Molenzorg
Wevelgem, West-Vlaanderen
Naam

Molen Denys

Ligging Kortrijkstraat 104
8560 Wevelgem

zijde Kozakstraat
kadaster sectie C 651a 2
50°48'37.11" N 3°11'24.36" E


toon op kaart
Geo positie 50.810730, 3.189839
Eigenaar Henri Denys & Jeannine Decuypere
Gebouwd 1834 / ca. 1880 (verhoging)
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Hoge, relatief smalle romp, zetelkruier
Gevlucht/Rad Verwijderd
Inrichting Twee steenkoppels
Toestand Enkel nog de romp zonder kap
Bescherming M: monument,
03.06.2005
Molenaar Geen
Openingstijden Op aanvraag
<p>Molen Denys</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem  

Beschrijving / geschiedenis

De moeln Denys  was aanvankelijk stenen grondzeiler op lage mote, later een stenen stellingmolen, als zetelkruier, ingericht als olie- en korenwindmolen.

Op 26 oktober 1833 diende Guillihelmus Denys, geboortig van Menen maar olieslager te Gullegem, een verzoekschrift in bij de Gedeputeerde Staten van de provincie West-Vlaanderen ten einde "[...] obtenir l'autorisation de pouvoir construire un moulin à vent à moudre bled sur une partie de terre appartenant à la veuve de Pierre Deleplanque situé du côté oriental et à proximité de la Place de la commune de Wevelghem [...]. De gemeenteraad gaf voor deze aanvraag een gunstig advies op 27 november 1833, gevolgd door de toestemming van de Gedputeerde Staten van West-Vlaanderen op 23 januari 1834, waaruit wij besluiten dat de molen Denys gebouwd werd in 1834.

Hij was achtereenvolgens in het bezit en uitgebaat door:
- 1834-1855: Guillaume Denys en Regina Gheysen
- 1855, erfenis: de weduwe Regina Gheysen en kinderen (overlijden van Guillaume Denys)
- 14.06.1872, verkoop: Denys Victor en deelhebbers, molenaar te Wevelgem (notaris Hocke - stenen graan- en oliewindmolen)
- 17.04.1876, verkoop: a) Denys Victor, molenaar te Wevelgem, b) Denys Coleta, huishoudster te Wevelgem en c) Denys Cordule, zonder beroep te Wevelgem
- 09.03.1890, verkoop: a) Denys Victor, molenaar te Wevelgem en b) Denys Cordule, huishoudster te Wevelgem (notaris Sursan - deel van Colette)
- 27.06.1890, verkoop: Denys, molenaar (notaris Sursan - deel van Cordule Denys)
- 1890, huwelijk: Denys Victor, gehuwd met Octavie Decraene, molenaar te Wevelgem
- 27.01.1898, erfenis: de weduwe Decraene Octavie (overlijden van Victor Denys)
- 20.04.1904, verkoop: Denys Henri Camille en Gheysens Stephanie, molenaar te Wevelgem (notaris Guillemyn)
- 25.12.1953, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Henri Denys)
- 25.12.1953, verdeling: a) de weduwe (voor vruchtgebruik) en b) Denys Gaston Hector (voor vruchtgebruik), handelaar te Wevelgem (notaris Dubucquoy)
- 28.04.1956, einde vruchtgebruik: Denys Gaston Hector, gehuwd met Seynaeve Simonne, molenaar sinds 1934, graanhandelaar te Wevelgem (overlijden van de weduwe Stephanie Gheysens van Henri Denys)
- 13.02.1985, erfenis: de weduwe en de kinderen (kinderen: Denys Monique, echtgenote Derycke Romain, vlasser te Wevelgem, b) Denys Marie, echtgenote Lietaer Georges, landbouwer te Schorisse, c) Denys-Decuypere  Henri, magazijnier te Wevelgem en d) Denys Paula, echtgenote Soetaert Gerard, landbouwer te Menen (overlijden van Gaston Denys)
- 02.02.1986, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Simonne Seynaeve van Gaston Denys)
- 27.08.1986, verdeling: Denys Henri en Decuypere Jeanine te Wevelgem.

Aanvankelijk was de molen een stenen grondzeiler, met wieken die draaiden vlak boven de grond.  Vandaar dat de vergunning verlenende overheid eiste dat de molen op minstens 43 meter uit de as van de weg Kortrijk-Menen moest gebouwd worden.
Met de uitbreiding van de bebouwing in Wevelgem-centrum en de voortschrijdende lintbebouwing werd het noodzakelijk de molen te verhogen om de windvang te garanderen.

De overlevering [1] leert ons dat de aanleiding tot de verbouwing gebeurde toen de nieuwe Sint-Hilariuskerk werd gebouwd, omstreeks 1880.  De verhoging van de kuip werd deskundig aangepakt, zodanig dat aan de buitenzijde van de romp de versnijding nauwelijks te onderscheiden valt.  Met de loop der jaren wordt het echter duidelijker dat de molen verhoogd werd, dit door het sterker verwerend voegwerk van de onderzijde van de kuip.  Enkele segmentboogvensters werden dichtgemetst en van de ramen op de voormalige luizolder werden er twee vergroot tot toegangsdeur naar de nieuwe ijzeren gaanderij.
De oorspronkelijk noord-zuid gelegen toegangsdeuren op de benedenverdieping werden verbouwd tot venster. De nieuwe ingangen zijn nu west-noordwest - oost-zuidoost georiënteerd.  De lage mote werd afgegraven.
Ook de nieuwe ramen werden van ijzeren kozijnen voorzien en waren van het rondboogtype, typisch voor de molenarchitectuur uit de tweede helft van de 19de eeuw.  Aan de noordzijde werd een halve steen uitgekapt en kwam een rookkanaal voor de vuring, waaiervormig uitmondend boven de gaanderij op een hoogte van ca. 9 meter.  De molenkuip werd precies 18 meter hoog.

Omdat de diameter bovenaan heel smal werd moest de kap aangepast worden in grootte.  De straalhouten werden aan de zijkanten afgezaagd en het voorkeuvelens kwam ca. anderhalve meter naar binnen.  Dat verklaart het uitzicht van de uitstekende daklijsten van de kap, zoals we op zo vele afbeeldingen van de molen voor zijn vernieling kunnen onderscheiden.

Met slechts een diameter van 7 meter zal het er in ieder geval benauwelijk aan toe zijn gegaan tijdens het olieslaan. Het bleek niet mogelijk een tweede koppel pletstenen te plaatsen voor het breken van lijnkoeken. Op de eerste halfzolder werd een geklinknagelde metalen houder geplaatst voor opslag van 6.000 liter lijnzaadolie.

In 1905 werd een stoommachine geïnstalleerd nadat een in 1899 geplaatste petroleummotor blijkbaar niet voldeed en buiten dienst werd gesteld. Er kan achterhaald worden dat op hetzelfde moment het oude lablok met klassieke voor- en naslaglade vervangen werd door minder plaatsinnemende gietijzeren persen, één voor de voor- en één voor de naslag [2].

Op het einde van de Eerste Wereldoorlog liep de molen nogal wat averij op, waardoor op basis van de bestaande voeghouten een nieuwe grotere kap werd gebouwd, die ook plaats gaf aan een nieuw en groter vangwiel.  De werken werden uitgevoerd door molenbouwers Coussée uit Meulebeke, die al jaren de molen op hun onderhoudslijst hadden [3].  Ook werden er door het constructieatelier Verhaeghe uit Ruddervoorde nieuwe ijzeren geklinknagelde molenroeden geleverd met een lengte van elk 24,40 meter [4].

Niettemin de moderne tijden en de overschakeling naar mechanische maalderijen bleef de molen ook verder in windwerking, tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
De molen van 21 m hoog was een mikpunt bij de beschieting toen de Duitsers in 1940 de gemeente Wevelgem innamen. Getroffen door de projectielen brandde hij uit op 24 en 25 mei 1940.

Ondanks het feit dat er restauratieplannen opgesteld waren [5] werd de molen als windmolen niet meer hopgebouwd. Na de oorlog bleef de molenruïne jarenlang onaangeroerd.
Pas in 1953 werd binnenin opgeknapt en kwamen er nieuwe zolderingen.  De zolderingen werden uitgevoerd in betonnen gewelven, en respecteren niet meer de voormalige zolderindeling. De nog bruikbare onderdelen van de metalen gaanderij werden overgenomen door molenaar Joye voor de heropbouw van de Kazandmolen in Rumbeke, die door brand verwoest was [6].
Het gelijkvloers werd uitgegraven en zodoende ontstond er een kelderruimte, die dieper gaat dan de funderingen van de molen.
De hoofdingang werd aangepast als laadplatform voor vrachtwagens. In de stenen kuip werd dan een elektrische maalderij geïnstalleerd.  Later kwam bovenop de molenromp de sirene voor de Wevelgemse brandweer.

Sinds de beoordeling van molenrompen door de cel onroerend erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap werd aangepast, kwam ook de molenromp Denys voor bescherming als monument in aanmerking. Uiteindelijk kwam de effectieve bescherming bij ministerieel besluit van 3.06.2005.

Een herbouw als windmolen is niet meteen aan de orde, maar het behoud van de molenromp als getuige is nu wel verzekerd.  Overigens had de nieuwe eigenaar Henri Denys de laatste jaren de molenromp al in ere gehouden, en omgevingswerken uitgevoerd.  Vele bouwvallige bijgebouwen die betrekking hadden op de graan- en zadenhandel werden gesloopt of verbouwd.
Anno 2004-2005 werden de grote schuren langs de Kortrijkstraat - gebouwd in 1903 - omgebouwd tot lofts. De gevels behielden zo goed als mogelijk hun authentiek uitzicht.
Intussen is het weer mogelijk op een veilige manier de molenromp te betreden.  De ontbrekende trappen op de hogere zolders werden herplaatst en de beplanking waar nodig hersteld. De eigenaars zijn van plan de molenromp te herstellen en een bestemming te geven, waarbij het uiterlijk van de molen als voormalige windmolen zal worden gerespecteerd.

Herman VANHOUTTE & Herman HOLEMANS

Noten
[1] Naar een gesprek met de laatste windmolenaar, Gaston Denys, 1983.
[2] Werkboek molenmakers gebroeders Coussée, Meulebeke, uitgegeven door L. Denewet & L. Goeminne als themanummer van Molenecho's.
[3] H. Vanhoutte, De sociaal-economische geschiedenis van de windmolen in de Zuid-West-Vlaamse samenleving, eindwerk 6de jaar humaniora, Sint-Aloysiuscollege Menen, 1983
[4] Document in bezit van mevr. Jeanine Decuypere, Kozakstraat 67, Wevelgem.
[5] Info mevr. Jeanine Decuypere, Kozakstraat 67, Wevelgem.
[6] Mededeling oud-molenaar Gaston Denys (+), 1983

<p>Molen Denys</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Molen Denys</p>

Na de vernieling op 24 en 25 mei 1940. Verzameling Ons Molenheem

<p>Molen Denys</p>

Verzameling Ons Molenheem

<p>Molen Denys</p>

Prentkaart (coll. Denys, Wevelgem)

<p>Molen Denys</p>

Prentkaart. Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

[Vanhoutte Herman e.a.], Wevelgemse molens. Een kroniek, Wevelgem, Culturele Raad Wevelgem, 2010, 56 p.
H. Vanhoutte, De sociaal-economische geschiedenis van de windmolen in de Zuid-West-Vlaamse samenleving, eindwerk 6de jaar humaniora, Sint-Aloysiuscollege Menen, 1983
Lieven Denewet & Luc Goeminne, "Molenmakers in Vlaanderen", Molenecho's.
Luc Devliegher, De molens in West-Vlaanderen, Tielt/Weesp, 1984, p. 218-221 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Herman Holemans, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten V-Z , Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2005.
Beschermingen 2005, Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed - Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, Oktober 2006, p. 51c
F. David, e.a., Wevelgem in beeld, een terugblik, Wevelgem, 1997.
Pascale Denys, “Stenen stellingmolens in West-Vlaanderen. Molen Denys in Wevelgem: een dossier van behoud en reconversie tot onderhoud”, Verhandeling / Dissertation. Gent, Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas, 1992-1993.

Mededelingen
Gaston Denys aan Herman Vanhoutte, 1983
Mailbericht Maarten Osstyn, Adegem, 22.01.2017.


Laatst bijgewerkt: dinsdag 21 november 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens