de omliggende gronden).

Op de banmolen te Oedelem dienden de inwoners (veelal pachters van Van Praet) hun koren te laten molen tegen vergoeding in geld of mits afstand van een tiende van het aangeboden graan. Deze molen ging later over naar de heren van de heerlijkheid Sijsele, waaruit Oedelem destijds  ontstaan is.

Op een kaart van 1760 is een "Molen van Oedelem" weergegeven. De Ferrariskaart uit 1770-1778 geeft de molen weer onder de benaming "den platse molen", als een houten staakmolen op vier teerlingen op een vrij grote molenberg.

Petrus Braet (1725-1772), in de volksmond Pieter genaamd, huwde te Maldegem op 5.6.1751 - hij was dus 26 jaar - met Maria Blondeel. Hij vestigde zich op de Oranjemolen te Oedelem (wijk Beverhoutsveld). Ook de Plaetsemolen te Oedelem was onder zijn beheer: beide molens behoorden aan de Rijngraaf, prins van Rubenpré. In 1771 richtte hij de Steenbruggemolen op te Assebroek (zie aldaar).

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: de Mérode, eigenaar te Brussel
- 1836, eigenaar: Pante Joseph, molenaar te Oedelem
- 17.11.1857, verkoop: Dedecker-Blomme Franciscus, molenaar te Oedelem (notaris Van Parijs - "moulin en bois sur pierres")
- 01.02.1888, erfenis: a) Dedecker-Blomme Franciscus, de weduwe, molenarin te Oedelem en b) Van den Bon-Dedecker Charles August, geneesheer te Oedelem (overlijden van Franciscus Dedecker)
- 09.02.1890, erfenis: a) Dedecker-Blomme Franciscus, de weduwe, molenarin te Oedelem en b) Van den Bon-Dedecker Charles August, de weduwe, te Oedelem (overlijden van August Dedecker)
- 06.10.1895, erfenis: Van den Bon-Dedecker Charles August, de weduwe en de kinderen, te Oedelem (overlijden van de weduwe van Frans Dedecker)
- 1904, huurder-molenaar: Hudders-Wildemauwe Julien (°Oedelem 1868)
- 22.11.1934, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe van Charles August Van den Bon)
- 24.04.1935, verkoop: Lapierre-Van den Bon Henri, pasteibakker te Brugge (notaris D'Hoore)
- 20.10.1951, verkoop: Hudders-Sierens Julien Henri, landbouwer te Oedelem (notaris Dhoore)
- 19.09.1969, gift: a) Hudders-Verhegghe Pierre Paul (voor naakte eigendom), handelaar te Oedelem en b) Hudders-Sierens Julien Henri (voor vruchtgebruik), handelaar te Oedelem (notaris Van Latem)
- 08.03.1989, einde vruchtgebruik: a) Hudders-Sierens Julien Henri (voor vruchtgebruik), handelaar te Oedelem en b) Claerhoudt-Hudders Jean Aloïs, te Brugge
- 2014, eigenaar: familie Hudders

In 1868 werd de staakmolen vervangen door een stenen bergmolen. Het bouwjaar 1868 stond destijds in ijzeren cijfers op de molenkap. Ook de stenen molen diende enkel om graan te malen.

De 31-jarige molenaarsknecht Henri Fermyn, geboren te Ruiselede, verongelukte op 25 april 1876 in de molen. Hij werkte alleen op de molen van Frans Dedecker. Tijdens het uitstorten van een zak graan in de graanbak, geraakte hij tussen de tanden van de draaiende kamwielen en geraakte dodelijk getroffen.

In 1889 werd een stoommachine geplaatst, maar er werd ook nog gebruik gemaakt van de windkracht.

De molen bleef in werking tot aan de eerste wereldoorlog. De roeden werden verwijderd in 1914. Er werd enkel nog met stoom gemalen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de meidagen van 1940, werden herhaaldelijk brandbommen naar de molen  gegooid. Op 26 mei 1940 wierpen  de Duitsers onder massaal machtsvertoon van bommenwerpers ontelbare brandbommen op het centrum van Oedelem en zo ook naar de Plaatsemolen, waar in de molenberg veel bange burgers beschutting hadden gezocht tegen het allesvernietigende vuur.
Zo werd een plaatselijke limonadefabriek vernietigd en liep de oude herberg "De Vlaamsche Leeuw" (die tevens een voedingswinkel was op de hoek van de Markt) grote schade op. Talrijke burgerwoningen op en rond de  Markt, alsook de statige Sint-Lambertuskerk liepen erg veel schade op, maar de Plaatsemolen die daar tussenin stond bleef als bij wonder gespaard, op enkele stukgeslagen ruiten na. In 1962 werd in een sleuf tegen de molenkuip een zware brandbom gevonden die om de één of andere reden niet was ontploft: gelukkig maar, anders hadden in de molen tientallen onschuldige burgers, alsook kinderen, de dood gevonden.
Kort na 1948 werd de mansardekap verwijderd en later de romp verlaagd.

De romp is opgetrokken in roodbruine Oedelemse baksteen uit de plaatselijke steenbakkerijen. Afmetingen: 21 à 22 cm x 10,5 x 5 cm, totale dikte 60 cm. Rondboogingangen en -vensters. Doorheen de molenberg (die recent volledig werd afgegraven) is er een in- en uitrit. Van de mechanische maalderij rest momenteel nog één molensteen. De ingekorte nog bestaande kuip (afgedekt met een zware betonplaat) verkeerde tot voor kort in een zeer slechte staat. In 2005 werden de gebouwen die de molen insloten gesloopt, het metselwerk werd hersteld en de romp werd geïntegreerd in een nieuwgebouwde feestzaal. Naast de romp zijn er diverse winkels gevestigd.
Een bijzonderheid: een vroegere pastoor van Sijsele schreef een kroniek gezien vanuit de ogen van de molenaar van de Plaatsmolen. Hij beschrijft de wijde omgeving, alsook de molens die hij van op zijn molenkot kon gade slaan.

Rond 2005 werd de molenromp gerestaureerd en mooi geïntegreerd in Feestzaal De Plaetsemolen, naar een ontwerp van Archictectenbureau Dries Bonamie bvba uit Beernem.

Lieven DENEWET, Ronny VAN LANDSCHOOT & Herman HOLEMANS

<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>

Tijdens de renovatie. Foto: Ronny Van Landschoot, Sijsele, 2005

<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>

Prentkaart Van Den Bon & Blomme, Sijsele, 1948 (coll. Ronny Van Landschoot, heemkundige, Sijsele).

<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>

Prentkaart Victor Delille, Maldegem, 1918 (coll. Ronny Van Landschoot, Sijsele)

<p>Plaatsmolen<br />Huddersmolen<br />Molen van Praet</p>

Detaril van deze prentkaart. Verzameling Ons Molenheem

Aanvullende informatie

Paul Braet, "De geschiedenis van een belangrijke molenaars- en aannemersfamilie de familie Braet. Stam: Ruiselede. Tak: Sint-Joris-ten-Distel", in: Rond de Poldertorens, 29ste jg., 1987, nr. 3-4, p. 166-173.

Opgenomen uit het boek 'Het Geslacht Braet' met toelating van de auteur André Braet, Erembodegem-Aalst

Pieter Braet - Judoca Everaert
Pieter geboren te Ruislede op 14.5.1656, huwde met Judoca Everaert te Aarsele op 15.12.1680. Woonde te Wontergem gedurende 15 jaar. Tijdens deze periode waren er ook de oorlogstroebelen. De Zonnekoning Lodewijk XIV van Frankrijk was in oorlog met Spanje. Zijn legers vielen herhaaldelijk de zuidelijke Nederlanden binnen en plunderden alles wat op hun weg lag. Tijdens deze oorlog 1688-1697 was de armoede zeer groot. In 1693 kampeerde het Frans leger ln Tielt en omstreken. De Spaanse en geallieerde troepen lagen tussen Deinze en Grammene. De plundertochten en brandstichtingen van de Fransen brachten zeer veel schade en ook een grote landvlucht mee. De kerk van Wontergem werd volledig geplunderd op 19.5. 1696.

Rond deze periode is Pieter gelijk zovelen met zijn  huisgezin gevlucht. Hij is voor 22.6.1696 te St.-Joris.ten-Distel aangekomen. Dit is de geboortedag van zijn dochter Anna-Maria. Pieter was buitenpoorter van Kortrijk. Hij had met zijn gezin reeds een bewogen leven achter de rug, maar te St.Joris-ten-Distel was het al evenmin rooskleurig. De harde winter van 1709 veroorzaakte een graancrisis zodat velen op de aardappelteelt moesten overschakelen. Het einde van de oorlogsellende kwam in 1713 toen, met de vrede van Utrecht, de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk werden toegewezen.

Pieter verloor zljn vrouw op 24 mei 1711. Zij was 53 jaar Het gezin woonde toen op de driesprong Oedelem-Knesselare-St.-Joris-ten-Distel. Hij pachtte 110 roeden land aan de kerk en hij gebruikte drie stukken land met hofstede die hij in eigendom had. Op deze hofstede was er een molenwal met molen die hij gekocht had van de vroegere molenaar en eigenaar Jan Van Poucke. Pieter was dus landbouwer en molenaar geworden.

Het maalrecht behoorde aan de heer van St.-Joris, Jonker Charles Frans van den Berghe, 'geseyd van Praet, heere van dezelfde plaetse' (die van 1688 tot 1725 de heerlijkheid van Praet onder zijn gezag had). Pieter maakte deel uit van de wethouders der Heerlijkheid, die van het Brugse Vrije afhing. Van 5.1.1713 tot 23.8. 1719 was hij schepen. Op 22.4.1722 was hij burgemeester van St.-Joris-ten-Distel. Hij overleed acht dagen na het huwelijk van zijn zoon Lauwereyns op 66 jarige ouderdom.

Lauwereyns Braet (1699-1772) - Maria Goovaert
Lauwereyns was de jongste telg uit het gezin Pieter Braet-Judoca Everaert. Hij volgde zijn vader op als molenaar op de Zeldonkmolen te St.-Joris-ten Distel. Hij huwde met Maria Govaert op 7.1.1723 te Oedelem. De vader van de bruid was in 1725 schepen van de Heerlijkheid van Praet. Lauwereyns verloor zijn vrouw op 5.4.1740. Het gezin telde reeds vijf kinderen: Jan Ludovicus, Petrus Jacobus, Jacobus Josephus, Maria Francisca en Anna Victoria. Intussen was Lauwereyns in 1726 als schepen aangesteld, bij de vernieuwing van de wet der heerlijkheid St.-Joris. Lauwereyns huwde opnieuw te Oedelem op 6.5 1741 met 1sabelle-Theresia Blancaert. Zij werd aldaar geboren op 11.1 1712. Lauwereyns erfde van zijn tweede schoonvader een stuk bos dat bij de Heerlijkheid van Praet behoorde. Uit het tweede huwelijk had hij nog acht kinderen: Laurentius, Joanna Theresia, Theresia Barbara, weer een Laurentius, Jan Bernard, de opvolger als molenaar, Maria Anna, voor de derde maal een Laurentius die ook in hetzelfde jaar overleed, en Petronnella Catherina die ook in hetzelfde jaar stierf.
Uit deze twee huwelijken van Lauwereyns Braet waren er 7 kinderen die ofwel zeer jong of als jongeling stierven.

Petrus Braet (1725-1772) - Joanna Blondeel
Petrus, in de volksmond Pieter genaamd, huwde te Maldegem op 5.6.1751 - hij was dus 26 jaar - met Maria Blondeel. Hij vestigde zich op de Oranjemolen te Oedelem (wijk Beverhoutsveld). Ook de Plaetsemolen te Oedelem was onder zijn beheer: beide molens behoorden aan de Rijngraaf, prins van Rubenpré. Hier meldt de auteur André Braet dat het rijksarchief te Brugge toen gesloten was voor een verder onderzoek.

Pieter zou het molenaarsvak een nieuw leven inblazen. Op 8.4.1771 richt hij een verzoekschrift aan het bureau des finances te Brussel om een molen te mogen oprichten 'op de oostzijde van de calseyde, beginnende van de post van Steenbrugge na Brugge, wesende parochie St. Catherina. Niettegenstande de sterke oppositie tegen deze molen werd hij toch opgericht en dit op de grens van zeven verschillende heerlijkheden en jurisdictiën (Brugge-Sijsele-Assebroek-Oedelem-Oostkamp-Nieuwenhoveen Tillegem). In diezelfde archiefbundel zijn een verzameling van gewisselde brieven, klachtbrieven, en een figuratieve kaart van de omliggende molens en het eigenhandig verzoekschrift van onze Pieter bewaard. Op 22.6.1771 verkrijgt hij de toestemming en de patentbrief, de gewettigde redenen tot oprichting van een molen zijnde vervat in 28 punten (waavan afdrukken verschenen zijn in het boek 'Het geslacht Braet').

Toen deze koren- en oliemolen was gebouwd, stierf Pieter op 46-jarige ouderdom te Oedelem op 22.1.1772. Zijn jongste dochter die gehuwd was met Frans Demuynck, verkocht de nieuwe molen aan haar broer-molenaar Carolus en de andere erfgerechtigden. Carolus huwde met Anna Verschelde in 1797. Hier sluiten we de geschiedenis van Pieter Braet. We volgen nu zijn broer molenaar van de Zeldonkmolen, te St.-Joris-ten-Distel, Jan Bernard Braet.

Jan Bernard Braet (1748-1831) - Anna Maria Stroobant
Zoon van Laurentius en van Isabella Theresia Blanckaert, opvolger als molenaar op de Zeldonkmolen te St.-Joris-tenDiste!. Gehuwd te Oedelem met Anna Maria Stroobant. Dit gezin telde 7 kinderen, waarvan: Laurentius, opvolger als molenaar, Jan, Pernard, Petrus Jacobus, Maria Theresia, Isabella Theresia en Joanna Catharina. Jan en Bernard bleven als opvolgers op de Zeldonkmolen te St.-Joris-ten-Distel. Zoon Laurentius werd molenaar op de Scellemolen te Damme.

Laurentius Braet (1779-1858) x Albertina Janssens (1ste huw.) X Regina De Bakkere (2de huwelijk) Laurentius geboren te St.-Joris-ten-Distel op 19.11.1779, huwde te Oedelem op 8.5.1809 met Albertina Janssens en voor de tweede maal op met Regina De Bakkere. Uit deze beide uwelijken waren er 8 kinderen, waarvan: Norbertus, die onze verder stamvader en opvolger is, Louis, Maria Theresia, Coleta, Eugenie, Charles Louis, Auriel Modest en Regina. Laurentius kwam zich vestigen op de Scellemolen te Damme, gelegen langs de Damse vaart, waar nu de Witte Molen staat.

Norbertus Braet (1824-1880) X Coleta Francisca Dullaert
Geboren te Damme 13.6.1824 en aldaar overleden op 29.5. 1880. Hij huwde te Damme op 31.7.1845 met Coleta Francisca Dullaert, dochter van Frans, geboren te Damme op 29.11. 1827 en aldaar overleden op 30.3.1912. Norbertus volgde zijn vader als molenaar op, op de Scellemolen te Damme in 1867 toen de molen aan vernieuwing toe was. Deze houten Scellemolen werd vervangen door de huidige stenen reus. Het werd een koren- en oliemolen in hetzelfde jaar verkocht Norbertus Braet de nieuwe molen aan zijn schoonbroer Louis Dullaert.

Wij kunnen voorlopig niets bewijzen maar we kunnen wel eens luidop denken: Het is mogelijk dat met de bouw van deze nieuwe stenen molen, Norbertus in geldmoeilijkheden kwam, maar ook is het mogelijk dat Norbertus een andere toekomst voor zijn groot gezin zag, want hij was zeer rijk als hij de molen overliet, maar hij was ook rijk aan kinderen. Er waren niet minder dan 9 kinderen waarvan: Franciscus, Henri, Jules, Alfons, Carolus, Ludovicus, Eduardus, Mathilde en Louisa Coleta.

We diepen eens in Rond de Poldertorens en zien er enkele gegevens over kosten en benodigheden in de bouw van een nieuwe molen, door René De Keyser, jrg. XV, nr. 4, p. 126: De Pannemolen. Daar zien we dat de eigenaar Ivo Gaillaert 119.550 stenen heeft aangekocht in een steenbakkerij te Duffel. Deze werden langs het waterverkeer vervoerd van Duffel naar Brugge, aan de Dampoort gebracht, kostprijs van het vervoer 3,75 fr per 1000. De kostprijs van de stenen en van het metselwerk, het vaste en roerende werk, enz. nog niet meegerekend. Dit was in 1891.

En wanneer we dan zien dat Jan Bernard Braet in 1822 de houten Zeldonkmolen verkocht bij notariele akte van notaris Ch.J. Beaucourt te Oostkamp, de molen met 2 lijnen wal 29 roeden en 50 ellen (Nederlandse maat) aan zijn zoon Jan tegen de koopsom van 2400 gulden (Nederlands geld) dan kan men zich wel indenken wat zo een stenen reus moet gekost hebben. En Norbertus zag zeker wel een andere toekomst voor zijn groot gezin.

Hier eindigde het molenaarsleven van deze tak Braet maar er kwam een nieuw tijdperk aangebroken. Er werd een aannemersbedrijf opgericht die zich specialiseerde in openbare werken.

Franciscus Braet (1856-1930)
Oudste zoon van Norbertus. Geboren te Damme op 16.3.1856 en overleden te Veurne op 21.7.1930. Gehuwd met Sidonie Vervaecke. Beroep aannemer van openbare waterwerken. Sidonie overleed te Oostkerke op 17.11.1911. Dit gezin telde 6 kinderen waarvan: Gustaaf : Geboren te Oostkerke op 13.12.1881; overleden te St.-Kruis op 9.12.1948; gehuwd Elisabeth Maes in 1904; beroep: aannemer van openbare waterwerken;
hun kinderen:
Maurice: Aannemer van openbare waterwerken. Geboren te Mol op 16.5.1907. Overleden te Koolkerke op 16.5.1971
Gilbert: Aannemer van openbare waterwerken Geboren te Geel Gehuwd Margriet Dobbelaere
Marcel: Beroep onbekend Geboren te Geel
Camiel: Geboren te Geel Overleden te Geel in 1911

Jules Braet:
Geboren te Oostkerke op 7.6.1880; overleden te Gent op 10.6.1928; gehuwd te Assebroek op 18.11. 1905 met Marie Van Renterghem, geb. te Assebroek 8.5.1877 en aldaar overleden op 20.4.1949; beroep: aannemer van openbare waterwerken.
Hun kinderen:
Robert: geboren te St.-Kruis op 11.2.1912; overleden te Brugge febr. 1987; ex-doelwachter van Cercle Brugge; beheerder van verschillende vennootschappen en verenigingen
Martha en Irene

Leon Braet
Geboren te Oostkerke op 8.1.1892; overleden te Oostkerke op 25.2.1956; gehuwd met Bertha Loobuyck geb. te Ruddervoorde op 17.6.1892 en overleden te Brugge op 29.1.1937; voor de 2de maal gehuwd met Maria Vermeire uit Beernem; aannemer van openbare waterwerken; wonende te Nieuwpoort;
kinderen: Carlos en Marcel.

Henri Braet
Geboren te Oostkerke op 15.10.1887; overleden in Oostkerke op 6.4.1921; gehuwd met Sidonie Boedt, geboren te Snaaskerke op 30.7.1893; beroep: aannemer;
kinderen:
Albert (geb. te Oostkerke op 17.11. 1916) met Maria Simonne Van Dammen, en Henriette, gehuwd met Fernand Boedt uit Kortemark.

Franciscus Braet had ook nog twee dochters:
Emma: Geboren te Oostkerke op 2.6.1885; overleden te Loppem op 25.4.1944; gehuwd met Camiel Barbier (1878-1938), burgemeester van Loppem.
Albertha: Geboren te Oostkerke op 19.9.1889; overleden te Brugge in 1959; ongehuwd

Henri Braet: zoon van Norbertus; geboren te Damme op 30.5.1858; overleden te Nieuwpoort op 5.2.1947; gehuwd te Brugge op 31.5.1887 met Octavie Tyvaert uit Torhout.
Henri kreeg als ereteken: het Kruis van Officier in de Leopoldorde voor bewezen diensten aan het land en de gemeenschap gedurende 50 jaar (1889-1939)
Beroep: aannemer van waterwerken. Henri heeft vijf kinderen waarvan: Hans, Walter, Frans, Maria Theresia, Rosa, Paul en Wiliem.
Van deze tak is het niet gekend of er opvolgers waren die het beroep van aannemer verderzetten.

Jules Braet: zoon van Norbertus; geboren te Damme op 1.5. 1867; overleden te Damme op 5.7.1956; gehuwd met Romanie D'Haens, geb. te Sijsele op 18.5.1870 en te Damme overleden op 24.9.1964.
Jules was burgemeester van Damme gedurende 38 jaar. Hij woonde in een patriciërswoning, de huidige Grote Sterre, Uilenspiegelmuseum in de Jacob van Maerlandtstraat.
Hun kinderen: Eugene Braet (geb. te Damme; landbouwer), Bertha Braet, Elisabeth Braet.

--------

Gazette van Brugge en der provincie West-Vlaenderen, LXXXIII, 1876, 51 (za. 29 april), p. 2, kol. 4.
Gegrepen tussen de kamwielen - molenaarsknecht, 25.04.1876.
Den 25 april, is een ongeluk gebeurd te Oedelem, in den molen van Frans Dedecker, mulder aldaer wonende.
De dienstknecht van deze laetsten, Henri Fermyn, oud 31 jaren, geboren te Ruysselede, woonachtig te Oedelem, alleen op de graenmolen zyns meesters zynde, is, zoo het schynt, in zyne werkzaemheid, binst het uitstorten van een zak graen in den bak der maeldery tusschen de tanden geraekt van een der wielen die in volle beweging waren en zyn lichaem er door doodelyk getroffen.

-------

Genealogie Hudders

Petrus Hudders, overleden te Oedelem op 21 december 1900, gehuwd met Juliana Blomme, overleden te Oedelem op 22 april 1874.
Zoon
Julien Hudders, molenaar, geboren te Oedelem op 30 december 1858, gehuwd te Oedelem op 17 april 1901 met Silvie Wildemauwe, geboren te Oedelem op 9 september 1873.
Zoon
Julien Henri Hudders (jr.), molenaar, geboren te Oedelem op 5 maart 1906, gehuwd met Sierens

 

Literatuur

OCMW-archief Brugge, Fonds Kaarten en Plannen, Losse stukken.
Gazette van Brugge en der provincie West-Vlaenderen, LXXXIII, 1876, 51 (za. 29 april), p. 2, kol. 4.
"De familie Hudders uit Oedelem"
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 126-127(Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
H. Zutterman, "Oedelem 906-1976", Oedelem, 1976;
J. De Smet, "De Oranjemolen en de Plaatsmolen te Oedelem", in: Biekorf, XLI, 1935, p. 135-142.
F. Muylaert & A. Ryserhove, "Het Beernem, Oedelem en Sint-Joris van toen", Brugge, Marc Van de Wiele, voorkaft (foto uit 1917) en p. 86 (toelichting).
Stefanie Gilté m.m.v. Sofie Baert, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Beernem, Deelgemeenten Beernem, Oedelem en Sint-Joris, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL31", 2007.
Freddy Muylaert e.a., "Het Beernem, Oedelem en Sint-Joris van toen", Brugge, M. Van de Wiele, 1982.
Herman Holemans, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 5. Gemeenten M-O, Rotem, Ons Molenheem, 1999.
André Braet, "Het Geslacht Braet door de eeuwen heen (1295-1980)", Erembodegem, 1981.
Paul Braet, "De geschiedenis van een belangrijke molenaars- en aannemersfamilie de familie Braet. Stam: Ruiselede. Tak: Sint-Joris-ten-Distel", in: Rond de Poldertorens, 29ste jg., 1987, nr. 3-4, p. 166-173.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens